nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

14.11.2019 Dierenorganisatie stelt Respectful Life-label in vraag

‘KU Leuven laat zich voor de kar van de vleesindustrie spannen’, kopt HLN. Volgens dierenrechtenorganisatie Animal Rights misleidt het wetenschappelijke label voor paardenvlees, Respectful Life, de consument en is de toestand in Zuid-Amerikaanse slachthuizen amper of niet verbeterd. Zowel FEBEV en de KU Leuven, initiatiefnemers van het label, counteren de kritiek. “Wij gebruiken geld van de vleesindustrie om dierenleed aan te pakken. Wat doen al die ngo's met het geld dat ze innen? Ze zouden beter mee naar oplossingen zoeken en niet enkel beschuldigingen uiten”, klinkt het.
Na het vleesschandaal van 2015, waarbij ongeschikt Mexicaans paardenvlees als rundsvlees op de Europese markt werd verkocht, richtten Federatie van het Belgische Vlees (FEBEV) en KU Leuven het onderzoeksproject Respectful Life op. Doel van het project was om het consumentenvertrouwen te herstellen en het welzijn van de paarden te verbeteren. Het resulteerde onder andere in een label voor verantwoord paardenvlees.
 
Maar een Nederlandse documentaire bracht onlangs de blijvende wanpraktijken aan het licht van mishandeling in slachthuizen en fraude met identificatie waardoor niet te achterhalen valt of het gaat om afgedankte rodeo- of racepaarden, die door medicatie niet meer geschikt zijn voor menselijke consumptie.
 
Dit soort zaken zou volgens de dierenorganisaties zeker moeten opgemerkt worden door Respectful Life. Maar daar zit het volgens hen scheef. Vorig jaar stelden onderzoekers van de KU Leuven nog in een rapport dat de omstandigheden in een slachthuis in Uruguay “verbeterd” waren, terwijl het niet operationeel was op het moment van het onderzoek. Ook het feit dat de controles op voorhand worden aangekondigd, kan niet door de beugel voor de organisaties.
 
Volgens Animal Rights betaalt de vleesindustrie wetenschappers om een positief beeld te schetsen van de slachthuizen. “De labels die ze daaraan vasthangen, zoals Respectful Life, Parkkonijn of Beter Leven, geven consumenten een vals goed gevoel”, zegt Els Van Campenhout.
 
Michel Vandenbosch van GAIA is dezelfde mening toegedaan. GAIA werd van in het begin gevraagd om deel uit te maken van het begeleidingscomité. Maar naar verloop van tijd is de organisatie eruit gestapt uit onvrede met de methodologie om dierenleed in kaart te brengen. Volgens GAIA was er structureel niets veranderd in de paardensector in Zuid-Amerika, enkel hier en daar wat opsmukwerk.
 
FEBEV-bestuurder Michael Gore countert de kritiek. Volgens hem is GAIA opgestapt nadat het een rechtszaak inzake paardenvlees tegen Renmans verloren had. Hij benadrukt dat FEBEV middelen samenbrengt voor Respectful Life en wetenschappers de opdracht geeft om een antwoord te bieden op de frustraties van dierenorganisaties. “In slachthuizen hangen we camera's op, dus uiteraard worden onze bezoeken aangekondigd”, zegt Gore. “Wij gebruiken geld van de vleesindustrie om dierenleed aan te pakken. Wat doen al die ngo's met het geld dat ze innen? Ze zouden beter mee naar oplossingen zoeken en niet enkel beschuldigingen uiten. Terwijl zij op emotie werken, proberen wij objectieve vaststellingen te doen en dierenwelzijn naar Europese normen te introduceren.”
 
Ook Bert Driessen, onderzoeker van de werkgroep Dier & Welzijn van KU Leuven, stelt dat de slachthuizen in Zuid-Amerika wel degelijk aanpassingen hebben doorgevoerd. “Mochten wij niets bereiken of mocht er onwil zijn om zaken aan te passen, dan zouden we de samenwerking stopzetten", aldus Driessen. Een Europees importverbod op paardenvlees uit Argentinië en Uruguay vindt hij geen goed idee. Nochtans is dit iets waar de dierenrechtenorganisaties op aandringen. "Nu kunnen we de slachthuizen bijsturen”, zegt hij. “Als we de Europese grenzen zouden sluiten voor vlees uit Zuid-Amerika, gaan die slachthuizen daar heus niet dicht. Ze zoeken dan gewoon andere markten, zoals China of Rusland. Zou dat het dierenwelzijn verbeteren?"

Bron: HLN

Volg VILT ook via