nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Boeren weten wat ze aan hun loonwerker hebben"
06.10.2014  Geert Broekx (Loonbedrijf Broekx)

“Een loonwerker heeft in de zomer geen tijd om te eten en in de winter geen geld om eten te kopen.” De uitdrukking tovert een glimlach op het gezicht van Corry Broekx omdat het de oprichter van Loonbedrijf Broekx uit Bree doet terugdenken aan het prille begin in de jaren ’70. Met zijn tractor en kleine balenpers was Corry zo graag gezien bij de plaatselijke boeren dat hij dag en nacht werkte maar nog niet gedaan kreeg. “Gelukkig hadden de boeren toen meer geduld dan nu.” In 40 jaar tijd is de Vlaamse landbouw compleet veranderd en dat is met het loonwerk niet anders. Sterker nog, na ons bezoek aan loonwerker Broekx zijn we ervan overtuigd dat zulke bedrijven de moderne landbouw mee vorm gaven. Zonder loonwerkers waren moderne technieken niet zo vlug geïmplementeerd, had het maïsareaal niet zo’n spectaculaire uitbreiding gekend en zou schaalvergroting voor veel boeren geen optie geweest zijn. “Ons werk wordt steeds sterker gewaardeerd”, bevestigt Geert Broekx, die het bedrijf nu leidt samen met zijn broer Steven en zus Katleen.

Sla er de teksten van het Europees en Vlaams landbouwbeleid maar op na, van loonwerk is daarin geen sprake. Dat is toch vreemd voor zo’n belangrijke dienstverlener aan de landbouw. Loonwerkers nemen een belangrijk deel, misschien wel het merendeel, van de veldwerkzaamheden voor hun rekening. Op jaarbasis voert één loonwerker zaai-, oogst- en andere werken uit op honderden, duizenden, zo niet tienduizenden hectaren landbouwgrond. Tel maar uit: het Vlaamse landbouwareaal omvat een kleine 700.000 hectare en er zijn in ons land meer dan 900 professionele loonwerkers in de landbouw actief (909 is het aantal loonwerkers dat beschikt over een IKKB-certificaat, nvdr.), waarvan de bedrijfsgrootte varieert van eenmansbedrijven tot kleine KMO’s.

loonwerk1.geVILT.jpg

Tot die laatste categorie rekenen we Loonbedrijf Broekx uit Bree, één van de grootste loonwerkers in Vlaanderen met landbouw als specialisatie. Opgericht in 1970 door landbouwerszoon Corry Broekx wordt het bedrijf nu geleid door diens kinderen Katleen, Steven en Geert. Onder hun bewind is het bedrijf gestaag gegroeid zodat zij met hun vieren veel tijd op bureau doorbrengen voor de (mest)boekhouding, de facturatie en de werkplanning. Met tractoren en machines die in de loods blijven staan, is geen geld verdiend zodat op de loonlijst tien chauffeurs staan en twee mecaniciens die ook achter het stuur hun mannetje staan, aangevuld met tijdelijke arbeidskrachten om de pieken in de werkdruk op te vangen.

Van de grensstreek tot het Hageland
“Ons werkterrein is vooral (Noord-)Limburg, maar reikt tot over de grens in Nederland en tot in het Hageland”, vertelt Geert Broekx. Het machinepark is hoofdzakelijk afgestemd op werkzaamheden in opdracht van rundveehouders en varkenshouders, maar in het Hageland bestaat het cliënteel ook uit fruittelers. Broekx was namelijk het eerste loonwerkbedrijf dat met een kleine getrokken ton en een smalspoortractor drijfmest uitreed in fruitplantages. “De mestton loopt op wielen die achteraan gemonteerd zijn en mee kunnen draaien zodat de machine wendbaar genoeg is voor in een boomgaard. Dit concept hebben we zelf bedacht en vervolgens laten uitwerken door een machineconstructeur”, zegt Geert trots. De landbouwsector werd op twee manieren beter van deze innovatie: de varkensboeren in de Kempen kregen nieuwe en nabije mestafzet terwijl het voor fruittelers plots mogelijk werd om goedkope dierlijke mest aan te wenden. Voor Broekx zelf is het een activiteit waar ze vroeg in het voorjaar mee kunnen starten wanneer de akkers nog niet toegankelijk zijn.

