nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.07.2019 Grensaankopen van voeding zijn geen randverschijnsel

Bij de voorstelling van de economische cijfers van de Belgische voedingsindustrie wees sectorfederatie Fevia al een eerste keer op het fenomeen grensaankopen. Dat heeft er namelijk mee voor gezorgd dat de binnenlandse omzet van voedingsbedrijven verder daalde. Nieuwe cijfers van GfK bevestigen dat Belgen steeds vaker voeding en dranken in het buitenland aankopen, gemiddeld negen keer per jaar. In 2018 kochten Belgen voor 616 miljoen euro aan in onze buurlanden, een stijging met 4,6 procent ten opzichte van 2017. Vooral de grens met Frankrijk wordt frequent overgestoken voor voedingsaankopen. Daarom roept Fevia de volgende regeringen opnieuw op om komaf te maken met de opeenstapeling van accijnzen en taksen die producten in ons land duurder maken.

De analyse van het aankoopgedrag van 5.000 Belgen door GfK laat er geen twijfel over bestaan: Belgen gaan steeds vaker hun voeding en dranken in onze buurlanden aankopen. Vooral in Frankrijk kopen Belgen steeds meer: vorig jaar maar liefst 273 miljoen euro, een stijging met 7,5 procent. Naar Nederland is de stijging minder uitgesproken, wellicht omdat Nederlandse retailers zich de voorbije jaren in ons land kwamen vestigen en Nederland het btw-tarief optrok tot het niveau van ons land.

In 2017 maakte het Prijzenobservatorium een vergelijking tussen de prijzen in Belgische winkels ten opzichte van de buurlanden. Daaruit bleek al dat voedingsproducten in ons land gemiddeld 10,3 procent duurder zijn dan in Frankrijk, 11,7 procent duurder dan in Nederland en 10,2 procent duurder dan in Duitsland. “Net als het Prijzenobservatorium stellen we vast dat we onszelf uit de markt prijzen met een fiscale politiek die taksen en accijnzen opstapelt. Van de verpakkingstaks tot de zogenaamde ‘gezondheidstaks’, tot de hogere accijnzen op alcohol: ze maken producten duurder in ons land en doen de koopkracht naar het buitenland verdwijnen. Onze eigen bedrijven verkochten daardoor vorig jaar 5,3 procent minder op de eigen markt”, waarschuwt Bart Buysse, CEO van Fevia.

De cijfers van GfK tonen aan dat één op drie Belgen over de grens gaat kopen en dat ze dat gemiddeld negen keer per jaar doen. “Grensaankopen zijn geen randfenomeen, maar een steeds groter wordend probleem. Onze producten duurder maken, schaadt onze bedrijven maar verzwakt ook de volledige Belgische economie. Louter budgettaire maatregelen die op korte termijn geld in de lade moesten brengen, zorgen er zo voor dat de schatkist eigenlijk zelf ook inkomsten verliest. We roepen de toekomstige regeringen dan ook op om te denken op de langere termijn. Schaf de opeenstapeling van taksen af en investeer verder in innovatie”, aldus Jan Vander Stichele, voorzitter van Fevia.

Krak dezelfde kritiek komt er na de publicatie van de GfK-cijfers van de drankenfabrikanten. In 2018 kochten de Belgen voor 91 miljoen euro aan waters en frisdranken in het buitenland, een stijging met 15,6 procent in vergelijking met het jaar voordien. Niet toevallig verdubbelde de regering op 1 januari 2018 de accijnzen op frisdranken tot bijna 12 cent per liter, hekelt drankenfederatie VIWF. “Sinds 2015 zijn de accijnzen op frisdranken meer dan verdrievoudigd. De zogenaamde gezondheidstaks, een fiscale maatregel, tast de koopkracht aan van de consument en bedreigt de competitiviteit van de Belgische producenten. En de staatskas verliest meer dan 40 miljoen euro aan inkomsten uit btw, verpakkingsheffing en accijnzen”, argumenteert voorzitter Etienne Gossart. Door de opeenstapeling van taksen kan water en frisdrank in eigen land tot dubbel zo duur zijn als in het buitenland.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via