nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

03.12.2019 Het groot belang van kleine bosjes

Kleine bossen zijn belangrijker dan gedacht, zeggen onderzoekers van de UGent. In vergelijking met grotere bossen slaan ze meer koolstof op in de bodem, bevatten ze betere voedselbronnen voor wilde dieren en leven er minder teken. De onderzoekers vragen beleidsmaatregelen om kleine bossen beter te beschermen.
Hoe groter het bos, hoe groter de biodiversiteit en dus hoe meer ecosysteemdiensten het kan bieden, leek tot vandaag een logische redenering. De onderzoekers ontdekten het tegendeel. "In verhouding tot grote bossen bevatten kleine bosjes inderdaad minder soorten planten en dieren", zegt professor Pieter De Frenne (UGent). "Maar ze leveren proportioneel meer ecosysteemdiensten per oppervlakte." Dat zijn diensten die ecosystemen leveren aan de samenleving, "zoals natuurlijke bescherming tegen overstroming, bestuiving van gewassen door wilde insecten, natuurlijke waterzuivering, klimaatregulering, recreatie in de natuur, enzovoort."
 
In Europa zijn bossen erg versnipperd. Er ontstaan meer en meer kleine bosjes, soms zo groot als een voetbalveld of zelfs kleiner. Maar dat is niet noodzakelijk een slechte zaak, want de bossen bieden proportioneel meer voordelen. Dat blijkt uit het onderzoek, dat gepubliceerd werd in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Applied Ecology.
 
Kris Verheyen en Pieter De Frenne namen 224 bosjes, die kleiner zijn dan een hectare, onder de loep in België, Frankrijk, Duitsland en Zweden. Ze concludeerden dat die het goed doen. Per oppervlakte-eenheid slaan kleine bossen meer koolstof op in de bodem. Hierdoor worden er meer broeikasgassen uit de atmosfeer gehaald. Een duidelijke verklaring hiervoor hebben ze niet. Maar ze denken dat het te maken kan hebben met het feit dat ze in verhouding meer rand hebben. Hierdoor komen meer nutriënten binnen vanuit de omliggende landbouw. “Zo beginnen er planten te groeien die je in andere bossen niet vindt”, vertelt De Frenne aan De Standaard. “Het is er ook wat warmer. Daardoor groeien de bomen ietsje sneller.”
 
Ze bevatten bovendien voedsel dat meer geschikt is voor wilde dieren: bessen of jonge boompjes. En er leven ook minder teken. Dat verkleint het risico op de ziekte van Lyme bij recreanten.
 
"Tot hiertoe werden kleine bosjes grotendeels genegeerd in het beleid", zeggen de onderzoekers. "Daar moet verandering in komen, want ze hebben een groot maatschappelijk belang."
 

Bron: Belga / De Standaard

Volg VILT ook via