nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.09.2014 Graanhandel ziet redenen voor versoepeling bemesting

Het is de graanhandelaars in ons land dit jaar opgevallen dat het eiwitgehalte van de tarwe uitzonderlijk laag ligt. De dalende eiwitniveaus kunnen volgens beroepsvereniging Synagra twee oorzaken hebben: de hoge opbrengsten maar ook de aanscherping van de stikstofnormen. Synagra citeert studies waarin berekend werd dat de toepassing van de Europese nitraatrichtlijn de Deense landbouw 200 tot 400 miljoen euro deed mislopen, door een daling van het eiwitgehalte van tarwe en gerst en een daaraan gekoppelde verhoging van de soja-import. Aan de vooravond van het vijfde mestactieplan doet dat de graanhandel pleiten voor een versoepeling van de bemestingsdosis in Vlaanderen.

Net zoals in andere landen (Frankrijk, Duitsland, Denemarken, enz.) evolueert het eiwitgehalte van de Belgische granen de laatste jaren in dalende lijn. Dat stelt de graanhandel vast, vertegenwoordigd door haar beroepsvereniging Synagra. Lage eiwitgehaltes vormen een probleem voor de afzet van de graanhandel richting maalderijen en zetmeelindustrie. Regelmatig worden er leveringen geweigerd vanwege een eiwitgehalte lager dan tien procent. In Frankrijk werd de kwaliteit van de tarwe op de termijnmarkt Euronext aangescherpt tot minimaal 11 procent eiwit en 220 Hagberg om de export niet in het gedrang te brengen.

Als gevolg van de strenge normen voor stikstofbemesting staat het eiwitgehalte vooral in tarwe volop in de belangstelling. “De daling van het eiwitgehalte bij de granen doet de import van soja voor de veehouderij evenredig toenemen. Lagere opbrengsten bij de granen door een te lage toediening van meststoffen doen bovendien de vraag stijgen naar import van substitutieproducten”, schetst Synagra de consequenties.

In Denemarken werd een daling van het eiwitgehalte van tarwe en gerst van 11,5 procent in 1990 naar 8,5 procent in 2012 vastgesteld. Dat ging gepaard met een kwart meer import van soja. Alles bij elkaar kostte te krap bemesten, een consequentie van de Europese nitraatrichtlijn, de Deense landbouw 200 tot 400 miljoen euro.

Momenteel is het in Vlaanderen toegelaten om aan tarwe, die gevolgd wordt door een vanggewas, 170 eenheden stikstof toe te dienen uit dierlijke mest en 95 eenheden uit minerale meststoffen. “Wetende dat tarwe 25 eenheden stikstof per ton opneemt en regelmatig opbrengsten haalt van 10 à 11 ton, heeft tarwe in feite 262 eenheden stikstof nodig om zijn opbrengst en eiwit te maximaliseren”, rekent Synagra voor. Drijfmest met een werkingscoëfficiënt van 60 procent levert samen met de maximaal toegelaten dosis minerale meststof 197 eenheden stikstof op. Dat is dus minder dan de behoefte van het gewas. Bij het aanwenden van dierlijke mest zijn er bovendien teelttechnische problemen om opbrengst en kwaliteit te maximaliseren.

De Belgische graanhandel is dan ook voorstander van een oordeelkundige, teelttechnisch optimale bemesting naargelang de behoeften van de plant maar met beheersing van de milieurisico’s. “Daartoe zou in MAP5 een versoepeling van de bemestingsdosis per perceel toegelaten moeten worden. De landbouwer moet met dosissen kunnen schuiven zonder het maximum aan nutriënten op al zijn percelen samen te overschrijden”, klinkt het.

Ook zou er volgens Synagra meer op de wijsheid van de boer vertrouwd moeten worden. “De prijzen van minerale meststoffen verplichten de boer immers om er zuinig en beredeneerd mee om te springen.” De beroepsvereniging maakt van de gelegenheid nog gebruik om een aangifteplicht door meststoffabrikanten of lokale handelaars in kunstmest af te schieten. “Zolang er op Europees vlak geen registratieverplichting is, biedt dat geen oplossing om het totale meststoffengebruik door de boer in kaart te brengen. Het kan er alleen toe leiden dat de meststoffenhandel naar de omringende regio’s verhuist.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via