nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Er is opnieuw actiebereidheid bij de boeren"
14.04.2009  Camiel Adriaens - ABS

De Vlaamse land- en tuinbouw verliest één van zijn meest markante figuren van de voorbije twee decennia. Na 22 jaar voorzitterschap bij het ABS zet Camiel Adriaens (65) een stapje opzij om plaats te maken voor de jonge garde. In een terugblik op zijn carrière passeren ups and downs de revue: de oprichting van het ABS, de dood van twee kinderen, de relatie met Boerenbond, en natuurlijk de vele betogingen.

Wat herinnert u zich nog van uw jeugdjaren?
Camiel Adriaens: Ik heb een vrij zorgeloze jeugd kunnen slijten op het ouderlijke bedrijf in Gistel. Dat was een gemengde boerderij met akkerbouw, varkens en een vijftiental melkkoeien. Daarnaast hadden we ook vier paarden, want de mechanisatie was nog niet op gang gekomen. Omdat zowat alles manueel moest gebeuren, hadden de landbouwbedrijven destijds nog veel personeel in dienst. Ik herinner me dat bij ons twee arbeiders meehielpen. Maar dat belette niet dat ik mee meststoffen moest helpen uitstrooien op het land. Zelfs dat gebeurde in die tijd met de hand, dagen aan een stuk. Maar ook het plezier dat we op onze velden beleefd hebben aan de paarden is me altijd bijgebleven. Toen ik acht jaar oud was, reed ik al rond met die dieren.

Was er een andere optie dan boer worden?
Eigenlijk niet. Met vier zussen en geen enkele broer was ik voorbestemd om landbouwer te worden. Maar de boerenstiel zat ook echt in mijn genen. Vooral de nieuwe machines fascineerden me enorm: ik heb de eerste tractoren en maaidorsers zien arriveren in onze streek. Bovendien had ik het geluk dat mijn vader me heel vroeg de teugels van het bedrijf in handen gaf zodat ik naar hartenlust kon experimenteren met de nieuwe technieken. Van zodra ik weer thuis kwam van het internaat, zat ik aan machines te sleutelen om mijn nieuwe kennis in de praktijk uit te testen.

Je hebt je middelbare studies voltooid op de landbouwschool van Moeskroen. Vanwaar die keuze?
Er viel helemaal niet te kiezen. Het was de keuze van mijn ouders, en daarmee was de kous af. Zonder een woord Frans te kennen, ben ik ginder aan mijn middelbare studies begonnen. Toen ik vertrok voor de eerste schooldag was ik meteen weg voor zes weken. Maar maak je geen zorgen, na vijf jaar kon ik alles heel goed expliceren. (glimlacht)

Hoe heeft u de oprichting van het ABS in 1962 beleefd?
Hoewel ik maar negentien jaar oud was, werd ik bij de start meteen verkozen om te zetelen in het arrondissementeel bestuur van de regio Oostende. Maar de eerste vergaderingen en betogingen waren eigenlijk al het jaar voordien begonnen. De acties kwamen overgewaaid uit Wallonië. Van mijn vroegere schoolkameraden kreeg ik regelmatig de vraag om deel te nemen aan die manifestaties. Mijn kennis van het Frans kwam me goed van pas om het actieterrein te helpen verleggen naar Vlaanderen. Ik moet toegeven dat ik al heel snel ook de microbe van het actievoeren beet had.

Wat was destijds de aanleiding om op straat te komen?
Als boer voelde ik meteen aan dat er iets niet klopte in onze sector. Ook vroeger waren de melkprijzen veel te laag. En we verkochten biggen van twintig kilogram voor amper 180 frank. Dat moest veranderen, en het enige instrument om dat te bereiken waren boerenbetogingen. Nadat we op straat gekomen waren om het suikerregime aan te klagen, verdubbelde de prijs in een jaar tijd tot 1.200 frank per ton. Plots bleek heel veel mogelijk te zijn. Dat was natuurlijk een stimulans om door te zetten.

