nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

09.10.2019 Vakblad Veeteelt gaat op zoek naar 'beste graslandboer'

Veeteelt, een vakblad voor rundveehouders, gaat op zoek naar ‘de beste graslandboer van Nederland en Vlaanderen’. Een weide ziet altijd groen, maar het ene gras is het andere niet. Dat wordt meteen duidelijk wanneer je de zeven genomineerden overloopt. “In onze beoordeling bekijken we of de visie die de ondernemer heeft op grasland ook op zijn bedrijf goed tot uiting komt in vakmanschap, passie en duurzaamheid”, zegt de juryvoorzitter. Via de Veeteelt-website kan iedereen zijn stem uitbrengen, bijvoorbeeld voor de enige Vlaming onder de genomineerden. “Het gras van natuurgronden wordt gezien als een afvalproduct. Mijn koeien van het Kempische roodbonte dubbeldoelras brengen dat zo goed mogelijk tot waarde”, vertelt bioboer Kurt Sannen uit Diest.

Rundveehouders hebben hun hart verloren aan koeien, maar in het vakblad Veeteelt merk je dat ze ook met veel passie kunnen spreken over gras. “De beste kaas maak je van melk die volledig afkomstig is van gras. Omdat wij op de boerderij kaas maken van alle melk, willen we zo lang mogelijk zo veel mogelijk vers gras in de koe”, vertelt melkveehouder Jan Dirk van de Voort uit de Nederlandse gemeente Lunteren. Hij is één van de zeven genomineerden voor de wedstrijd ‘Beste graslandboer van Nederland en Vlaanderen’. De jersey-koeien op het bedrijf zijn een opvallende verschijning.

Net als de deelnemende bedrijven zelf is ook hun graslandbeheer erg verschillend. Dat maakt het voor de vakjury moeilijk kiezen. Juryvoorzitter is Agnes van den Pol, werkzaam als lector grasland en beweiding bij Aeres Hogeschool in Dronten. Zij vertelt in Veeteelt dat die diversiteit het niet eenvoudig maakt: “We hadden geen afstreeplijstje en beoordeelden de bedrijven niet alleen op harde kengetallen. Elke ondernemer vertelde vol trots over de rol van gras op zijn bedrijf. Die trots en passie voor gras stralen ze ook uit naar hun omgeving, naar collega’s en zeker ook naar burgers.”

Het lezerspubliek van Veeteelt, dat zowel uit Vlamingen als uit Nederlanders bestaat, kan ook zijn stem uitbrengen. De reacties van boeren en burgers zijn mooi om lezen. Zo schrijft iemand: “Knap hoe Jan Dirk laat zien dat een goede verdienste voor de boer heel goed kan samengaan met een goed leven voor de dieren. En dan de mooie samenhang tussen de bodem, het leven daarin en daarboven (…).”

Trots en passie is wat de verschillende kandidaten gemeen hebben. Bij Johan Vernooij uit Werkhoven vertaalt zich dat in het maximaal benutten van de grasgroei zodat hij erin slaagt om 21.000 kilo melk per hectare te produceren. Al vroeg in het voorjaar gaat hij met de thermometer op pad om de ideale bodemtemperatuur voor bemesten vast te stellen. Het bedrijf van Auke Spijkerman is helemaal ingericht rondom de teelt van gras. De koeien krijgen dagelijks een nieuw perceel en grazen dag en nacht.

De familie Oskam is erg trots op de 90 nesten met weidevogels op hun grasland, en oogst gemiddeld toch 12 ton droge stof aan gras oer hectare. “Om de broedsels de kans te geven om uit te komen, maaien we meestal laat”, zegt Gerrit Oskam. “Liever 50 gruttonesten op 100 hectare dan 15 ton droge stof per hectare. Niet opbrengstmaximalisatie maar weidevogelbeheer staat in ons landgebruik centraal”, laat ook Jelte Bakker optekenen. Roel van Buuren streeft naar kruiden (klaver, smalle weegbree, enz.) in zijn grasland en merkte afgelopen zomer dat zijn weides daardoor langer groen bleven. Ook hij melkt jersey-koeien.

Bij de genomineerden is er één Vlaming die we dan ook graag uitgebreid voorstellen. De Kempische roodbonte dubbeldoelkoeien van Kurt Sannen uit Diest (Vlaams-Brabant) zetten natuurgras om in melk voor de kalveren en in vlees. Daarnaast houdt hij zo’n honderd schapen. Het gras uit de natuurgebieden die hij beheert, is de basis van het rantsoen. “Het betere gras kuilen we in, het mindere gras laten we begrazen en slecht gras gebruiken we als strooisel in de potstal. En van het echt slechte maaisel maken we samen met onze stalmest compost, dat we weer gebruiken op de grasklaverpercelen. Zo maken we de kringloop helemaal rond”, aldus Sannen.

De bioboer is er trots op dat hij met zijn bedrijf aantoont dat landbouwers via natuurbeheer maatschappelijke meerwaarde kunnen creëren en tegelijk een inkomen weten te behalen. Hij wijst dan ook op de grote aanwezigheid van zilverreigers en wintertalingen en op bijzondere plantensoorten zoals wilde orchideeën in zijn weiden. Het grasland levert ook andere ecosysteemdiensten zoals waterzuivering en koolstofopslag in de bodem, wat deel van de oplossing is voor het klimaatprobleem. "Wij boeren zijn een deel van de oplossing, niet alleen van het probleem. Laat ons dus focussen op de kansen die boeren hebben om die oplossingen aan de maatschappij te geven”, aldus Kurt Sannen.

Nog tot 14 oktober kan iedereen stemmen voor de beste graslandboer van 2019.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Veeteelt

Volg VILT ook via