nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

26.09.2014 ILVO-onderzoek helpt kringlopen te sluiten

Na een jaar onderzoek stelt ILVO de eerste onderzoeksresultaten van zijn GeNeSys-project voor. GeNeSys staat voor Gebruik van Nevenstromen als Systeeminnovatie en omvat verschillende onderzoeken die nagaan hoe voedselverliezen zo veel mogelijk vermeden kunnen worden, hoe productiemiddelen efficiënter kunnen worden ingezet en hoe kringlopen zo goed mogelijk gesloten kunnen worden.

Om de verspilling van restromen uit de landbouw en visserij een halt toe te roepen, lanceerde het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek vorig jaar GeNeSys, een soort paraplu voor verschillende onderzoeksprojecten die een bepaald aspect van de problematiek belichten. Het project werpt nu zijn eerste vier vruchten af in de vorm van doctoraten over een innovatiemodel, over restromen in de fruit- en groenteteelt en de visserij, en over compostering.

Een eerste onderzoeksproject ontwikkelde een blauwdruk voor een nieuw innovatiemodel, gebaseerd op het SIC-model (System Innovation Cycle). Het model vormt een leidraad voor het uitbouwen van het innovatieproces en het vormen van een netwerk dat rekening houdt met alle betrokken partijen, maar dat ook toelaat om het model voortdurend aan te passen aan de specifieke eigenschappen van de reststroom in kwestie.

Een ander, concreter onderzoek ging na hoe de restromen uit de fruit- en groenteteelt op een meer duurzame manier kunnen worden gevaloriseerd. Er werd daarbij onderscheid gemaakt tussen de oogstresten en productuitval bij de teler, de productieverliezen bij de verwerkende industrie en de overproductie die ontstaat op de veiling. De onderzoekers zien kansen voor toepassingen in de humane voeding en de diervoeding.

De gecentraliseerde beschikbaarheid, namelijk op de veilingen, is daarbij een troef. De variabele kwaliteit, de beperkte houdbaarheid en de ongelijke aanvoer vormen dan weer een obstakel. Tomatenstengels kunnen als basis dienen voor karton, maar de stengels zijn slechts beschikbaar na de oogst, en dan in grote hoeveelheden, terwijl karton continu wordt geproduceerd. Een aangepaste logistieke keten zou volgens de onderzoekers soelaas kunnen bieden.

De wetgeving omtrent afval speelt daarbij een niet onbelangrijke rol: ze beïnvloedt de beschikbaarheid, de prijs en de toepassing van tuinbouwreststromen. De onderzoekers juichen toe dat de definitie van afval en bijproducten bijgeschaafd wordt, zodat reststromen niet meteen het label 'afval' meekrijgen. Zo’n versoepeling zet de deur naar valorisatie open.

Ook in de visserijsector blijven heel wat restromen onderbenut. Het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid bepaalt dat bijvangst niet meer terug mag worden gegooid, waardoor er een nieuwe bron van visresten ontstaat die bovenop de vis komt die niet verkocht raakt in de veiling, en bovenop de ondermaatse garnalen, de afgekeurde vis en het visafval. Die resten worden momenteel nauwelijks benut, zo stelden de onderzoekers vast.

De nevenstromen hebben nochtans heel wat potentieel. Ze kunnen verwerkt worden tot vismeel en visolie voor toepassingen in voedingssupplementen, diervoeding en industriële toepassingen. Andere, minder gekende opties zijn het ensileren (inkuilen) en hydrolyseren (behandeling met enzymen) van visreststromen. Zo wordt vissilage onder meer gebruikt als bemestingsmiddel en brijvoeder voor varkens. Maar de valorisatie van deze reststroom staat nog in de kinderschoenen.

Rode draad doorheen de verschillende onderzoeksprojecten is de zoektocht naar de hoogst mogelijke valorisatie. In eerste instantie is dat binnen de voedingsketen, in tweede instantie de veevoeding, omdat de biomassa zo onrechtstreeks opnieuw in de voedingsketen terechtkomt. Pas daarna kan bekeken worden of de restromen kunnen fungeren als grondstof in diverse industrieën zoals farmacie en cosmetica, en of ze in aanmerking komen voor compostering en vergisting.

Het GeNeSys-project wil de komende drie à vier jaar blijven focussen op concrete ideeën die "van A tot Z" worden uitgewerkt, op basis van het participatieve SIC-model en de opgebouwde expertise. De onderzoekers willen daarvoor een beroep doen op de stakeholdersnetwerken rond de drie bestaande valorisatietrajecten, maar heten bedrijven of organisaties die zich in deze of latere fases in één van de projecten herkennen meer dan welkom.

Meer info: alle thematische rapporten vind je hier.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Fertile Fibre

Volg VILT ook via