Dezer dagen zijn betogingen meestal gericht tegen maatregelen van de overheid, of het gebrek eraan. In de jaren zestig lagen de kaarten nog helemaal anders?
We hebben inderdaad ook betoogd tegen de lakse houding van Boerenbond. Aan de top van die organisatie waren destijds geen boeren te bespeuren, en op de koop toe lieten de grote bonzen de malaise in onze sector zomaar op hun beloop. Onze acties veroorzaakten nogal wat opschudding, omdat uiteindelijk ieder van ons op de een of andere manier bindingen had met Boerenbond. Zo is mijn moeder bijvoorbeeld 25 jaar lang voorzitster geweest van de Boerinnenbond. Voor haar was het allesbehalve evident om plots zo’n halve revolutionair in huis te hebben. Maar dat veranderde snel omdat het ABS er in slaagde om in een jaar tijd een heel pak jonge sympathisanten achter zich te scharen. Daardoor waren zelfs de fabrieksdirecteurs in de verwerkende industrie plots bereid om hun deuren te openen voor een gesprek. Het ledenaantal van ABS is trouwens permanent blijven stijgen, tot ongeveer een tiental jaren geleden.

Hadden de jonge boeren het in de jaren zestig en zeventig makkelijker dan de jonge landbouwers vandaag?
Vijftig jaar geleden waren de boeren gefocust op hun manuele arbeid. Van bedrijfsstrategie hadden ze niet veel kaas gegeten vanwege de beperkte scholingsgraad. Van zodra de boeren met hun boerderij in de puree raakten, was er één remedie die steevast hielp: nog twee uur langer werken of vijf varkens meer houden. Die aanpak werkt vandaag helaas niet meer. Als je geen rendement kan puren uit duizend varkens, zal het ook niet lukken met tweeduizend dieren. Het levert alleen een gigantische schuldenlast op. Op het eerste zicht zou je denken dat grotere bedrijven heel wat schaalvoordelen kunnen benutten. Maar door mijn lange ervaring in het boerenmilieu heb ik geleerd dat grotere bedrijven steeds nadrukkelijker specialiseren, waardoor de kosten toch weer oplopen. Dat is misschien een afwijking van de klassieke economische theorieën, maar toch is het zo.

In 1987 ben je voorzitter geworden van het ABS, maar tegelijkertijd ben je een groot landbouwbedrijf blijven runnen. Die combinatie is toch crazy?
We hebben zeer harde periodes meegemaakt, want drie jaar na mijn huwelijk moest ik het hele bedrijf van mijn ouders kopen. Samen met mijn vrouw heb ik dan ook keihard gewerkt, en we hebben vooral zeer goed leren tellen. Gelukkig heeft het me nooit ontbroken aan strategisch inzicht. Daardoor zijn we er in geslaagd om de omvang van het landbouwbedrijf tijdens mijn carrière te verdriedubbelen. En mijn ervaring als bedrijfsleider kwam dan weer goed van pas om de werking van het ABS in goede banen te leiden. Eigenlijk is alles een kwestie van planning, werkverdeling, en vooral heel veel werken. Ik heb nog altijd maar vijf uur slaap nodig. In sommige periodes sliep ik gemiddeld drie uur per nacht.

Waarom wilde u voorzitter worden van het ABS?
Onze organisatie heeft altijd jonge mensen in haar rangen gehad die beseften dat ze collectief de boot zouden ingaan indien ze niet zelf het heft in handen namen. Dat uitgangspunt heeft me altijd geboeid. Daarnaast ben ik er fier op dat ik de vereniging meer dan twintig jaar heb kunnen samenhouden, want je mag niet vergeten dat het ABS vóór mijn voorzitterschap twee pijnlijke breuken heeft meegemaakt. Ik heb misschien de gave dat ik ingewikkelde zaken kan uitleggen in boerentaal, maar tegelijk heb ik steeds iedereen aan het woord gelaten om een draagvlak te creëren voor de beslissingen die genomen moesten worden.

Heeft u in de beginjaren ooit gedacht dat uw voorzitterschap 22 jaar zou duren?
Helemaal niet, want de normale termijn is vier jaar. Maar toen mijn mandaat beëindigd was, werd ik met unanimiteit herkozen. Achteraf heeft dat scenario zich nog meermaals herhaald. Zelf heb ik wel in onze statuten laten opnemen dat een voorzitter automatisch afscheid moet nemen van zodra hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. En voilà, ik ben nu de eerste voorzitter op wie die regel van toepassing is.

