nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Binnenkort sashimi van gekweekte grijze garnaal?
24.11.2014   ILVO onderzoekt opportuniteiten en methoden om grijze garnalen te kweken

Nu de dagen korter worden en de temperaturen gevoelig zakken, houden de garnalen het voor bekeken aan onze kust en migreren ze naar dieper water. In de aquaria van het ILVO daarentegen worden de garnalen met argusogen gevolgd want daar wordt hard gewerkt aan een procedure om grijze garnalen te kweken. Dat is een uitdaging, zowel op biologisch als technisch vlak, maar de onderzoekers zetten door want aquacultuur met garnalen is veelbelovend. “Via kweek zouden we de nichemarkt voor grote levende garnalen kunnen invullen én zouden we mogelijkheden creëren op het vlak van productkwaliteit en duurzaamheid”, zegt Daan Delbare van ILVO.

Hoe belangrijk is de grijze garnaal voor de Vlaamse markt?
De grijze garnaal, in het Latijn Crangon crangon, wordt ook wel eens de “Kaviaar van de Noordzee” genoemd en wordt door veel mensen beschouwd als de lekkerste garnaal ter wereld. Dat weerspiegelt zich in de aanlandingen: jaarlijks wordt er door de Europese vloot van garnaalvissers meer dan 30.000 ton grijze garnaal aangeland met een waarde van 100 miljoen euro. Daarvan is ongeveer 90 procent afkomstig is uit de Noordzee. Ongeveer 850 ton Noordzeegarnalen wordt aangeland door de Belgische garnaalvissers, maar de Belgen nemen wel de consumptie van maar liefst de helft van de totale Europese aanlanding voor hun rekening! Belgen zijn dus garnaalvreters en dat zien we duidelijk in verschillende nationale gerechten, zoals “tomate crevette” en “garnaalkroketten”.

Als er zoveel wildvang is, waarom zouden we dan garnalen willen kweken?
Daar zijn eigenlijk veel redenen voor, maar de aanleiding voor het onderzoek was de stijgende vraag naar grote levende garnalen. Levende grijze garnaal wordt al langer aangevoerd en verhandeld in sommige Europese landen, en een vrij groot deel van de door Vlaamse vissers gevangen levende grijze garnaal was bestemd voor de Franse markt. Ondanks het feit dat de vraag groot was naar levende garnaal, werd deze activiteit in Vlaanderen afgebouwd vanwege te beperkt en te arbeidsintensief. De levende grijze garnalen worden namelijk verzameld uit de laatste sleep en moeten manueel gesorteerd worden. Bovendien blijkt het aandeel van grijze garnaal groter dan 70mm in de vangsten maar ongeveer twee procent te bedragen. Er bestaat met andere woorden een nichemarkt voor grote levende grijze garnalen, maar er kan niet aan de vraag voldaan worden door de Vlaamse garnaalvissers. Het is die nichemarkt die we met aquacultuur kunnen opvullen.

Je zei dat er ook nog andere redenen waren?
Jazeker, want de kweek biedt een boel mogelijkheden naar diversificatie, kwaliteit en duurzaamheid toe. Doordat de in het wild gevangen garnalen meteen na het vangen en sorteren gekookt worden aan boord, zijn de bewaarduur en de mogelijkheden tot verdere verwerking beperkt. Toch is de weg die de grijze garnaal aflegt tussen het vangen en consumeren vrij lang. De gekookte garnaal wordt namelijk doorgaans gekoeld getransporteerd naar lage loonlanden zoals Marokko om gepeld te worden. Daarna worden ze terug getransporteerd om dan gedistribueerd te worden en nog enkele dagen in de rekken van de winkels te liggen. Om dit traject mogelijk te maken, worden aanzienlijke hoeveelheden bewaarmiddelen en additieven (bvb. benzoëzuur) gebruikt, en die tasten jammer genoeg de smaak van de garnalen aan. Het aanbieden van grote, rauwe garnalen biedt een oplossing voor een groot aantal van die knelpunten.

