nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Worden alle mogelijkheden benut? Een case-studie over zorglandbouw
24.06.2013  Multifunctionele landbouw en plattelandsontwikkeling

Zorglandbouw biedt zorg op maat voor verschillende types zorgvragers, zoals jongeren uit de jeugdzorg of mensen met een verstandelijke beperking. De zorgvragers kunnen een tijdje meedraaien op een boerderij. Zorglandbouw in Vlaanderen ziet er anders uit dan in Nederland, Duitsland, Oostenrijk of Noorwegen. De formules verschillen, de financieringsbronnen ook. De veerkracht van het systeem in tijden van crisis of verandering eveneens. Sociologen legden verschillende systemen onder de loep. Naargelang het denkkader dat dominant is, krijg je mogelijkerwijze een andere invulling van het begrip ‘zorglandbouw’. In hun onderzoek hebben Joost Dessein van de ILVO-eenheid Landbouw en maatschappij, Michiel de Krom (UGent/ILVO) en Bettina Bock (WUR, Nederland) drie discoursen rond zorglandbouw ontrafeld en geanalyseerd. Wie goed leest, haalt er ideeën uit over innovatieve, creatieve plattelandsontwikkeling en verbreding die ons tot op heden in Vlaanderen onbekend zijn. De nogal eenzijdige benadering van zorglandbouw vanuit het zogenaamde multifunctionele landbouw-discours lijkt in Vlaanderen immers de toekomstmogelijkheden te beperken.

Waarom een studie over zorglandbouw?
Joost Dessein (ILVO): Zorglandbouw was voor de onderzoekers slechts een case om de plattelandsontwikkeling als breder fenomeen te bestuderen. Zowel in Vlaanderen als Europa is momenteel een interessante evolutie bezig om het platteland te herpositioneren in de bredere samenleving door het aantrekkelijker, toegankelijker, waardevoller en nuttiger te maken voor die samenleving. Wat stel je vast als je naar de samenleving kijkt? Er is de opkomst van de netwerksamenleving, met toenemende mobiliteit en nieuwe verbindingen tussen stad en platteland. Er is de toenemende vergrijzing en de toename van het wellness-fenomeen, waarin levenslange vitaliteit, gezondheid en welzijn als belangrijke individuele waarden op de voorgrond treden. Het samengaan van een aantal van die maatschappelijke evoluties kan een vruchtbare voedingsbodem opleveren voor activiteiten die gezondheid, welzijn, voedsel en landbouw met elkaar verbinden.

"Multifunctioneler maken van landbouw is in Vlaanderen het dominante discours voor plattelandsontwikkeling"

Het multifunctioneler maken van de functie ‘landbouw’ op het platteland is één benadering, één interpretatie, één mogelijke (belangrijke) driver van plattelandsontwikkeling. Bij ons wordt de zorglandbouw graag aangehaald als een puik voorbeeld van deze ‘multifunctionele ommekeer’. Wij hebben zorglandbouw als case-study gekozen om te zien in hoeverre de dominantie van het MFL-discours (multifunctioneel landbouwdiscours) de plattelandsontwikkeling bepaalt en in specifieke richtingen stuurt, en wat hiervan de gevolgen zijn. Het onderzoek is gebaseerd op diverse databronnen, waaronder meetings met experten en praktijkmensen in diverse Europese projecten, de deelname aan diverse stakeholderfora in Vlaanderen en Nederland, relevante rapporten en wetgevende teksten en een reeks kwalitatieve interviews.

Hoeveel van die denkframes rond zorglandbouw hebben jullie in Europa gevonden?
Michiel de Krom (ILVO–UGent): In een eerste stap hebben we de verschillende zorglandbouw-discoursen in Europa in een (ideaaltypisch) drieluik gestructureerd. Het MFL-discours benadert zorglandbouw als één van de vele activiteiten die landbouwers op hun boerderij ontwikkelen om bij te dragen tot de economische performantie en/of maatschappelijke aanvaarding van landbouw. Daarnaast hebben wij het volksgezondheidsdiscours (VG) zien opduiken. Dat discours onderstreept de therapeutische effecten van het actief zijn in een natuurrijke omgeving. Hiervoor kan een boerderij een geschikte omgeving zijn, maar de landbouwer en zijn landbouwactiviteiten op zich zijn van ondergeschikt belang. Het sociale inclusie discours (SI) tenslotte focust op de re-integratie van personen die sociaal uitgesloten zijn via arbeid op landbouwbedrijven. Door groepen actoren die het discours vorm geven en ook in praktijk omzetten (discours coalities) materialiseren discoursen in praktijken, in praktische uitingen en in wijzen van organiseren en financieren. Deze praktijken kunnen op hun beurt weer inspireren tot bestendiging of verandering van discoursen, in een continue wisselwerking.

zorgboerderij11.jpgWe constateren dat de verschillende verhoudingen tussen de drie aangehaalde discoursen gerelateerd zijn aan verschillende zorglandbouwpraktijken. Alhoewel de werkelijkheid genuanceerder is, stellen we bijvoorbeeld vast dat de dominantie van het VG-discours in Duitsland en Oostenrijk verbonden is aan het bestaan van therapeutische tuinen en boerderijen die zijn ingebed in gezondheidsinstellingen. In Italië en Ierland is zorglandbouw vaak georganiseerd in coöperatieven, onder invloed van het SI-discours. Het MFL-discours is dan weer dominant in Vlaanderen, Nederland en Noorwegen, met het aanbieden van zorglandbouw op reguliere landbouwbedrijven.