“Idealiter vervoeren we drijfmest in de winter naar akkerbouwgebieden”

Drie zelfrijders om mest te injecteren en een handvol mesttonnen om drijfmest te transporteren en spreiden, verraden dat dit een belangrijke activiteit is voor Loonbedrijf Broekx. Geert heeft dan ook zo zijn eigen ideeën over het ‘mestprobleem’. “Het zou een flinke verbetering zijn als er in de akkerbouwstreken grote mestsilo’s komen. Tijdens de rustige winterperiode zouden we dan het transport naar Zuid-Limburg kunnen verzorgen zodat de mest in het voorjaar ter plekke is en we meer werk kunnen verzetten.” Aangezien bemesting nauw steekt voor een akkerbouwer moet die werkwijze volgens Geert gepaard gaan met analyses van de nutriënteninhoud van de mest. Zolang niemand wil investeren in mestsilo’s in de afzetgebieden, valt de piek van het mesttransport in het voorjaar. Niet zo leuk voor de andere weggebruikers zou je denken, maar ook daar hebben ze bij Broekx iets op gevonden. “Sinds onze mesttonnen de slogan ‘Simply the best shit…’ dragen, krijgen we leuke reacties van andere weggebruikers.”

mestton.geVILT.jpg

Meer investeren dan verdienen
Om het machinepark up-to-date te houden, wordt een kwart tot een derde van de jaarlijkse omzet opnieuw geïnvesteerd. Als landbouw al een kapitaalintensieve sector is, dan is loonwerk dat dus zeker. En net zoals in de landbouw is er niet altijd loon naar werken. “Schrijf maar op dat één tot maximum een paar procent marge op onze omzet niet in verhouding staat tot het ondernemersrisico.” Terwijl hij dat zegt, is Geert ervan overtuigd dat andere sectoren dat beter voor elkaar hebben. “Zeg als loonwerker maar eens tegen een industrieel dat je voor miljoenen euro’s in machines hebt geïnvesteerd terwijl je klanten niet door een contract aan jou gebonden zijn. Hij verklaart je gek.”

“Het weerbericht bepaalt onze planning”

Of de sector richting meerjarige contracten moet evolueren, laat Broekx in het midden. Het loonwerkbedrijf slaagt er ook nu al goed in om een trouw cliënteel aan zich te binden. “Door kwaliteit te leveren en door een klant zo snel mogelijk te helpen, ook al belt hij soms pas op het laatste moment”, zegt Geert daarover. De planning op een loonwerkbedrijf is van twee factoren afhankelijk: het o zo onvoorspelbare weer en de telefoon die nooit stilstaat. In Bree is de eerste beller degene die het eerst geholpen wordt en “vol is vol als het onze planning betreft”. Loonbedrijf Broekx probeert namelijk op een sociaal verantwoorde manier aan loonwerk te doen: door omwonenden hun nachtrust en medewerkers hun zondagsrust te gunnen.

mest.geVILT.jpg

Respect bij de boer neemt toe
Of dat dan betekent dat sommige landbouwers niet geholpen kunnen worden? “Absoluut niet. Onze klanten weten wat ze aan ons hebben. Als het weer een week lang slecht is en op zondag klaart het op, dan rukken onze tractoren uitzonderlijk toch uit. En in het piekseizoen snappen landbouwers wel dat ze tijdig moeten bellen zodat we onze tijdelijke arbeidskrachten kunnen oproepen en inschakelen.” Bovendien is de slagkracht van een machinepark als dat van Broekx zo groot dat op korte tijd zeer veel werk verzet kan worden. “Boeren appreciëren dat we voor hen klaar staan na een belletje. Prijs is belangrijk maar kwaliteit wordt steeds meer naar waarde geschat. En ze beseffen dat daar iets tegenover moet staan”, aldus Geert. “Personeel moet ook op de kalmere dagen werk hebben en betaald worden. En onze mensen presteren heel wat ‘verloren’ uren: machines aankoppelen, met de tractor naar het veld rijden, enz.

