nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

De juiste staltemperatuur is de basis voor een goede start
30.09.2013  Temperatuur in braadkippenstallen

De toenemende antibioticaresistentie vormt een grote bedreiging voor zowel mens als dier. Om deze resistentieontwikkeling te beperken, is het een must om maximaal in te zetten op het gezond houden van de kuikens om zo de sterfte en het antibioticagebruik in de hand te houden. Dit kan door de kuikens op te vangen onder optimale omstandigheden. Het Proefbedrijf Pluimveehouderij heeft het voorbije jaar onderzoek gedaan naar die optimale omstandigheden. De staltemperatuur was hierbij één van de onderzochte factoren.

Wanneer een kuiken uit het ei komt, is het nog volop in ontwikkeling. Jonge kuikens kunnen hun lichaamswarmte niet zelf regelen. Ze zijn hiervoor afhankelijk van de omgevingswarmte. Wil men zorgen voor een goede opstart met weinig sterfte, is het noodzakelijk dat de kuikens in de stal in optimale omstandigheden opgevangen worden. Een pluimveestal moet voor de opzet opgewarmd worden tot een hoge temperatuur van 34 à 35 °C. Dit is noodzakelijk om de gewenste temperatuur van 28 °C op dierniveau - op het strooisel - te verkrijgen. Daarnaast moet de pluimveehouder ook rekening houden met de relatieve vochtigheid, luchtsnelheid en luchtkwaliteit om de optimale omstandigheden te creëren.

Temperatuurverschil in de stal
In de proef op het Proefbedrijf Pluimveehouderij is gekeken naar effecten bij verschillende starttemperaturen. Daarvoor is men afwisselend vertrokken van een hoge starttemperatuur (36 °C) en een lagere starttemperatuur (34 °C). In de daaropvolgende dagen werden deze omgevingstemperaturen stelselmatig afgebouwd (zie figuur).

Figuur 1: hoge versus lage staltemperatuur
figuur1.gif
Er is een positief effect van de staltemperatuur op de kuikentemperatuur. Zo ligt de kuikentemperatuur hoger bij een hoge staltemperatuur, dan bij een lage. Hierbij is er een duidelijk verschil tussen lichte en zware kuikens. Lichte kuikens, uit broedeieren van jonge moederdieren, hebben een lager startgewicht dan zware kuikens (uit de broedeieren van oudere moederdieren). Uit de proef blijkt dat de kuikentemperatuur bij lichte kuikens gedurende verschillende dagen hoger ligt bij een hoge staltemperatuur in vergelijking met een lage staltemperatuur. Bij zware kuikens is het verschil in kuikentemperatuur alleen zichtbaar tijdens de eerste dag. Dit wil zeggen dat lichte kuikens meer baat hebben bij een hoge staltemperatuur dan zware kuikens.

Figuur 2: kuikentemperatuur bij lichte kuikens
figuur2a.gif

Figuur 3: kuikentemperatuur bij zware kuikens
figuur2b.gif
‘Hoge staltemperatuur zorgt voor lagere sterfte tijdens de eerste week’

Een hogere staltemperatuur draagt volgens de proef ook bij tot een lagere sterfte tijdens de eerste week. Bij lichte kuikens is het verschil het grootst. Zo zien we een totale sterfte op 36 dagen van 3,99 procent bij een hoge staltemperatuur in vergelijking met 5,33 procent sterfte bij een lagere staltemperatuur. Het afstemmen van de temperatuur op de herkomst van de kuikens is dus een efficiënt middel om de sterfte beter in de hand te houden.

Energie en bedrijfsrendement
Een hogere staltemperatuur brengt logischerwijs ook een hoger energieverbruik met zich mee. Daarom is het energieverbruik voor de verwarming van de stallen tijdens de proef continu gemeten. Bij het gebruik van een hoge staltemperatuur lag het energieverbruik gemiddeld een kwart hoger. Omgerekend naar verbruik in liter petroleum komt dit neer op een meerverbruik van gemiddeld 27 liter petroleum per 1.000 kuikens. Wanneer een liter petroleum 0,90 euro kost, dan wordt de verwarming dus zo'n 24 euro duurder per 1.000 kuikens. Voor een gemiddelde stal met 30.000 kuikens spreken we al snel van een meerprijs van 720 euro. Bij de lichte kuikens kan die deels gecompenseerd worden door het beter technisch resultaat als gevolg van de lagere sterfte. Maar bij zwaardere kuikens is dit niet het geval.

‘Energieverbruik ligt gemiddeld 25 procent hoger bij hoge staltemperatuur’

Let wel op, in deze proef is de hoge temperatuur gedurende een lange periode aangehouden. Indien men bij de opzet een voldoende hoge temperatuur aanhoudt, moet het mogelijk zijn om de temperatuur in de tweede en derde week sneller af te bouwen mét behoud van de positieve effecten. In dat geval zal de meerkost voor de verwarming minder hoog zijn.

Advies van het Proefbedrijf Pluimveehouderij
Kris De Baere: “We adviseren om de stal voor de opzet van de kuikens steeds optimaal voor te bereiden op het opvangen van zwakkere kuikens. Eens de kuikens in de stal zitten, is het immers moeilijker om te corrigeren. Voor de pluimveehouder betekent dit dat hij zijn stal goed moet opwarmen voor de aankomst van de kuikens, met een minimale vloertemperatuur van 28 °C. De staltemperatuur moet afgestemd zijn op de soort kuikens: lichte versus zware kuikens. Bij lichte kuikens is het aangewezen om de staltemperatuur 1 à 2 °C hoger in te stellen tijdens de eerste dagen. Gedurende de daaropvolgende dagen en weken moet de pluimveehouder naast de staltemperatuur ook de relatieve luchtvochtigheid en het gedrag van de kuikens in het oog houden. Bij veranderingen zal hij moeten bijsturen waar nodig.”

De vaststellingen uit dit proefonderzoek vragen de nodige aandacht van de pluimveehouder. Aangezien elke stal anders is, zullen de optimale omstandigheden dit ook zijn. Het is van groot belang dat elke pluimveehouder voor zijn bedrijf en zijn stallen de omstandigheden goed opvolgt en via het management bijstuurt waar nodig.

Meer weten? Lees het volledige rapport op www.proefbedrijf.be

Bron: |

In samenwerking met: Proefbedrijf Pluimveehouderij

Volg VILT ook via