nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.07.2020 ILVO gebruikt 5G voor landbouw en voeding als leidraad

De vernieuwde aandacht voor landbouw en voeding door de coronacrisis biedt kansen voor de sector, net als de ambitieuze doelstellingen die Europa in onder meer de Farm2Fork-strategie naar voor schuift. Wel is het tijd dat landbouwers meer aangesproken worden op hun ondernemerschap en dat we alle polariserende discussies over het ideaalbeeld over landbouw in 2050 stoppen. We moeten gewoon dóen, samen met de mensen op het terrein. Dat is in elk geval waar ILVO naar streeft, met de 5G voor landbouw en voeding als leidraad. Dat zei Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO, in de Commissie Landbouw van het Vlaams Parlement.

Tijdens een hoorzitting werd in de Commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid gepolst naar de impact van de coronacrisis op landbouw, visserij en platteland en gekeken welke ideeën er leven voor een toekomstgericht beleid. Een aantal sprekers werden daarbij gehoord. Joris Relaes van ILVO mocht de spits afbijten om zijn visie over het agrovoedingssysteem in het post-coronatijdperk te geven aan de parlementairen.

Veerkrachtig voedselproductiesysteem

Relaes startte zijn betoog met een aantal observaties. “De coronacrisis heeft landbouw en de voedingssector opnieuw op de kaart geplaatst als essentiële sectoren. Bovendien is het voedselsysteem overeind gebleven. Niet alleen in eigen land, maar ook op Europees en wereldniveau”, stelt hij. De coronapandemie heeft volgens hem ook duidelijk gemaakt dat ons voedselproductiesysteem een zeer veerkrachtig systeem is. “We moeten niet meteen bang zijn dat er niet voldoende voedsel zal zijn. Al kan de economische crisis die zal volgen op de coronacrisis er wel voor zorgen dat niet iedereen toegang zal hebben tot voeding.”

Tegelijk merkt de ILVO-topman op dat de structurele problemen waarmee landbouw geconfronteerd wordt, niet weg zijn. “De ecologische impact van landbouw, onevenwicht in marktmacht in de keten, economische kwetsbaarheid van bedrijven door specialisatie en schaalvergroting, sociale problemen, toegang tot het beroep en tot grond, ongezonde eetgewoonten en de loonkostenhandicap van de voedingssector: dit zijn problemen die er nog steeds zijn en aangepakt moeten worden.”

Ik sta met bewondering te kijken naar de ambities die Europa tentoonspreidt, vooral in de Farm2Fork-strategie.

Relaes wil niet zozeer stilstaan bij de problemen, maar wel bij de kansen voor de sector. “De vernieuwde aandacht voor landbouw en voedsel moeten we aangrijpen als kans. Ik sta dan ook met bewondering te kijken naar de ambities die Europa tentoonspreidt, in het bijzonder in de Farm2Fork-strategie. De integrale visie op het voedselbeleid maakt deze strategie zo bijzonder. Niet alleen de productie, maar ook de verwerking, consumptie en omgeving worden samen genomen om een geïntegreerd beleid te ontwikkelen. Het gebeurt niet vaak dat Europa zo veel lef aan de dag legt”, aldus Relaes.

Je kan volgens hem struikelen over de cijfers die in deze strategie staan, zoals de 50%-reductie voor gewasbeschermingsmiddelen, maar die zijn in zijn ogen niet zo belangrijk. “Ze geven de marsrichting aan. Europa durft hiermee te zeggen dat het zal proberen om de standaard te zijn voor duurzaamheid op wereldniveau. Dat is zeer ambitieus, offensief beleid en dat geeft energie en kracht, ook bij onze onderzoekers”, klinkt het. Al is hij realistisch genoeg om te beseffen dat het niet allemaal gaat lukken. “Maar de ambities zijn zeer hoopgevend en bieden ons een kans.”

Twee ‘maren’

Wel ziet Joris Relaes twee keer een ‘maar’ bij deze Europese ambities. “In de eerste plaats moet er meer rekening gehouden worden met de landbouwers zelf. We moeten opletten dat we niet de ene beleidstekst naar de andere over de landbouwers heen gieten. We weten allemaal dat landbouwers werken met levende materie. Dat is geen productieproces waar 100 procent zekerheid over bestaat. Als je bepaalde bemestingsnormen oplegt, dan is er geen recht evenredige correlatie met uitspoeling naar het milieu. Dat gaat enkel op voor een fabrieksomgeving, niet voor een natuurlijke omgeving”, benadrukt hij.

Ik ben ervan overtuigd dat de goede landbouwbedrijven vandaag meer kunnen dan wat opgelegd is in de milieuwetgeving.

In dat opzicht is hij een pleitbezorger voor een doelenregelgeving in plaats van een middelenregelgeving. “Geef landbouwers meer verantwoordelijkheid voor het aanpakken van problemen. Ik ben ervan overtuigd dat onze goede bedrijven vandaag meer kunnen dan wat er opgelegd is in de milieuwetgeving. Maar geef hen de kans om het zelf op te lossen en beloon hun ondernemerschap. Op deze manier kunnen ook zij een boost krijgen door de ambitieuze doelstellingen van Europa.”

