nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

18.09.2019 Gangbare akkerbouw valt uit de gratie in Wallonië

Benieuwd naar het Waalse landbouwbeleid dook VILT in het nieuwe regeerakkoord. Van een trendbreuk is geen sprake want Wallonië legt al langer het accent op lokale afzet van kwaliteitsvolle voeding, en draagt daarbij de biosector op handen. In lijn met het oude beleid wil de nieuwe regering de hervorming van het EU-landbouwbeleid aangrijpen om aan de vrijwillige milieu- en klimaatmaatregelen een ambitieuze invulling te geven, en gekoppelde steun te voorzien voor eiwithoudende gewassen die vandaag uit het verre buitenland ingevoerd worden. Extensieve rundveebedrijven die zelf kunnen instaan voor hun voederwinning hebben een streepje voor. Om het gebruik van inputs begeleid af te bouwen, wil de regering voorlichting wegtrekken bij de firma’s die mest- en sproeistoffen verkopen. Gewasbeschermingsmiddelen krijgen overigens nog weinig krediet.

De voorbije vijf jaar was de ministerpost landbouw in Wallonië in handen van een cdH-politicus, René Collin. Zijn partij maakt geen deel meer uit van de nieuwe Waalse regering die gevormd wordt door PS, Ecolo en MR. Toch staan er in het landbouwhoofdstuk van het Waals regeerakkoord geen wereldschokkende nieuwe zaken. PS, Ecolo en MR willen voortborduren op de reeds ingeslagen weg, namelijk de lokale landbouw richten op kwaliteitsvolle voedselproductie met een kleine milieuvoetafdruk.

Daar wordt nu expliciet bij gezegd dat landbouw zich dient in te schrijven in de circulaire economie. In die optiek wil men landbouwpraktijken aanmoedigen die de broeikasgasuitstoot van de sector verkleinen, bijvoorbeeld door het organische koolstofgehalte van de bodem te verhogen. Voor het tegengaan van voedselverspilling wil de regering “al het mogelijke doen”, en meer concreet: sensibilisering van consumenten en producenten maar ook productnormen en publieke lastenboeken aanpassen. Lokale energieproductie, onder meer door vergisting, past ook in het kringloopverhaal. Zeker wanneer het een landbouwbedrijf lukt om een eventueel overschot aan hernieuwbare energie te koppelen aan de energiebehoefte van een nabijgelegen dorp of bedrijf.

Een duurzame landbouw verspilt niet alleen weinig afgewerkt product, maar is volgens PS, Ecolo en MR ook zuinig aan de inputzijde. Met name gewasbeschermingsmiddelen hebben in Wallonië een slechte naam. Op de vruchtbare gronden in provincies als Henegouwen, Luik en Waals-Brabant wordt aan akkerbouw gedaan. En meer dan hun collega-rundveehouders die op grasland zonder kunnen, hebben deze boeren nood aan gewasbeschermingsmiddelen om hun vruchten te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruiden. Toch lijkt “zéro fyto” datgene waar Wallonië naar toe wil. De nieuwe regering gaat boeren nog beter voorbereiden op de afbouw van hun middelengebruik via onderzoek en ondersteuning, en door daar aandacht aan te besteden tijdens de vormingen voor de fytolicentie.

Opvallend is de belofte om onafhankelijke voorlichting te ondersteunen via een systeem van erkenningen door de overheid. Het idee daarachter is dat landbouwers vandaag te sterk leunen op commerciële teeltbegeleiders, wiens eerste taak is gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest verkopen. De Waalse regering zou liever zien dat verkoop en voorlichting gescheiden zijn want, zo motiveert het regeerakkoord, “dat zou de implementatie ten goede komen van innovatieve landbouwpraktijken die goed zijn voor het milieu én voor de boer”. In samenwerking met FWA, de grootste Waalse landbouworganisatie, zal in het landbouwonderwijs meer aandacht besteed worden aan biologische en andere vernieuwende productietechnieken.

Door de hervorming van het landbouwbeleid op Europees niveau en de grotere verantwoordelijkheid die bij de lidstaten en regio’s gelegd wordt, ziet de Waalse regering zijn kans schoon om zelf in nieuwe hefbomen voor verduurzaming te voorzien. Gekoppelde steun voor eiwithoudende teelten is daar een voorbeeld van, met als achterliggende idee de afhankelijkheid van overzeese soja verder te verkleinen. Naast de verplichte vergroening die bij de vorige hervorming geïntroduceerd is, zouden er in de nieuwe beleidsperiode middelen opzij gezet worden voor landbouwers die op vrijwillige basis meer inspanningen doen. De zogenaamde eco-schema’s zijn nog verre van concreet, maar Wallonië belooft er ambitieus invulling aan te geven.

Door kleine bedrijven positief te discrimineren, wil men de grondgebonden inkomenssteun rechtvaardiger maken. En extensieve rundveehouderij in combinatie met zelfvoorziening van voeder wordt aangemoedigd met een graslandpremie. De middelen uit de tweede pijler, plattelandsontwikkeling, zullen prioritair ingezet worden voor het klimaatrobuuster maken van de Waalse landbouw.

De meerderheidspartijen aan Waalse kant nemen zich voor te onderzoeken of de sector baat kan hebben bij een partnerschap met de lokale besturen. Heel praktisch ingestelde ideeën daarrond zijn landbouwers toelaten om onderbenut materiaal van de groendienst te gebruiken, en omgekeerd op landbouwers een beroep te doen om het openbaar domein te helpen onderhouden.

Deze en andere elementen uit het regeerakkoord leren dat Wallonië de oplossingen voor zijn landbouwsector – die het net zoals in Vlaanderen bij momenten heel moeilijk heeft – erg nabij zoekt. Dat kan je bijvoorbeeld ook afleiden uit het voornemen om de binnenlandse markt nog meer in de richting van een korte keten te sturen, bevoorraad door biologische en agro-ecologische landbouwers. Nu al wordt 10 procent van het landbouwareaal in het zuiden van ons land biologisch bewerkt. Voor 2030 is de ambitie zo maar eventjes 30 procent of meer. Scholen, ziekenhuizen, kinderopvangverblijven en de catering in overheidsgebouwen gaan het goede voorbeeld geven want, zo zegt de nieuwe Waalse regering, “de korte keten biedt landbouwers een betere vergoeding voor hun werk”.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via