nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

15.08.2019 Heeft Vlaanderen plaats voor vier nationale parken?

Vier nationale parken in Vlaanderen, dat is één van de ambities die wordt uitgesproken in de startnota voor de Vlaamse regeringsonderhandelingen. Maar is er in het dichtbevolkte, versnipperde Vlaanderen wel plaats voor vier nationale parken? En waar moeten die dan komen? Dat vraagt De Standaard zich af. De Scheldevallei, de Dijlevallei, het Drongengoed, het Bulskampveld, de Brabantse Wouden, Bosland in Limburg, Uitkerke, de Kalmthoutse Heide en de Meetjeslandse Kreken komen alvast in aanmerking. Maar wat met de landbouw en de bewoning in die mogelijk toekomstige nationale parken?

De internationaal gangbare norm om van een nationaal park te kunnen spreken, hanteert een gebied van minstens 1.000 hectare. Vlaanderen telt vandaag één nationaal park: de Hoge Kempen. Dat park is 6.000 hectare groot, wat enorm is in Vlaanderen, maar klein in Europese vergelijkingen. Er is sprake van dat de oppervlakte van de Hoge Kempen de komende 20 jaar zou verdubbelen. Jaarlijks komen er meer dan één miljoen bezoekers over de vloer. Tegelijk creëert het park direct en indirect 5.000 banen en genereert het 190 miljoen euro per jaar. Het gaat dan om toerisme, klimaateffecten en gunstige invloed op het water, maar ook op de gestegen waarde voor het vastgoed in de buurt.

Gebieden van die omvang zijn echter moeilijk te vinden in ons versnipperde Vlaanderen, weet De Standaard. Tomas Roggeman, voorzitter van de jongerenbeweging van N-VA, de partij die de startnota schreef, is ervan overtuigd dat vier bijkomende nationale parken kunnen gerealiseerd worden in Vlaanderen. “We moeten vertrekken van de bestaande natuur en maken dat naburige gebieden een aaneengesloten geheel vormen”, stelt hij. Volgens hem kan dat door het verwerven van grond met een andere bestemming, zoals landbouw. “Het nodige geld kan uit het boscompensatiefonds komen.”

Maar wat als de nodige hectaren gevonden worden? Mag er dan nog gebouwd worden? En heeft de landbouw er nog een plaats? “Als er dorpen in die gebieden liggen, kunnen die uiteraard blijven. Maar we moeten nagaan of we woonuitbreiding een halt moeten toeroepen.”, meent Jong N-VA-voorzitter Roggeman. Over landbouw doet hij geen uitspraken, maar het mag duidelijk zijn dat de landbouworganisaties in Vlaanderen niet staan te springen voor bijkomend verlies van landbouwgrond. “Er gaan vandaag 100 voetbalvelden aan landbouwgrond verloren. Jonge boeren kunnen de duurder wordende percelen haast niet meer betalen. Wij maken ons zorgen nu steeds meer vruchtbare Vlaamse grond voor niet-landbouwdoelen wordt ingepalmd”, citeert de krant Boerenbond.

N-VA schuift bij monde van Roggeman ook een aantal locaties naar voor waar nationale parken kunnen komen: de Scheldevallei, de Dijlevallei waarbij het Meerdaalwoud en het Mollendaalbos worden verbonden, het Drongengoed en het Bulskampveld. Een nationaal park voor elke provincie dus. Ook Groen lanceerde in de aanloop naar de verkiezingen een gelijkluidend voorstel. Maar ook voor andere gebieden gaan er stemmen op om er een nationaal park van te maken, zoals Bosland in Limburg, de Uitkerkse Polders, de Kamthoutse Heide dat aan Nederlandse kant al nationaal park is, en de Meetjeslandse Kreken.

Een plan dat al op gang getrokken is, is dat van de Brabantse Wouden. Het Agentschap Natuur en Bos is op zoek naar partners voor een project om drie grote boscomplexen, het Zoniënwoud, het Hallerbouw en het Meerdaalwoud, samen te brengen in één versterkend geheel. “Dit zou goed zijn voor dan 10.000 hectare topnatuur, waarna het geheel de status van nationaal park zou kunnen verwerven”, klinkt het in De Standaard.

Bron: De Standaard

Beeld: Natuurpunt

Volg VILT ook via