Vroeger was het niet beter, integendeel
Ondertussen heeft de rondleiding ons van de machineloodsen in het bureau gebracht. Daar ontmoeten we Corry, de oprichter van Loonbedrijf Broekx. Hoe ging het er in de jaren ‘70 aan toe, willen we weten. “De machines waren kleiner en minder betrouwbaar. Om alle boeren voort te kunnen helpen, had ik geen andere keuze dan dag en nacht werken”, vertelt Corry. “Ik beschikte onder meer over een balenpers waarmee ik kleine pakjes hooi en stro maakte. Thuis arriveren deed ik pas wanneer het pikdonker was. Vaak moest ik dan nog uren sleutelen en kettingen smeren om de pers weer klaar te hebben voor ’s anderendaags.” Van de beginjaren is Corry bijgebleven dat de boeren meer geduld aan de dag legden. De seizoenen leken daardoor langer. Hij verklaart zich nader: “Vroeger werd er zes weken lang maïs gezaaid en twee maanden lang gehakseld. Sneller lukte niet bij gebrek aan machines met een hoge capaciteit. Tegenwoordig krijgen we maar half zoveel tijd om de maïs te zaaien en te oogsten.”

loonwerk2.geVILT.jpg

Corry kan zich nauwelijks nog voorstellen hoe hij indertijd zijn bedrijf zonder mobiele telefoon gemanaged kreeg. “Boeren die een dringend werkje hadden, sprongen hun auto in en kwamen me zoeken op het veld. Ik reed van hot naar her om aan het eind van de dag te beseffen dat de verplaatsingen efficiënter hadden gekund. Het ergst in het gsm-loze tijdperk waren de pannes en dan vooral de lekke banden. Kilometers lang ging ik soms te voet tot het dichtstbijzijnde huis.”

Ken je kosten
Technologische vooruitgang heeft het leven van een loonwerker een flink stuk eenvoudiger gemaakt, zowel op het veld als achter zijn bureau. “Met één muisklik haal ik uit dit computerbestand het brandstofverbruik per werkzaamheid of per tractor”, toont Geert. Zowel van het brandstofverbruik als van de andere onkosten kent hij het prijskaartje per uur. Dat zit dan verrekend in het uurtarief op de factuur. Brandstof is een belangrijke kostenpost, net zoals personeel, afschrijvingen en bandenslijtage.

“De amateurs gaan eruit”

De tijd dat een loonwerker verlies maakte op de ene activiteit om dat op een ander factuur goed te maken, is voorbij. Een loonwerker die zijn kostprijs niet kent of niet doorrekent, zingt het naar verluidt niet lang uit. “En daar is ook de boer niet bij gebaat want dan heeft hij over tien jaar geen loonwerkers meer om op terug te vallen.” Neemt niet weg dat de concurrentie onder loonwerkers hard is. Bovendien heeft een Vlaamse boer een voorliefde voor machines en denkt hij al gauw dat het goedkoper kan met eigen materiaal wanneer hij de factuur van de loonwerker ziet. Overheidssteun op de aankoop van machines (de zogenaamde VLIF-steun waarvoor de loonwerksector tot hun frustratie niet in aanmerking komt, nvdr.) duwt de boer nog meer die richting uit. Toch is Geert er gerust in dat er genoeg werk blijft voor loonwerkers. “Iemand die zijn bedrijf goed runt, heeft genoeg om handen.”

Loonwerk en politiek
Je hoort Geert, die zelf de sector vertegenwoordigt in beroepsvereniging Landbouw-Service en bij de Mestbank, niet zeggen dat de overheid geen benul heeft van loonwerk. “Waar er vertegenwoordiging is, wordt er naar ons geluisterd.” Toch liggen sommige beslissingen van overheidswege de sector zwaar op de maag. Het dieselgebruik bij tractoren en de nieuwe G-kentekenplaat is daarvan het meest recente en meteen ook beste voorbeeld. “De rode landbouwkentekenplaat verdient een hoofdstuk in het blunderboek”, verwoordt Geert het sentiment in zijn sector. De nieuwe regelgeving is volgens hem erg ingewikkeld voor collega’s die agrarisch loonwerk combineren met grondverzet en, nog belangrijker, ze schiet haar doel compleet voorbij. Hij vindt het ook jammer dat zijn sector de zwarte piet toegeschoven kreeg van de landbouwsector “terwijl we aan hetzelfde zeel zouden moeten trekken”.

