nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.01.2019 “Hopen op de heropleving van de korenwolf”

Schrik niet als u binnenkort iemand door Zuid-Limburgse akkers ziet kruipen. Mogelijk gaat het om onderzoekers van Hogeschool PXL, op zoek naar haartjes van de korenwolf. De analyse van die haartjes moet helpen om de korenwolf, een beschermde diersoort, tegen de dreigende uitsterving te beschermen. De korenwolf is niets om bang voor te zijn. Het is een klein, fotogeniek hamstertje waarvan in de buurt van Tongeren nu nog hooguit twintig tot dertig exemplaren voorkomen. Met de aanleg van beschermde akkers willen onderzoekers en landbouwers de diertjes ondersteunen, schrijft Het Laatste Nieuws.

De korenwolf is de grote neef van de goudhamster, die weleens als huisdier wordt gehouden. Hij is een liefhebber van graan, zaden en wortels. Vroeger werd hij beschouwd als plaagdier, omdat hij en zijn soortgenoten soms hele akkers kaalvraten. Daaraan heeft hij ook zijn angstwekkende naam te danken. Door jacht, het verdwijnen van akkerranden en het verminderen van landbouwgrond, slonk de populatie korenwolven dramatisch. Intussen zijn er nog hooguit dertig exemplaren over, op akkerlanden in de buurt van het Tongerse Widooie.

Om te voorkomen dat het dier helemaal zou verdwijnen, kreeg hij in 1999 de status van habitatrichtlijnsoort. De Europese Commissie verplichtte Nederland en België om een 'duurzame, goede instandhouding' te waarborgen. Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege kondigde vorig jaar aan om 623.500 euro opzij te zetten voor maatregelen die de populatie opnieuw moeten doen groeien.

In de eerste plaats gaat het om het uitzetten van gekweekte hamsters en de verbetering van de leefomgeving, in samenspraak met landbouwers, jagers, wetenschappers en natuurbeschermers van Natuurpunt en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). “Die uitzetting heeft nog niet kunnen plaatsvinden”, zegt professor Alain Devocht van PXL-opleiding Groenmanagement. “De natuur was er nog niet klaar voor. Het heeft geen zin om gefokte hamsters uit te zetten als ze meteen ten prooi vallen aan hun natuurlijke vijanden.”

Om een uitzetting een kans op succes te geven, worden de akkers van Widooie en omstreken nu klaargemaakt. Er worden gewassen aangeplant die tijdens het oogstseizoen blijven staan en die als voedsel en beschutting kunnen dienen. Ook bedreigde vogelsoorten als de grauwe gors en de veldleeuwerik zouden van deze maatregelen kunnen profiteren. In ruil krijgen de landbouwers een financiële compensatie. De ambitie is om de hamsterpopulatie in de komende vijf jaar te laten standhouden en indien mogelijk te laten aangroeien tot vijfhonderd burchten.

“De overlevers zullen genetisch worden onderzocht via DNA-tests”, zegt professor Alain Devocht. “Daarvoor worden eerst haren verzameld uit haarvallen, die we bij de ingang van hamsterburchten plaatsen. Uit die haartjes kunnen we een genetisch profiel opstellen, dat uniek is voor elke hamster. We kunnen dan ook de verwantschap tussen de verschillende dieren en populaties inschatten. Des te kleiner een populatie, des te groter immers de kans op inteelt, wat dan weer ten koste gaat van de overlevingskansen.”

In Nederland heeft een gelijkaardige aanpak geloond. Op een gewone graanakker overleeft slechts tien procent van de hamsters, op een beschermde akker ligt de overlevingskans op bijna vijftig procent. Er leven nu opnieuw vele honderden afstammelingen van (weliswaar gefokte) korenwolven.

Bron: Het Laatste Nieuws

Beeld: Hugo Willocx

Volg VILT ook via