nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Melkveehouder krijgt de sleutel voor verdere verduurzaming in handen
16.09.2013  Duurzaamheidsmonitoring Belgische melkveehouderij

De voorbije twee decennia hebben Belgische melkveehouders hun productie met 11 procent verhoogd terwijl het aantal koeien met 39 procent gedaald is. Het hogere melkrendement van een kleinere veestapel zorgde voor een aanzienlijke milieuwinst. Zo is de broeikasgasuitstoot van een kilo rauwe melk tussen 2000 en 2010 met maar liefst 20 procent gedaald. Verduurzaming overlaten aan de ondernemers in de melkveehouderij is dus verrassend effectief. Daarom willen landbouworganisaties en zuivelindustrie op hetzelfde elan doorgaan. Een melkveehouder kiest zelf of hij nog meer inspanningen wil doen en welke dat zijn. Wel moet hij een duurzaamheidsinventaris invullen die vanaf 2014 aan het IKM-lastenboek wordt toegevoegd. Maar dat is dan meteen ook de enige verplichting, en ze komt er uit welbegrepen eigenbelang. Via deze objectieve inventarisatie zal de sector kunnen aantonen welke inspanningen hij levert en welke vooruitgang hij jaar na jaar boekt.

Het landbouwareaal in ons land bestaat voor 507.000 hectare (38%) uit blijvend grasland. Een koe zet al dit gras om in voor de mens voedzame melk. Hoewel melk door zijn hoge voedingswaarde vriendelijker is voor het klimaat dan veel andere dranken, ontsnapt de melkveehouderij niet aan vragen over duurzaamheid. “Onze afnemers willen weten welke inspanningen de zuivelsector levert. En de concurrenten uit de soja-industrie promoten hun producten met, soms opgeklopte, cijfers op het vlak van land- en watergebruik en CO2-uitstoot”, vertelt Renaat Debergh van de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ).

Melkveehouderij is ‘van nature’ duurzaam bezig
kalf.melkveehouderij.2.jpgGelet op de forse verbetering van zijn milieuprestaties is de Belgische zuivelketen niet zinnens in zijn schulp te kruipen. Met onverholen trots wordt meegedeeld dat de melkproductie per koe met ongeveer 15 procent is toegenomen terwijl de hoeveelheid veevoeder niet significant veranderde. In 2010 werd met 500.000 koeien 11 procent meer melk geproduceerd dan wat met 825.000 dieren mogelijk was in 1990. Voor de vervanging van de melkkoeien werd 46 procent minder jongvee aangehouden. Meer efficiëntie vertaalde zich onder meer in een lager verbruik van kunstmest en krachtvoeder, wat op zijn beurt resulteerde in winst voor boer én milieu.

Studiebureau ERM becijferde dat de koolstofvoetafdruk van een kilo rauwe melk tussen 2000 en 2010 daalde van 1,28 naar 1,02 kilo CO2-equivalenten (-20%). De zuivelindustrie is, vooral via het energieverbruik van het verwerkingsproces, verantwoordelijk voor 12 procent van de broeikasgasuitstoot van een kilo UHT-behandelde halfvolle melk. Vermeldenswaard is het brandstofverbruik per liter opgehaalde melk dat tussen 2005 en 2012 met 9 procent daalde. Aangezien de melkveehouderij verantwoordelijk is voor 88 procent van de koolstofvoetafdruk valt bij de primaire producenten de meeste winst inzake verduurzaming te rapen.

Boer is zelf aan zet
De bal wordt dus in het kamp van de melkveehouders gelegd, niet in het minst omdat zij de voorbije twee decennia uit eigen beweging al heel wat duurzamer zijn gaan werken. Ook in toekomst zal een verdere verduurzaming van de boer zelf komen en niet van hogerhand opgelegd worden. Dat is zo afgesproken tussen de landbouworganisaties (ABS, Boerenbond en FWA) en de zuivelindustrie (BCZ). Het geloof in eigen kunnen is groot in de landbouwsector. “Een melkveehouder is van nature bezig met duurzaamheid omdat hij zijn bedrijf wil doorgeven aan de volgende generatie”, klinkt het in de brochure die de ‘duurzaamheidsmonitoring melkveehouderij’ uit de doeken doet.

melkveehouderij.M-team_M-team.1.jpgNiemand kan beter de prioriteiten voor verduurzaming op een melkveebedrijf kiezen dan de melkveehouder zelf. Om hem daarin te begeleiden, hebben landbouworganisaties en zuivelindustrie een lijst met 35 duurzaamheidsinitiatieven geselecteerd. Vanaf 2014 wordt deze inventaris aan het IKM-lastenboek toegevoegd. Terwijl het lastenboek bol staat van de verplichtingen inzake voedselveiligheid is de inventaris niet veel meer dan een hulpmiddel om de vrijwillige aanpak inzake duurzaamheid gestalte te geven.

