nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.09.2019 Historische DDT-vervuiling blijkt uit mezenonderzoek

Na een oproep door Velt en Vogelbescherming Vlaanderen zijn tussen eind maart en midden juni in Vlaanderen en Brussel ruim 4.500 dode mezenjongen in nesten gemeld. Beide verenigingen lieten de kadavers onderzoeken, en spraken van bij het begin het vermoeden uit dat er een link kan zijn tussen de vogelsterfte en de bestrijding van buxusmotrupsen in tuintjes. De oorzaak blijft ongewis, maar de blootstelling aan bestrijdingsmiddelen staat wel vast. “Opmerkelijk is dat we in 89 van de 95 onderzochte nesten DDT ontdekten, hoewel het gebruik daarvan sinds 1974 verboden is”, zegt Geert Gommers. Van in totaal 36 actieve stoffen zijn sporen gevonden, maar telkens in hoeveelheden veel kleiner dan de LD50-waarden en over het algemeen zelfs lager dan de rapporteerlimiet. Daarom blijft men voorzichtig met conclusies trekken.

Vorig jaar kregen de verenigingen veel meldingen van ongeruste burgers over jongen van kool- en pimpelmezen die stierven in de nestkast. “Op dat moment werd de impact van vraat van buxusmotrupsen in tuinen steeds zichtbaarder, wat leidde tot het gebruik van pesticiden om dit specifiek aan te pakken. Burgers vroegen zich af of er een link gelegd kon worden tussen beide”, stelt het onderzoeksrapport van Vogelbescherming Vlaanderen en Velt.

Het is vrij normaal dat er één of meerdere jongen niet overleven in een nest, maar om na te gaan of bestrijdingsmiddelen de oorzaak kunnen zijn van sterfte onder mezen, werd een oproep gelanceerd via de campagne SOS Mezen. Het publiek kon tussen 29 maart en 15 juni dode jongen van kool- en pimpelmezen melden, en de oproep werd massaal beantwoord. De kadavers werden opgehaald en voor onderzoek naar het geaccrediteerde labo Primoris Belgium in Zwijnaarde gebracht. De stalen werden er getest op meer dan 500 bestrijdingsmiddelen en hun metabolieten.

“We zijn verrast door het hoge aantal nesten met mezenjongen die dood aangetroffen werden in de nestkast, met 1.101 meldingen en 4.516 dode jongen. Er kwamen meldingen uit alle provincies, met de meeste uit de provincie Oost-Vlaanderen”, zeggen de twee verenigingen. “In totaal troffen we 36 verschillende pesticiden in 95 mezennesten aan”, aldus Geert Gommers, expert pesticiden bij Velt. “Dat is zorgwekkend. Vooral omdat de mezen hoogstens twee weken oud waren en nog nooit buiten de nestkast waren geweest.”

Bij de aangetroffen actieve stoffen zijn zowel fungiciden, herbiciden, insecticiden als biociden. “Opmerkelijk is dat we in 89 van de 95 onderzochte nesten in tuintjes DDT ontdekten, en ook in vier van de zeven nesten in bosgebieden. Het gebruik van dit insecticide is sinds 1974 officieel verboden in België. Dat DDT na al die tijd nog steeds in onze omgeving aanwezig is, is zorgwekkend”, aldus de expert van Velt. DDT behoort tot de persistente organochloorverbindingen. Ook dieldrin en heptachlor, twee andere verboden organochloorverbindingen, werden teruggevonden.

“We worden niet blij van deze resultaten. Vooral omdat in bijna alle nesten één of meerdere pesticiden aanwezig zijn”, gaat Geert Gommers verder. In amper 4 van de 95 onderzochte nesten vonden Velt en Vogelbescherming Vlaanderen geen pesticiden terug. Het nest met het hoogste aantal verschillende chemische stoffen komt uit een tuintje in het Oost-Vlaamse Deinze. Daar werd één insecticide en zeven fungiciden gevonden, waarbij die laatste enkel erkend zijn voor professioneel gebruik zodat de link gelegd wordt met een fruitplantage naast de particuliere tuin.

Of de bestrijding tegen de buxusmot invloed heeft op mezensterfte blijft op basis van deze cijfers moeilijk te zeggen. “Hiervoor is verder onderzoek nodig”, zegt Inge Buntinx, bioloog bij Vogelbescherming Vlaanderen. “Wel vonden we in de mezenlichamen stoffen terug die gebruikt worden in de bestrijding tegen de buxusmot. Ook pesticiden waarbij voor vogels het risico als ‘hoog’ beoordeeld wordt vinden we terug in de dode mezen.”

Niet in het persbericht maar wel in het onderzoeksrapport staat te lezen dat de meeste pesticiden aanwezig zijn in een relatief lage concentratie, over het algemeen lager dan de rapporteerlimiet van 0,1 mg per kilo. De gehaltes zijn in elk geval veel lager dan hun LD50-waarden, waarbij verwacht mag worden dat blootstelling leidt tot sterfte van de halve populatie. Velt en Vogelbescherming Vlaanderen plaatsen daar twee kanttekeningen bij: “De beschikbare LD50-waarden werden voor andere vogelsoorten bepaald. Ook kan men zich de vraag stellen wat het effect is van gelijktijdige aanwezigheid van verschillende pesticiden.”

Op basis van de resultaten van dit citizen science onderzoeksproject adviseren beide verenigingen burgers om geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken in hun tuintje. Op de campagnewebsite SOS Mezen zijn de onderzoeksresultaten terug te vinden, alsook “tips om van je tuin een mezenparadijs te maken”. Vanwege de vondst van actieve stoffen die alleen erkend zijn voor professioneel gebruik luidt het advies naar de boer toe: “Ga voor een landbouw zonder pesticiden. Pas alternatieve beheers- en bestrijdingsmethoden toe.”

Omdat op voorhand de verwachting gecreëerd werd dat er een link zou zijn tussen de mezensterfte en pesticidengebruik werd het mezenonderzoek met belangstelling gevolgd door Phytofar, de Belgische vereniging van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie. “Naar de oorzaak van de mezensterfte blijft het raden. Residuen van gewasbeschermingsmiddelen werden gemeten, maar niet in hoeveelheden die het raadsel verklaren”, zegt Sigrid Maebe (Phytofar). Wat DDT betreft hoopt Phytofar dat het middel niet meer gebruikt wordt door particulieren en landbouwers aangezien het al tientallen jaren verboden is. Allicht is het niet verboden gebruik, maar historische vervuiling met DDT in bodem en water dat aanleiding geeft tot de meetwaarden. “We weten bijvoorbeeld dat DDT ook nog steeds gemeten wordt in paling door de aanwezigheid ervan in rivierbodems. De mezensterfte wordt er niet door verklaard want er is geen reden om te denken dat de DDT-vervuiling nu anders is dan vorige jaren.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Ria Heerschop voor Velt

Volg VILT ook via