visserij_ILVO.geVILT.jpg

Culinair gezien kan je met rauwe garnalen bijvoorbeeld veel meer doen dan met gekookte: je kan ze rauw opeten als sashimi, of je kan ze stomen, grillen, marineren en bakken. Maar je kan ze uiteraard nog steeds koken, maar dan in sterker gecontroleerde omstandigheden dan aan boord waardoor de bewaarduur van de garnalen nog sterker zal verhogen en er minder bewaarmiddelen nodig zijn. De continue kweek van garnalen kan ook complementair zijn aan de seizoensafhankelijke en jaarlijks variërende wildvangst en kan de visserijdruk op de wilde populaties en op hun leefomgeving verminderen, vooral als de vraag naar garnalen blijft stijgen. Laten we ook de werkgelegenheid niet vergeten, zowel in de kwekerij als bij de voederproducenten. Zelfs dat voeder biedt mogelijkheden. Aangezien garnalen aaseters zijn, kan er voeder ontwikkeld worden op basis van de bijvangst uit de visserij. Die bijvangst mag volgens de recente aanlandingsverplichting niet meer overboord worden gegooid, maar door die om te vormen tot voeder zouden we garnalen kunnen kweken op reststromen.

Is aquacultuur dan de enige manier om versheid en duurzaamheid na te streven?
Nee, er zijn ook andere initiatieven. Zo verricht ILVO met enkele garnaalvissers onderzoek naar verduurzaming van de garnalenvisserij, o.a. door gebruik te maken van rolsloffen en elektrische pulsen bij het vissen. In 2008 werd ook het kwaliteitslabel “Purus” in het leven geroepen. De grijze garnaal met dit label wordt door Vlaamse garnaalvissers binnen de 12 uren aangeland en worden binnen de 24 uren verhandeld. Hierdoor is er geen gebruik van bewaarmiddelen en additieven noodzakelijk. De Vlaamse Schelpdier- en Vis Coöperatie ging daarna nog een stapje verder door levende grijze garnaal onder het exclusief label “North Sea Life” aan te leveren, maar zoals gezegd voldoet het aanbod niet aan de stijgende vraag. Aquacultuur is niet de enige manier om op een duurzamere manier kwaliteitsvolle garnalen te bekomen, maar met het opstarten van kweekinstallaties zouden we wel meerdere vliegen in één klap kunnen slaan.

Is de kweek van garnalen ook praktisch haalbaar?
Wel, tijdens een eerder onderzoek naar de effecten van TBT (Tributyltin, een giftige stof die vroeger in scheepsverf verwerkt werd om begroeiing van de romp tegen te gaan) op de groei en ontwikkeling van de grijze garnaal bleek dat het houden van de grijze garnaal in gevangenschap niet voor de hand liggend was. Daarom werd een nieuwe onderzoekslijn opgestart waarin de kweekmogelijkheden van grijze garnaal worden onderzocht en geoptimaliseerd. Na een uitgebreide literatuurstudie die meer dan 100 jaar onderzoek op grijze garnaal omvat, hebben we nu een grote zak met puzzelstukjes en het is aan ons om de stukjes in elkaar te passen. Zo blijkt dat de grijze garnaal in het wild een lengte kan bereiken van 80mm in twee jaar tijd. Uit de beschikbare groeidata kon echter opgemaakt worden dat bij een optimale temperatuur (zonder lage temperaturen in de winter) en continu voldoende voedsel de grijze garnaal diezelfde lengte kan bereiken in één jaar tijd. Verder blijkt de voeding een belangrijke rol te spelen.

garnaal2_ILVO.geVILT.jpg

In een eerste deel van het onderzoek werd gekeken naar het optimaliseren van het dieet (vers of diepvries), waardoor we in staat waren de grijze garnaal voor verschillende maanden in gevangenschap te houden met een duidelijke groei. In een volgende stap zal gekeken worden naar de ontwikkeling van een artificieel voeder, mogelijks op basis van bijvangst uit de visserij, teneinde de proeven in de toekomst beter te kunnen standaardiseren. Daarnaast werd ook de broedhuistechniek voor de groei van de in de waterkolom levende larven onder de loep genomen. Het ILVO slaagde er in de larven op te kweken tot juvenielen, die in tegenstelling tot de larven op en in de bodem leven. We slaagden er echter nog niet in om de levenscyclus volledig te sluiten, vooral omwille van kannibalisme, en dus moeten de kweektechnieken nog verder geoptimaliseerd worden.