Aanpak op maat van de melkveebedrijven
Renaat Debergh legt uit wat de bedoeling is: “Dankzij de inventaris - en de verplichte invulling ervan door alle melkveehouders - worden de inspanningen ter verduurzaming van de melkveehouderij meetbaar en kunnen we er ook over communiceren. Elke melkveehouder duidt de initiatieven aan die hij al realiseerde en degene die hij wil proberen. Hoeveel dat er zijn, is afhankelijk van de bedrijfsspecifieke mogelijkheden en maakt de melkveehouder zelf uit. De toekenning van het IKM-certificaat staat volledig los van het aantal nieuw gekozen en het aantal reeds gerealiseerde duurzaamheidsinspanningen.”

De individuele melkveehouder mag als het ware zelf zijn pad uitstippelen naar een sociale, economisch en ecologisch duurzame bedrijfsvoering. Ieder jaar wordt bij een derde van de melkveehouders de vooruitgang gemeten zodat hierover gerapporteerd kan worden. Tijdens de driejaarlijkse audit voor IKM zal de toepassing van duurzaamheidsinitiatieven door een individuele melkveehouder geverifieerd worden zodat het enquêteformulier een objectieve weergave is van de inspanningen die op een bedrijf gebeuren.

In oktober krijgt elke melkveehouder achtereenvolgens een nieuwsbrief van IKM met meer uitleg, en een gedrukte brochure die de duurzaamheidsmonitoring uitgebreid voorstelt. Op een infonamiddag in Beveren werden de eerste exemplaren uitgedeeld. Daaruit leren we dat de 35 duurzaamheidsinitiatieven in zeven thema’s gebundeld worden: diergezondheid, dierenwelzijn, energie, milieu, dierenvoeding, water en bodem en, tot slot, sociale initiatieven. Elk van de 35 duurzaamheidsinitiatieven is meetbaar zodat de evolutie opgevolgd kan worden. “Sommige zaken kan je wel willen, maar niet meten”, grapt Debergh.

Wat gebeurt er al en wat is nog mogelijk?
koeborstel.jpgEen melkveehouder die binnenkort de proef op de som neemt, zal tot de vaststelling komen dat duurzaamheid een grotere rol speelt in zijn bedrijfsvoering dan hij zelf voor mogelijk hield. Bovendien bestaat de kans dat een aantal – of heel wat – van de 35 duurzaamheidsinitiatieven reeds toegepast worden op het bedrijf. Inzake diergezondheid kan dat het dragen van melkhandschoenen zijn of samen met de bedrijfsdierenarts een plan van aanpak opstellen voor verantwoord antibioticumgebruik. Mogelijke initiatieven op het vlak van dierenwelzijn zijn bijvoorbeeld een vrije loopstal, een comfortabele ondergrond waar de koeien op kunnen liggen en vachtverzorging via een koeborstel of het scheren van de dieren in het najaar.

Een melkveebedrijf dat het energieverbruik omlaag wil, kan met een energiescan starten. Andere initiatieven die op het lijstje voorkomen, zijn spaarlampen, hernieuwbare energie, recuperatie van de condensatiewarmte van de melkkoeltank, enz. In de categorie milieu wordt vooral gekeken naar beheerovereenkomsten en agromilieumaatregelen (erosiebestrijding, weidevogelbeheer, beheer van kleine landschapselementen, enz.). Op het vlak van diervoeding is duurzaamheidswinst te boeken – voor wie het nog niet doet – door vlinderbloemigen te telen, de krachtvoederaankopen te beperken en van elke graskuil de voederwaarde te laten analyseren.

Inzake water en bodem worden melkveehouders warm gemaakt voor het gebruik van alternatieve waterbronnen, hergebruik van water, grondontleding, bemestingsadvies en een mestanalyse in het voorjaar. De sociale duurzaamheid wordt voornamelijk gemeten aan de hand van verbredingsactiviteiten zoals kijk- of zorgboerderij, hoevewinkel of gastenverblijf.