Een tweede ‘maar’ die daar nauw mee verbonden is, is de nood aan een gelijk speelveld en faire handelsverdragen. Het stemt Relaes hoopvol dat Europa een nieuwe handelspolitiek heeft aangekondigd waarbij er meer aandacht gaat naar dit gelijke speelveld. Ook het feit dat huidig EU-commissaris voor Handel Phil Hogan zich kandidaat had gesteld om topman te worden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) toont in zijn ogen ook daadkracht.

5G voor landbouw en voeding

ILVO heeft in deze context meer dan ooit de ambitie om een versnelling hoger te schakelen voor landbouw en voeding, laat de administrateur-generaal van ILVO weten. “Mensen horen tegenwoordig graag slogans, vandaar dat wij er ook eentje hebben: 5G voor landbouw en voeding. We hebben net een gezondheidscrisis achter de rug en we willen dan ook 5 keer gezondheid als leidraad voor ons onderzoek nemen”, legt hij uit.

Die vijf G’s bestaan uit gezonde productie, gezonde verwerking, gezonde socio-economische relaties, gezonde consumpties en gezonde omgeving. Bij gezonde productie gaat het onder meer om onderzoek naar eiwitdiversificatie, de reductie van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of klimaat.

Als het gaat om gezonde verwerking dan valt daar bijvoorbeeld onderzoek naar voedselveiligheid onder. “Ook eiwitdiversificatie komt hier aanbod. Maar ook hier gebeurt het onderzoek met de nodige nuance. We lopen niet blind achter een bepaalde vlag aan. Overstappen naar een plantaardig dieet is immers niet zaligmakend. Zo hebben plantaardige producten de neiging om meer allergische reacties uit te lokken en moeten heel wat plantaardige producten eerst een bewerking ondergaan vooraleer ze geconsumeerd kunnen worden. Denk maar aan soja”, verduidelijkt Joris Relaes.

Als het gaat om gezonde consumptie, doet ILVO onder meer onderzoek naar de relatie tussen darmflora en voeding, maar ook naar voeding voor specifieke doelgroepen of naar de reductie van suiker, vet of zout in voeding. Voedingsbedrijven kunnen daarvoor samenwerkingen afsluiten met de Food Pilot van ILVO en Flanders' FOOD.

We hebben net een structurele samenwerking afgesloten met een landbouwbedrijf van 50 hectare dat volledig op agro-ecologische manier werkt.

In de sectie gezonde socio-economische relaties valt onderzoek naar de impact van alle grote ambities over landbouw en voeding. “We focussen onder meer op alternatieve verdienmodellen en de korte keten. Zo hebben we een structurele samenwerking afgesloten met zes korte ketenbedrijven waar we permanent mee in overleg gaan. Zij fungeren als het ware als een labo”, klinkt het.

Tot slot is er nog de vijfde G: gezonde omgeving. Daarbij wordt een gezonde bodem als basis genomen, want die is goed voor de landbouwer, voor het klimaat en voor de biodiversiteit. Aandacht gaat er onder meer naar koolstofopslag in de bodem. “Met deze insteek moeten we coalities kunnen smeden in de gepolariseerde omgeving waarin we vaak opereren”, meent Relaes. Een andere belangrijke focus in het onderzoek is de reductie van emissies. “Maar het gaat om onderzoek waar heel wat onzekerheden over bestaan en waar veel subjectieve zaken bij komen kijken.”

Biodiversiteit in agrarisch gebied is ook een aspect van een gezonde omgeving. Op dat vlak had hij nog een primeur mee voor de Commissie. “We hebben net een structurele samenwerking afgesloten met een landbouwbedrijf van 50 hectare dat volledig op agro-ecologische manier werkt”, aldus Relaes.

Tot slot somde hij ook nog de principes op waardoor ILVO zich laat leiden voor zijn onderzoek. Die principes zijn een betere bodemgezondheid, het verbeteren van diergezondheid op een geïntegreerde manier, het sluiten van nutriëntencycli, het nastreven van een hoge biodiversiteit, het verminderen van externe inputs, het versterken van de weerbaarheid en van de autonomie van landbouwbedrijven, het versterken van leefbaarheid op het platteland en van de band tussen producent en consument en het streven naar co-creatief onderzoek.

Agro-ecologische principes

“Ik denk dat niemand tegen deze principes kan zijn. Nochtans zijn dit eigenlijk de principes van agro-ecologie. Als ik dit bij het begin van mijn uiteenzetting had gezegd, had ik waarschijnlijk gefronste wenkbrauwen gezien”, meent Relaes. Hij vindt dan ook dat het moet gedaan zijn met polariserende discussies over het ideaalbeeld van landbouw in 2050. “Agro-ecologie wordt daarbij vaak afgezet tegen conventionele landbouw, maar we moeten stoppen met palaveren. We moeten gewoon doen en dingen in gang zetten. Wij proberen dat alvast te doen in de praktijk, met de mensen die actief zijn op het terrein.”

Een voorbeeld maakt op dat vlak veel duidelijk voor hem. “We hebben zonet een robot ontwikkeld voor een CSA-bedrijf. Het systeemdenken van dit bedrijf is anders, maar ze gebruiken wel hoogtechnologisch materiaal”, luidt het. Bij ILVO wordt er geen keuze gemaakt. “Al die vlaggen interesseren ons niet. We hebben in deze coronatijd ontdekt dat diversiteit heel belangrijk is en dat we alle vormen van landbouw nodig hebben”, besluit Joris Relaes. 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via