transport.kentekenplaat.geVILT.jpg

Net zoals een landbouwer kan een loonwerker in zijn bedrijfsvoering stevig geraakt worden door wijzigend overheidsbeleid. Het is niet altijd makkelijk om de impact van beleidsbeslissingen goed in te schatten. “Door de afschaffing van de melkquota worden melkveebedrijven groter en zou je kunnen vermoeden dat het areaal kuilmaïs uitbreidt. Volgend jaar treedt ook de hervorming van het Europees landbouwbeleid in werking en moeten boeren hun teelten diversifiëren. Dat zou maïstelers kunnen aanzetten om over te schakelen op voederbieten of triticale. Grondruil met een akkerbouwer is misschien ook een optie. En ik verwacht dat heel wat Limburgse boeren door de eis van drie verschillende teelten niet in problemen komen want hier worden nogal wat groenten voor conservenfabrikant Noliko geproduceerd.”

Diversificatie
Hoewel Broekx agrarisch loonwerk niet noemenswaardig combineert met grondverzet mikken ze in Bree toch op een spreiding van de activiteiten. Een aparte tak van het bedrijf is de verhuur van landbouwmateriaal aan de machinering van Bree, Meeuwen en Gruitrode. “De leden van deze coöperatie, een 30-tal boeren, kunnen enkele van onze machines huren. Dat kan een grasschudder of -hark zijn, maar bijvoorbeeld ook een cultivator of graszaaimachine.” Geert heeft de woorden nog maar net uitgesproken of een boer rijdt het erf op met een grashark die hij komt terugbrengen. Een tweede nevenactiviteit op het bedrijf is de verkoop van zaaigoed en gewasbeschermingsmiddelen. Een landbouwer die maïs teelt kan bij Broekx voor het totaalpakket kiezen: zaaien inclusief het maïszaad, onkruidbestrijding inclusief herbiciden en tot slot natuurlijk oogsten.

Vertrouwen in de toekomst
De schaalvergroting in de landbouw speelt in de kaarten van de loonwerker. “Ieder jaar krijgen we meer werk omdat rundveehouders zich toeleggen op het werk in de stal. We merken dat boeren die zelf een maaibalk hebben toch beroep doen op onze triple-maaier omdat ze anders tijd tekortkomen. Bovendien stijgt de waardering voor loonwerk. Vooral jonge, dynamische boeren schatten goed werk naar waarde. Kwaliteit in de kuil is voor hen belangrijker dan enkele euro’s meer of minder op de factuur. Daarom sturen we ervaren chauffeurs met de machines op pad.

loonwerk3.geVILT.jpg

Het woord dynamiek is gevallen. Wanneer we vernemen dat Loonbedrijf Broekx proefvelden maïs en grassen aanlegt voor zijn klanten en nieuwe technieken zoals het doorzaaien van grasland demonstreert, geloven we dat het daarmee wel goed zit in de loonwerksector. Toch zijn er een aantal knelpunten waar de sector in het algemeen en Loonbedrijf Broekx in het bijzonder mee worstelt. Geert pikt er drie uit: “Vast personeel het jaar rond aan het werk houden, blijft een grote uitdaging voor een loonwerkbedrijf. Over de schaalvergroting in de landbouw zei ik dat het ons meer werk verschaft, maar er is ook een negatieve kant aan. Het verlies van één klant riskeert ons nu een groter deel van de omzet te kosten. Een derde grote uitdaging voor een loonwerker is het vinden van de percelen van alle klanten, iets waar onze chauffeurs momenteel op basis van ervaring in slagen. Op termijn geloof ik dat het ingeven van de perceelcoördinaten in een GPS-systeem een oplossing kan bieden. En als we dan toch vooruitdenken, zou de chauffeur op zijn smartphone of iPad de perceelgegevens kunnen koppelen aan de boekhouding.”

Lees ook het nieuwsartikel 'Appreciatie voor loonwerk stijgt in de veehouderij'.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / Loonbedrijf Broekx

Volg VILT ook via