Op privévlak bent u niet gespaard gebleven van grote tegenslagen?
Ik heb meer dan mijn portie tegenslag moeten verwerken. Eén van mijn twee dochters is op tienjarige leeftijd verongelukt toen ze met de fiets een weg overstak, en één van mijn twee zonen is bezweken aan een ziekte toen hij amper vier jaar oud was. Dat gebeurde allemaal in een tijdsspanne van twee jaar, net vóór ik voorzitter werd van het ABS. Die klappen zijn heel hard aangekomen… (stilte)

Hoe heeft u dat verwerkt?
Je moet vooruit, hé. Ik had het geluk dat ik elke dag werd meegezogen in mijn werk. Mijn vrouw heeft het veel moeilijker gehad. Eigenlijk is ze die verschrikkelijke tegenslagen nooit te boven gekomen.

Het ABS stond vroeger bekend om zijn harde acties. Maar dat heeft de organisatie ook handenvol geld gekost?
Ik heb in totaal ongeveer zeventig betogingen geleid. Alles samengeteld, hebben we ongeveer vijf miljoen frank moeten neerdokken voor vernielingen. Maar we hadden die harde acties nodig om door de overheid erkend te worden als gesprekspartner. Mede onder druk van Boerenbond heeft het lang geduurd vooraleer we systematisch gehoord werden in de Wetstraat. We hebben onze positie letterlijk moeten bevechten.

Is het sop de kool waard geweest?
Natuurlijk besef ik dat sommige manifestaties onze spaarpot en ons imago geen deugd gedaan hebben. Maar het was een tweesnijdend zwaard, want de boeren waren enorm tevreden over die acties. Voor een voorzitter van een landbouworganisatie is het niet altijd makkelijk om in te schatten hoever hij kan gaan.

Zou je sommige dingen met je kennis en evaring van vandaag vroeger anders aangepakt hebben?
Het is duidelijk dat onze stijl in vergelijking met twintig jaar geleden geëvolueerd is. Nu zetten we maximaal in op onderhandelingen en kiezen we pas voor de straat als het echt nodig is. Vroeger deden we het juist andersom. Ik had trouwens een systeem uitgedokterd waarmee ik in amper een uur tijd duizend boeren kon mobiliseren, met als gevolg dat de rijkswacht bijna iedere keer te laat kwam om in te grijpen. Dat soort organisatietalent had ik ontwikkeld tijdens mijn legerdienst. (lacht)

Heb je toch geen gevaarlijk spel gespeeld? Als voorzitter had men je individueel verantwoordelijk kunnen stellen voor baldadigheden.
We hebben altijd zorgvuldige afwegingen gemaakt. Bovendien had ik tijdens betogingen altijd mannetjes aan mijn zijde om de troepen in geval van nood tot de orde te roepen. Dat is goed gelukt, want eigenlijk is de toestand maar één keer echt uit de hand gelopen…

Dat was in 1989 tijdens een ‘bezoek’ aan een provinciaal kantoor van de Vlaamse Milieumaatschappij in Aalst?
Dat klopt. Nadat we tijdens een manifestatie in Zaventem tegen de eerste mestboetes nogal hardhandig aangepakt werden door de ordediensten, zijn de stoppen bij de woedende betogers in één van onze bussen doorgeslagen. Op eigen houtje beslisten ze om het VMM-kantoor in Aalst kort en klein te slaan. Een kwartier na hun aankomst lagen alle computers, faxen en papieren in verband met de mestboetes op het gazon. Twee jaar na de feiten hebben de boeren die boetes alsnog ontvangen. Die toestand heeft het ABS finaal een schadevergoeding van drie miljoen frank opgeleverd.

En dan was er nog de mest die jullie op de wagen van Vlaams minister van Leefmilieu Norbert De Batselier gekieperd hebben?
Dat incident werd door de socialisten fel opgeblazen, want er heeft hooguit een paar kilogram mest op die wagen gelegen. Met een beetje water was het er zo afgespoeld. Op het moment zelf was De Batselier heel kwaad, maar achteraf zijn we nog de beste maten geworden.

