nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.10.2019 Fedagrim zoekt vergeefs "boer-gerichte" beleidsdoelen

“Het Vlaams regeerakkoord maakt een goede analyse van de land- en tuinbouw, maar bevat verder weinig concrete maatregelen om het voortbestaan van landbouwbedrijven te verzekeren.” Zo reageert toeleveranciersfederatie Fedagrim op de plannen die N-VA, CD&V en Open Vld ontvouwen. Uit bezorgdheid voor de lage rendabiliteit in de sector en het afhaken van steeds meer bedrijfsleiders formuleerde Fedagrim een aantal beleidsvoorstellen, maar hun out-of-the-box-idee omtrent een grondenbank werd bijvoorbeeld niet opgepikt. “De duivel zit in het detail”, is algemeen geformuleerde kritiek op het regeerakkoord die ook voor landbouw van toepassing is. In het ongewisse blijft bijvoorbeeld de aangekondigde hervorming van het NER-systeem voor veebedrijven.

“We geven onze land- en tuinbouwers alle kansen om hun job uit te voeren”, zo staat te lezen in het regeerakkoord van de nieuwe Vlaamse regering. Fedagrim, een federatie van een breed scala aan toeleveranciers van de landbouw (van stallenbouw tot landbouwmachines), vindt dat een goed voornemen. Minder te spreken, is de organisatie over de concrete accenten die gelegd worden. “Die maatregelen zullen niet leiden tot een verhoging van het inkomen van de boeren. Nochtans één van de grootste pijnpunten van onze landbouw”, aldus Fedagrim-voorzitter Johan Colpaert. “Wie wil gemiddeld 70 uur per week werken voor minder dan 1.000 euro per maand? Daar willen boeren een oplossing voor!”

Fedagrim plaatst het behoud van een eigen landbouw in België, de kwaliteit van onze voedselvoorziening en het recht van landbouwers op een leefbare en rechtvaardige renumeratie voor hun bijdrage aan de samenleving centraal. In zijn memorandum vertaalde de sectorfederatie dit in vijf concrete beleidsmaatregelen: een actiever grondenbeleid met de oprichting van een Grondenbank; een prijzenobservatorium dat landbouwers betere garanties biedt op loon naar werken; een efficiëntere overheid; een ‘level playing field’ in internationaal verband en een tandje bijsteken wat de promotie van eigen landbouwproducten betreft.

Al die onderwerpen worden in het regeerakkoord wel aangeraakt, maar niet op de manier die Fedagrim voor ogen had. Voor de moeilijke toegang tot landbouwgrond moet de oplossing bijvoorbeeld niet van een Grondenbank naar Frans model komen, maar van een hervorming van de Pachtwet. Over ‘beter loon naar werken’ zegt het regeerakkoord: “Het overleg binnen de agrovoedingsketen moet versterkt worden en we ondersteunen de opstartfase van nieuwe producenten- en brancheorganisaties. We dringen er bij de federale overheid op aan om de nieuwe Europese richtlijn oneerlijke handelspraktijken snel om te zetten. We moeten land- en tuinbouwers versterken, zodat ze meer marktmacht kunnen ontwikkelen en niet het weerkerend slachtoffer zijn van de voedselketen.”

Wat het overheidsapparaat betreft, voorziet het regeerakkoord in een omvorming van het Departement Landbouw en Visserij naar een Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Samen met het Vlaams landbouwonderzoeksinstituut ILVO en promotieorgaan VLAM (een extern verzelfstandigd agentschap, nvdr.) vormde de landbouwadministratie tot nog toe één beleidsdomein. Het nieuwe agentschap wordt zowel voor beleidsvoorbereiding als -uitvoering verantwoordelijk zodat het geen terugkeer is naar de oude splitsing tussen een uitvoerend agentschap en een beleidsdepartement voor landbouw en visserij.