(ecologische + sociale winst) x kostenbesparing = €€€
De duurzaamheidsinventaris is uitgetest bij 135 melkveehouders zodat de start in 2014 vlot kan verlopen. Wanneer er nieuwe inzichten inzake duurzaamheid opduiken, kunnen landbouworganisaties en zuivelindustrie nog sleutelen aan de lijst. De komende maanden gaan zij samen met alle andere professionelen in de zuivelketen werk maken van het sensibiliseren van melkveehouders. Debergh gelooft in de slaagkansen van deze vrijwillige aanpak, te meer omdat de boer economisch voordeel doet bij een groot deel van de 35 initiatieven.

melk5.jpg“Duurzaamheid is marktgedreven”, zegt Eddy Leloup van zuivelcoöperatie Milcobel. “Zowel industriële afnemers als de retail vragen er heel sterk naar. Meer nog, duurzaamheid wordt een voorwaarde om te mogen leveren aan grote afnemers.” Daarom is de zuivelindustrie de drijvende kracht achter de nieuwe, gemeenschappelijke aanpak. Leloup legt uit waarom het gemeenschappelijke aspect zo belangrijk is: “We willen geen wedloop om ter duurzaamste melk, en ook geen opsplitsing van melkstromen tussen meer en minder duurzame melk.”

Vrijwillige aanpak wint (aan) vertrouwen
Luc Rogge van Colruyt laat doorschemeren dat de retail toch vragende partij is voor melk die zich kan “onderscheiden” in de winkelrekken. De oplossing is zo simpel als “wie meer wil, moet daar ook meer voor betalen”. Dat kan je afleiden uit het belang dat Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche hecht aan economische duurzaamheid, dat als een noodzakelijke voorwaarde aan sociale en ecologische duurzaamheid voorafgaat. Wanneer je dat uit het oog verliest, versterk je het wantrouwen bij de boeren die nog meer eisen op zich zien afkomen zonder voor hun inspanningen vergoed te worden.

De keuze voor een generieke, vrijwillige aanpak is op dat vlak alleszins een stap vooruit. “De ganse melkveehouderij boekt vooruitgang zonder zich te verliezen in een opbod tussen de melkerijen. We worden als sector niet uit elkaar gespeeld. Keerzijde is dat de mogelijkheden om een meerwaarde te realiseren door het ontbreken van differentiatie beperkt zijn”, verduidelijkt Vanthemsche. Vrijwilligheid als uitgangspunt noemt hij vernieuwend voor de landbouwsector omdat de verwachtingen van afnemers in het verleden altijd in lastenboeken vol verplichtingen werden gevat.

Danone_Stal_02.jpgOp enkele jaren tijd zal de duurzaamheidsmonitoring een vrij volledige inventarisatie geven van alle duurzaamheidsinitiatieven op melkveebedrijven. Door aan te tonen dat er vooruitgang is, zal de melkveehouderij van de maatschappij krediet krijgen om te ondernemen. Zowel bij landbouworganisaties als zuivelindustrie is de wil aanwezig om de duurzaamheidsmonitoring te doen slagen. Gewoon al van het overlopen van de lijst met mogelijke duurzaamheidsinitiatieven zal een duidelijk sensibiliserend effect uitgaan. Het maakt melkveehouders meer bewust van de inspanningen die ze al doen en zal hen inspireren om nieuwe dingen uit te proberen.

Vermits duurzaamheid hoog op de agenda van de zuivelsector staat, zullen de melkveehouders kunnen rekenen op begeleiding vanuit de zuivelindustrie en de adviesdiensten van de landbouworganisaties. Zij zullen intermediairen zoals DGZ, CRV en de boekhoudkantoren aansporen om tools te ontwikkelen zodat de conformiteit van bepaalde initiatieven eenvoudig bewezen kan worden. Zowel aan Waalse als aan Vlaamse onderzoeksinstellingen lopen heel wat projecten die betrekking hebben op de initiatieven uit de duurzaamheidsmonitoring van de melkveehouderij. De regionale overheden financieren niet alleen wetenschappelijk onderzoek, maar verlenen ook steun aan de producenten via onder meer de agromilieuverbintenissen en beheerovereenkomsten.

Bron: eigen verslaggeving/Duurzaamheidsmonitoring van de melkveehouderij

Beeld: VILT/Danone/M-team

Volg VILT ook via