Hoe willen jullie dat aanpakken?
Daarvoor willen we verder bouwen op onderzoeksresultaten betreffende de groei van insecten gebaseerd op zogenaamde “nucleaire receptoren (NRs)”. Dit zijn eiwitten die door binding met andere stoffen (liganden) geactiveerd kunnen worden, en die dan specifieke DNA-stukjes in een gen kunnen herkennen. Ze kunnen dan ook gaan binden op dat gen en de expressie ervan beïnvloeden. Nucleaire receptoren kunnen met andere woorden genen aan- en uitzetten, en op die manier een invloed uitoefenen op de groei, ontwikkeling, vervelling en voortplanting van de garnaal. Door in kaart te gaan brengen welke nucleaire receptoren actief zijn in de verschillende levensfases, willen we meer inzicht krijgen in de voorkeur van de grijze garnaal voor parameters zoals temperatuur, saliniteit en voedersamenstelling.

En dan verwachten jullie garnalen te kunnen kweken in aquacultuurinstallaties?
Om eerlijk te zijn: dat is nog onzeker. Er is namelijk nóg een factor die waarschijnlijk aan de basis ligt van het moeilijk slagen van de kweek van grijze garnaal en dat is het Crangon crangon Baculo Virus (CcBV). Dit virus is ongevaarlijk voor planten en gewervelden (en dus ook voor de mens), maar het veroorzaakt sterfte bij de grijze garnaal, vooral wanneer de dieren blootstaan aan stress, bijvoorbeeld bij suboptimale kweekomstandigheden. Een bijkomende doelstelling van het project is dan ook om de virulentie van het CcBV stil te leggen via een vaccin op basis van RNA-interferentie (RNAi). Dit komt er op neer dat het overschrijven van het genetische materiaal van het virus wordt geblokkeerd zodat het virus bepaalde eiwitten niet meer kan aanmaken en onschadelijk wordt.

Als het dan uiteindelijk lukt om garnalen te kweken, wat willen jullie er dan mee doen?
Voor mij als wetenschapper zal een gekweekte garnaal zeer waardevol zijn als testorganisme in bijvoorbeeld onderzoek naar de invloed van vervuilende stoffen en hormonale verstoorders op schaaldieren, maar qua toepassing mikken we uiteraard vooral op de commerciële mogelijkheden. Het is namelijk ons doel om alle verworven kennis over te maken aan potentiële kwekers, zodat zij op grote schaal garnalen kunnen produceren. Het moet echter wel duidelijk zijn dat een gekweekte grijze garnaal geen concurrentie is voor de gekookte garnaal vanuit de visserij. De commerciële kweek van grijze garnaal kan wél een nichemarkt voor levende grijze garnaal binnen Europa op een continue wijze bevoorraden, en dus een commerciële rol gaan spelen.

Is er genoeg steun voor dergelijke initiatieven opdat de gekweekte garnalen een succesverhaal kunnen worden?
Aquacultuur heeft in de loop der jaren een negatief imago gekregen door onder andere antibioticagebruik en het gebruik van vismeel, maar door innovatie en een streven naar duurzaamheid is er veel veranderd. Bovendien wordt de druk op onze wilde populaties van vis, schaal- en schelpdieren steeds groter en moeten we andere manieren zoeken dan wildvang om aan de stijgende vraag te voldoen. Ook de Vlaamse overheid streeft er naar om een marktgerichte aquacultuursector uit te bouwen met het oog op toekomstige behoeften van voeding, energie en natuurlijke hulpbronnen. Ten slotte stelt de consument steeds hogere eisen qua duurzaamheid en kwaliteit. De garnalenkweek kan aan al deze voorwaarden voldoen, dus ja, ik geloof dat er binnenkort gekweekte garnalen op de markt zullen zijn.

Meer info: Delbare D, Cooreman K., Smagghe G. (2014) Rearing European brown shrimp (Crangon crangon, Linnaeus 1758): a review on the current status and perspectives for aquaculture. Reviews in Aquaculture 6: 1–21

Bron: |

Beeld: ILVO

In samenwerking met: ILVO

Volg VILT ook via