Tussen Vlaanderen en Nederland zijn er ook verschillen. Vroeger zaten beide landen in de organisatie van zorglandbouw toch dichter bij elkaar?
Joost Dessein (ILVO): Zorglandbouw in Vlaanderen en Nederland kende tot enkele jaren geleden een gelijkaardige praktijk: hoofdzakelijk betrof het de opvang van zorgvragers op reguliere, familiale landbouwbedrijven die voor hun bedrijfsinkomen afhankelijk zijn van primaire productie (akkerbouw, tuinbouw, veeteelt, enz.), al dan niet in combinatie met vormen van verbrede landbouw zoals thuisverwerking en -verkoop of hoevetoerisme. Maar dan zijn de verhoudingen tussen de relevante discoursen in Vlaanderen en Nederland anders gaan liggen. Dit uit zich in verschillende vormen van institutionalisering van de zorglandbouw en in het bijzonder van de financiering ervan – hetgeen ook zijn weerslag heeft op de dagdagelijkse zorglandbouwpraktijk en de toekomstmogelijkheden ervan.

zorgboerderij 2.jpgIn Vlaanderen is het MFL-discours door de jaren heen dominant gebleven. Zorglandbouw wordt er nog steeds eerder beschouwd als een maatschappelijk verantwoorde activiteit dan als een economisch rendabele bedrijfstak. Uiteraard wordt de activiteit goed institutioneel omkaderd met kwaliteitsafspraken, een steunpunt, en een gedegen matching van zorgvrager en zorgaanbieder, maar tegelijkertijd wordt benadrukt dat zorglandbouw een informele zorgactiviteit is en blijft op reguliere landbouwbedrijven. De dominantie van het MFL-discours heeft ertoe geleid dat bijvoorbeeld het VG-discours slechts in beperkte mate bij de institutionalisering en financiering van de activiteiten betrokken is, en dat de zorgverlening enkel wordt gecompenseerd met een subsidie van het Departement Landbouw en Visserij die gederfde inkomsten vergoedt.

"Nederlandse zorgboerderijen professionaliseerden en vragen een marktconforme prijs"

In Nederland heeft een verdergaande integratie van het MFL-discours en het VG-discours plaatsgevonden die zich uit in een liberalisering van de zorglandbouw. De sector werd geprofessionaliseerd, met bedrijven die zorg aanbieden en voor die dienstverlening een marktconforme prijs vragen. Deze bedrijven worden - onder strikte voorwaarden conform andere gezondsheidsinstellingen - erkend als zorginstelling en kunnen daardoor een beroep doen op financiering via het mechanisme van het persoonsgebonden budget. Dit leidt tot een verdere professionalisering en institutionalisering, maar ook tot een toename van de specialisatie als zorgboerderij en tot schaalvergroting in de zorglandbouw. Het samengaan van beide discoursen leidt ook tot nieuwe arrangementen, zoals zorgboerderijen in de stad(srand).

Zijn er lessen te trekken uit de studie? Hebben jullie voor- en nadelen gevonden bij elk van de drie ‘kaders’ waarin de zorglandbouw zich ontwikkelde?
Joost Dessein (ILVO): De openheid naar meerdere discoursen in Nederland, en de erop volgende liberalisering van de zorglandbouw, heeft gemaakt dat de sector kwetsbaarder werd. Zo heeft de recente economische crisis tot een substantiële reductie geleid in de gezondheidsbudgetten, wat de koopkracht van de zorgvragers verlaagt. De schaalvergroting en toenemende specialisatie én concurrentie hebben in Nederland ook de ‘traditionele zorglandbouw’ op reguliere, familiale landbouwbedrijven wat verdrongen. De historische dominantie van het MFL-discours in Vlaanderen maakte het systeem vrij stabiel, maar bracht ook relatief weinig creatieve en innovatieve ontwikkelingspaden met zich mee. De huidige randvoorwaarden voor zorglandbouw, en het niet-economische karakter ervan, laten bijvoorbeeld niet toe om in een stadscontext een zorgboerderij op te starten en hierdoor nieuwe urbaan-rurale verbindingen te maken. De onafhankelijkheid van evoluties in de markt heeft er bij ons wel voor gezorgd dat het systeem de economische crisis meer veerkrachtig doorstaat. Op voorwaarde natuurlijk dat de landbouwsector blijvende interesse heeft in zorglandbouw om haar license to produce van de samenleving te verkrijgen.

Meer weten? De studie is zopas gepubliceerd in het internationale vakblad Journal of Rural Studies. Lees de vergelijkende studie of de studie die enkel inzoomt op Vlaanderen.

Bron: |

In samenwerking met: ILVO

Volg VILT ook via