nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

16.01.2019 "Groei Vlaamse braadkippenstapel weegt niet op prijs"

Met een toename van meer dan 40 procent tijdens de afgelopen vijf jaar is de Belgische braadkippenstapel aan een felle opmars bezig. “Die groei is nog niet achter de rug”, beweerde Rik Vandeputte van Leievoeders tijdens een panelgesprek van KBC over de braadkippensector tijdens Agriflanders. “Ook in 2019 staan er nog heel wat nieuwbouwprojecten in de steigers.” Dat de braadkippenprijzen vandaag historisch laag zijn, heeft volgens de deelnemers aan het panelgesprek nochtans niets te maken met die sterke groei. “Zelfs op Europees niveau stelt de Belgische uitbreiding weinig voor, laat staan op wereldniveau”, zo klonk het.

De grootste producent van pluimveevlees is de Verenigde Staten. Zowat 21 procent van de productie situeert zich daar. Op de tweede plaats staat Brazilië met een aandeel van 14 procent en de EU en China delen een derde plaats met 13 procent. “Mondiaal zien we de laatste jaren een stijging van de braadkippenproductie met vijf procent”, vertelt Hanne Geenen, pluimveespecialist van het Departement Landbouw en Visserij. Zij verwacht dat de mondiale groei zich de komende jaren zal verder zetten, maar dat die zich voornamelijk in de VS en Brazilië zal situeren.

Korter bij huis, in Europa, wordt vandaag 14,4 miljoen ton gevogelte geproduceerd. Dat betekent een stijging van 13 procent op vijf jaar tijd. Volgens Geenen zal de productie de komende jaren nog stijgen, maar ook de consumptie van pluimveevlees in Europa neemt lichtjes toe, net zoals de export. Polen is binnen de EU de belangrijkste pluimveeproducent. In totaal gaat het om 2,3 miljoen ton op jaarbasis. België staat op een achtste plaats met een productie van minder dan één miljoen ton vlees. Vanuit het aantal dieren bekeken zien we dat de Belgische braadkippenstapel vandaag 25 miljoen dieren telt.

Vermoed wordt dat die forse uitbreiding van de jongste jaren zich nog verder zal zetten, wellicht worden er nog een paar miljoen extra plaatsen gecreëerd. Rik Vandeputte, zaakvoerder van Leievoeders, merkt dat ook in 2019 heel wat nieuwbouwprojecten in Vlaanderen op de planning staan. “We zullen moeten rekenen op die verdere consumptie binnen Europa om vraag en aanbod enigszins in evenwicht te houden”, stelt hij.

Volgens braadkippenhouder Eric Van Meervenne, die tevens ondervoorzitter is van Boerenbond, is de verklaring voor die groei grotendeels te vinden in het feit dat het vrij eenvoudig is om te starten met braadkippen. “Eens je stal is gebouwd, begin je na twee maanden al een inkomen te genereren. Bovendien zien we dat de melkprijzen zeer volatiel zijn en dat de situatie in de varkenssector niet echt rooskleurig is, waardoor heel wat melkvee- en varkenshouders kiezen voor een uitbreiding van hun bedrijf in de pluimveetak.” Ook was de prijsvorming in de braadkippenhouderij – met uitzondering van de laatste maanden – de afgelopen jaren redelijk goed.

Dat die sterke groei van de pluimveestapel in ons land verantwoordelijk is voor de historisch lage prijzen die braadkippenhouders vandaag ontvangen, willen de panelleden niet gezegd hebben. “Ik denk niet dat de uitbreiding in Vlaanderen daarin een rol speelt, want op Europees vlak betekent die groei zeer weinig”, aldus Van Meervenne. Wel ziet hij de fel gestegen import van eieren uit Oekraïne en de sterke productiestijging in Polen als belangrijke factoren. “Ook het feit dat Brazilië sinds het najaar opnieuw pluimveevlees mag invoeren in Europa na problemen rond salmonella, zorgt ervoor dat er teveel kippen op de Europese markt zijn.” De traditionele najaarsdip in de prijzen houdt daardoor een stuk langer aan en snijdt dieper dan andere jaren.

Kan een pluimveehouder zich wapenen tegen de volatiliteit in de prijsvorming? “Buiten de markt kan je natuurlijk niet. Veel geld verdienen in een slechte markt is niet mogelijk”, zegt Eric Van Meervenne. Hij gelooft wel in egalisatiesystemen waardoor pluimveehouders niet op een dagmarkt moeten handelen. “Als je maar vijf tot zes keer per jaar verkoopt, zal het je maar overkomen dat de prijs op dat moment telkens zeer slecht is.”

Carl Destrooper van Belgabroed merkt op dat pluimveehouders toch vooral reageren op prijs. “Door de slechte prijsvorming van de laatste maanden zien we dat er heel wat minder kuikens zijn opgezet. Dit werkt meteen marktregulerend.” Zowel Van Meervenne als Destrooper geloven dat er een rol is weggelegd voor de keten om een stabiele aanvoer van dieren te garanderen. Ze denken daarbij aan veevoederfabrikanten, integratoren en slachthuizen.

Op de vraag of de meerwaarde- of conceptkippen die vooral in Nederland populair zijn, een toegevoegde waarde kunnen bezorgen aan de Vlaamse pluimveehouder, zijn de reacties verdeeld. “Ik geloof dat er steeds meer van die nicheproducten zullen ontstaan. Ze kunnen zeker een meerwaarde voor de producent betekenen, maar waar ik problemen mee heb, is dat die systemen eigenlijk de vrije markt omzeilen waardoor de boer op termijn geen eerlijk inkomen meer heeft. De retail bepaalt de prijs en die is, zoals de ervaring ons leert, liefst zo laag mogelijk”, stelt Van Meervenne.

Volgens Carl Destrooper heeft de conceptkip die in Nederland is ontstaan onder druk van dierenrechtenorganisaties, ervoor gezorgd dat de distributie opnieuw marge kan maken op pluimveevlees. “Vaak wordt de reguliere kip zelfs niet meer aangeboden aan de consument, wat ik niet echt een eerlijk systeem vind. Ik stel me ook vragen bij de duurzaamheid van zo’n kip. Wat is het meest duurzaam: een efficiënte kip of een kip die meer graan nodig heeft om hetzelfde gewicht te ontwikkelen?” Volgens de panelleden is het aan de pluimveehouder om te kiezen voor het systeem waar hij zich het beste bij voelt.

Bekijk het volledige panelgesprek op Farmcafé.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via