In het ledenblad Drietandmagazine heeft u nooit verlegen gezeten om straffe uitspraken. Geef toe dat u graag eens tegen de schenen schopte van Boerenbond en Milcobel.
Het behoort nu eenmaal tot het takenpakket van de voorzitter van ABS om alle spelers in de productieketen wakker te houden. Als zoiets lukt, is dat een goeie zaak voor de boeren. Het is belangrijk dat er minstens twee grote landbouworganisaties blijven bestaan, ook al zijn veel boeren lid bij zowel Boerenbond als ABS. De situatie in Wallonië toont aan dat de boeren niet gebaat zijn met een fusie. Bovendien is het ook niet zo dat we nog met getrokken messen tegenover Boerenbond staan. In heel veel dossiers plegen we gezamenlijk overleg, en dat is maar goed ook.

Welk dossier heeft u als voorzitter van het ABS het meeste plezier bezorgd?
Toen in 1990 de varkenspest uitbrak, was toenmalig landbouwminister Paul De Keersmaecker niet van plan om vergoedingen uit te keren. Hoewel de West-Vlaamse provinciegouverneur het ons formeel verboden had, zijn we toch met tractoren over de E40 van Jabbeke tot in Erpe-Mere gereden. Toen heeft de minister me in allerijl opgebeld om te komen onderhandelen in Brussel. Daags nadien waren de vergoedingen een feit. Ook tijdens de dioxinecrisis hebben we heel intensieve gesprekken moeten voeren om overbruggingskredieten los te weken. Dat we in dergelijke crisismomenten het verschil kunnen maken voor onze boeren schenkt me heel veel voldoening.

Zijn er ook momenten geweest dat je het niet meer zag zitten?
Het dossier van de suikerhervorming hebben we grandioos verloren. De suikerbiet was de belangrijkste pijler van het inkomen op heel veel landbouwbedrijven. Intussen is de productie fors teruggeschroefd en is de prijs met een derde gedaald. We gingen in Brussel betogen tegen die maatregelen, maar er kwamen nog geen duizend van de in totaal 20.000 Belgische bietenplanters opdagen. Op de terugweg naar huis heb ik me toen afgevraagd of het allemaal nog wel de moeite waard was. Gelukkig zie ik vandaag opnieuw een heropleving van de actiebereidheid bij de landbouwers.

Verrast u dat?
Toch wel. Je mag immers niet vergeten dat er vroeger zoveel volk rondliep op een boerderij dat altijd wel iemand gemist kon worden. Vandaag is het voor de bedrijfsleiders veel moeilijker om zomaar een dag op stap te gaan voor een betoging.

De melkactiedag van het ABS was een groot succes, maar daarmee is de crisis nog niet voorbij?
We gaan nu eerst planten en zaaien, maar daarna komen we opnieuw op straat als Europa er blind voor blijft dat zelfs onze beste bedrijven kopje onder dreigen te gaan. De acties zullen op een gedisciplineerde manier gebeuren, maar op basis van hetgeen we in ons achterhoofd hebben, zullen het allicht harde acties worden. Het is zeker niet de bedoeling om de gewone sterveling te treffen met wegblokkades, maar vergeet niet dat België als transitland heel makkelijk plat te leggen is. Het volstaat om twee knooppunten te blokkeren.

Bent u optimistisch over de toekomst van de Vlaamse land- en tuinbouw?
Absoluut. De huidige generatie landbouwers is enorm competent. Ze beschikken over de knowhow en het kapitaal om aan de top van de Europese landbouw te blijven meedraaien. Als we waakzaam blijven op het vlak van kwaliteit en veiligheid moeten we zeker geen schrik hebben.

Bent u zelf bevreesd voor het zwarte gat?
Het komende jaar ga ik mijn opvolger wat wegwijs maken. En ik blijf ook voorzitter van het Nationaal Agrarisch Centrum, dat zich onder de koepel van ABS bezighoudt met naschoolse vorming. Ik zou er graag een futuristische instelling van maken, maar daarover zal ik ongetwijfeld nog meer dan één keer moeten onderhandelen met de minister.

Poll: Gelooft u dat de diepe crisis in de landbouwsector tegen het eind van het jaar grotendeels opgelost zal zijn?

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via