nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.04.2018 Hogan beteugelt misbruik van marktmacht in voedselketen

De voedselketen is maar zo sterk als haar zwakste schakel. Landbouwers en KMO’s kunnen onvoldoende onderhandelingsmacht in de weegschaal werpen. Om hen in de toekomst te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken komt Europees landbouwcommissaris Phil Hogan met een lang verwacht wetsvoorstel. Vier van de meest nefaste praktijken, zoals bestellingen op het laatste moment annuleren, worden strikt verboden. De lidstaten zullen dat moeten handhaven. Bedrijven die zich slachtoffer voelen, kunnen hun toevlucht nemen tot een vertrouwelijke klachtenprocedure.

Tussen de verschillende marktpartijen in de voedselketen bestaan aanzienlijke verschillen in onderhandelingsmacht. Dat leidt tot situaties waarin de zwakste schakel, veelal de landbouwers, zich in een kwetsbare positie bevindt. De Europese Commissie was lang de mening toegedaan dat de voedselketen oneerlijke handelspraktijken beter zelf aanpakt. Daar werden ook pogingen toe gedaan met nationale initiatieven zoals het Ketenoverleg in eigen land en het ‘Supply Chain Initiative’ op EU-niveau. De taskforce landbouwmarkten, onder leiding van voormalig Nederlands landbouwminister Cees Veerman, maakte eind 2016 in een rapport duidelijk dat dit niet volstond. 

Een inventarisering begin dit jaar bracht de Commissie tot het inzicht dat verscheidene lidstaten weinig ondernemen tegen oneerlijke handelspraktijken. Bij het Ketenoverleg op EU-niveau hebben niet alle belanghebbenden zich aangesloten – de landbouwsector weigerde beleefd –, en handhaving van de gedragscode ligt moeilijk wanneer deelname op vrijwilligheid gebaseerd is. Landbouwers en hun organisaties rekenden op EU-commissaris Phil Hogan voor een “stok achter de deur” die ontradend werkt voor machtsmisbruik.

Vier van de meest schadelijke oneerlijke handelspraktijken wil Hogan ten alle tijden verbieden: te laat betalen voor bederfelijke voedingswaren, bestellingen op het laatste moment annuleren, contracten eenzijdig of met terugwerkende kracht wijzigen en leveranciers doen betalen voor weggegooide producten.

Andere handelspraktijken zijn enkel toegestaan als de partijen daarover vooraf een duidelijke en ondubbelzinnige overeenkomst hebben gesloten: een afnemer stuurt onverkochte voedingswaren terug naar de leverancier; een afnemer doet een leverancier die een contract in de wacht wil slepen of wil behouden daarvoor betalen; een leverancier betaalt voor de promotie of de afzet van voedingswaren die door de afnemer worden verkocht. Wanneer inbreuken worden vastgesteld, is het aan de nationale autoriteiten om sancties op te leggen die “proportioneel en ontradend” moeten zijn.

In elke lidstaat moet een overheidsinstantie belast worden met de handhaving. Op eigen initiatief of op basis van een klacht kan de handhaver een onderzoek instellen. Door klachten anoniem te laten behandelen, wil de Commissie de ‘angstfactor’ uitschakelen. Bedrijven die voor hun afzet sterk afhankelijk zijn van een afnemer zullen die handelsrelatie immers niet op het spel willen zetten, zelfs al is er sprake van machtsmisbruik door de ander. Het wetsvoorstel is van toepassing op iedereen in de voedselketen: retailer, voedingsbedrijf, groothandelaar, coöperatie, producentenorganisatie en individuele landbouwer.

“Het verbod op oneerlijke handelspraktijken waartoe vandaag het initiatief is genomen, heeft tot doel de positie van producenten en kleine en middelgrote ondernemingen in de voedselvoorzieningsketen te versterken”, legt landbouwcommissaris Phil Hogan uit. EU-commissaris voor Concurrentievermogen Jyrki Katainen heeft het over “een duidelijk statement voor eerlijker zaken doen”. Door minimumnormen vast te stellen en de handhaving te versterken, zorgt het voorstel ervoor dat marktdeelnemers onder eerlijke voorwaarden kunnen concurreren. Volgens de Commissie is er geen reden om aan te nemen dat de nieuwe regels tot prijsstijgingen voor de consument gaan leiden.

Het wetsvoorstel is geen rechtstreeks werkende verordening maar een richtlijn waaraan de lidstaten hun nationale wetgeving moeten aanpassen. De lidstaten kunnen meer maatregelen treffen indien zij dat passend achten. In veel lidstaten gelden al ambitieuzere regels. Alvorens het voorstel wet wordt, moeten het Europees Parlement en de lidstaten zich er nog over uitspreken.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VLAM

Volg VILT ook via