Vernieuwend is dat het beleidsdomein Landbouw & Visserij één economische cluster gaat vormen met de samengevoegde departementen Economie, Wetenschap en Innovatie enerzijds en Werk en Sociale Economie anderzijds. Naar de naam van het nieuwe beleidsdomein, en de betekenis daarvan, is het voorlopig raden. Het strookt alleszins met de ministerporteuille van Hilde Crevits, die behalve voor landbouw ook verantwoordelijk wordt voor werk en economie.

Verder erkent de nieuwe Vlaamse regering de rol van VLAM, maar wordt in overleg met de sector wel een hervorming in het vooruitzicht gesteld: “Daarbij zullen duidelijke keuzes gemaakt worden. Centraal staat de keuze voor een evenwichtig, gezond en gevarieerd voedingspatroon met lokale producten.” Agrovoedingsproducten uit Vlaanderen genieten wereldwijd faam. De ambitie om dat nog te versterken, lees je meteen daarna: “VLAM blijft de internationale voedingspromotie versterken. Een nauwe samenwerking met Flanders Investment & Trade bij de prospectie naar nieuwe afzetmarkten is evident. Meer aandacht moet gaan naar het opbouwen van stabiele relaties zodat exportstromen niet onderbroken worden met impact op onze producenten.”

Zo kort na het door de landbouwsector fel ter discussie gestelde handelsakkoord met de Mercosur-landen zegt het Vlaams regeerakkoord weinig over de ‘level playing field’ die Fedagrim zo belangrijk vindt om onze boeren en tuinders toekomstperspectief te bieden. De tekst komt niet verder dan: “We blijven inzetten op het Vlaamse kwaliteitsverhaal en we bewaken de Europese en internationale handelspositie van onze land- en tuinbouwers. Bij het omzetten van Europese regelgeving hanteren we geen strengere regels (‘no gold plating’).”

Dat laatste blijkt relatief wanneer het over dierenwelzijn gaat want drie pagina’s verder staat te lezen: “De landbouwsector neemt dierenwelzijn ernstig. We zetten de evolutie naar de top verder en nemen hiervoor samen met de sector de nodige stappen.” En in het hoofdstuk over dierenwelzijn wordt een verbod op verrijkte kooien voor leghennen in het vooruitzicht gesteld terwijl het pas van 2012 – het Europees verbod op klassieke kooien – geleden is dat pluimveehouders hun stallen heringericht hebben.

Eén en ander doet Fedagrim besluiten dat het Vlaams regeerakkoord “veel te weinig gericht is op de boer zelf”. “Hoe zal er bijvoorbeeld gezorgd worden voor de continuïteit van de nog overblijvende landbouwbedrijven? Wij vinden namelijk dat ons land nog altijd in staat moet blijven om voor zijn eigen voedselproductie in te staan. Daarvoor hebben we echter een goed uitgestippeld beleid nodig”, gaat Colpaert verder. Fedagrim wil een constructieve gesprekspartner zijn in het debat over landbouw zodat de voorzitter besluit: “We dringen aan op een volgehouden, constructieve dialoog met alle stakeholders om in gezamenlijk overleg tot concrete en doeltreffende maatregelen te komen.”

De voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat, Hendrik Vandamme, liet reeds verstaan dat veel zal afhangen van de vertaling van dit regeerakkoord in de beleidsnota’s van de verschillende vakministers. Welke kant het zal opgaan, wordt namelijk in een aantal voor landbouw erg belangrijke dossiers open gelaten. Zo lees je over het erosiebeleid dat het “na evaluatie bijgestuurd wordt”. En over de nutriëntenemissierechten van veebedrijven: “We hervormen het systeem zodat het meer bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen op vlak van waterkwaliteit, klimaat en luchtkwaliteit.”

Fedagrim organiseert op 4 december om 18 uur op Agribex een landbouwparlement om de problematiek verder te bespreken. Landbouwers zijn van harte welkom.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via