nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.06.2020 "Agristo bewijst dat groei en duurzaamheid samen gaan"

De aardappelsector werd de afgelopen weken meermaals op de korrel genomen. De grote hoeveelheid onverkoopbare aardappelen als gevolg van de coronacrisis en de intensieve productie ervan die uitputting van de bodem in de hand zou werken, werden door menig ngo op de korrel genomen. Dat groei en duurzaamheid hand in hand kunnen gaan bewijst aardappelverwerkend bedrijf Agristo. Door allerlei maatregelen en door samenwerking met onder meer landbouwers bespaart het bedrijf jaarlijks het equivalent van 12.400 gezinnen aan energie en 750 gezinnen aan water. Bovendien wordt volop ingezet op alternatieve waterbronnen.

Een aantal ngo’s grepen de coronacrisis aan om vragen te stellen bij het huidig landbouwmodel. De korte keten boomde de afgelopen maanden en de sectoren die gericht waren op export, zoals de aardappelsector, kregen het zwaar te verduren. De focus van onze landbouw op export is volgens onder meer Wervel vzw, Boerenforum en tal van andere milieu- en natuurorganisaties niet duurzaam en zou plaats moeten ruimen voor een model dat meer op de lokale markt is gericht. 

Belgapom, de sectorfederatie van de aardappelhandel en -verwerking, reageerde eerder al op deze beweringen. “We worden tijdens deze wereldwijde crisis getroffen op een punt dat normaal onze sterkte vormt: de Belgische aardappelwaardeketen is niet afhankelijk van een beperkte afzetmarkt, maar heeft een spreiding over de ganse wereld, waardoor problemen op bepaalde markten kunnen opgelost worden door voldoende wereldwijde alternatieven. Maar als er zich dan een crisis voordoet die de ganse wereld treft, dan is de schade helaas ook vele malen groter. Dat geldt niet enkel voor de aardappelketen, ook andere sectoren zoals toerisme, horeca, de vliegtuig- en de modesector zijn vaak – nog zwaarder – getroffen”, klonk het.

Volgens Belgapom strookt het beeld van ongebreidelde groei dat van de sector wordt opgehangen door ngo’s ook niet met de werkelijkheid. “Onze bedrijven nemen voortdurend stappen naar meer duurzaamheid. Dat doen ze onder meer door in te zetten op circulaire economie en een betere biodiversiteit. Diverse bedrijven maken een duurzaamheidsrapport op dat gekoppeld wordt aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Dit is geen poging tot ‘window dressing’. Bedrijven maken deze rapporten kenbaar zodat ze kunnen onderworpen worden aan sociale controle”, zegt Belgapom-secretaris Romain Cools. 

Agristo als duurzaam voorbeeld

Hij verwijst daarbij naar het duurzaamheidsverslag van aardappelverwerkend bedrijf Agristo uit Harelbeke dat deze week werd gepubliceerd. “Als producent van diepgevroren aardappelproducten die sterk internationaal georiënteerd is, hebben we uiteraard een impact op onze omgeving en het klimaat. Toch is het onze ambitie om onze activiteiten duurzaam te ontplooien en tegelijk onze concurrentiepositie te vrijwaren. Daarom berekenden voor het eerst onze koolstofvoetafdruk, en dit rond vijf centrale thema’s”, vertellen CEO’s Hannelore Raes en Filip Wallays.

Energie is in het productieproces van een aardappelverwerkend bedrijf een heel belangrijke factor, zowel onder de vorm van koude als van warmte. “Als grootverbruiker maken kleine ingrepen meteen een groot verschil. Zo verbeterden we de werking van de stoomschillers, optimaliseerden we de ventilatie in Harelbeke en investeerden we in een flexibele sturing van de koelinstallatie in Nazareth”, luidt het.

Investeringen in onder meer warmterecuperatie, biogas en een hernieuwbare energiecentrale hebben Agristo toegelaten om het gasverbruik met meer dan negen miljoen kubieke meter te doen dalen en op de site in Wielsbeke voorziet het bedrijf in meer dan 90 procent van zijn eigen warmtebehoefte op de site daar.

Door de droogte van de afgelopen jaren is zuinig watergebruik een onmiskenbaar belangrijk thema voor Agristo. “Wij zijn een grote waterverbruiker, zowel voor het wassen van de aardappelen als voor het vervoer van de gesneden producten in de productielijnen. We pompen daarvoor geen grondwater op, maar kijken naar alternatieve waterbronnen. Zo gebruiken we in Wielsbeke water uit de Leie dat na gebruik wordt gezuiverd en opnieuw in de Leie wordt geloosd”, klinkt het.

Zo kon Agristo in 2018 en 2019 maar liefst 1,4 miljoen kubieke meter aan stadswater besparen. Dat kan gelijkgesteld worden met het jaarlijks verbruik van 10.851 huishoudens van vier personen. “En ook op onze andere sites zetten we met de nieuwste technologieën in op waterzuivering en -hergebruik en doen we aanpassingen aan onze processen om minder water nodig te hebben.”

Een ander thema is het verminderen en valoriseren van afvalstromen. Tussen 2017 en 2019 slaagde Agristo erin om op haar vier vestigingen 43 procent minder restafval, in totaal 76 ton, te produceren. De productie nam in die periode evenwel toe met 245.000 ton. “Dat is gelukt door in te zetten op het vermijden van afval en door het afval dat toch werd geproduceerd, te scheiden en te streven naar de hoogst mogelijke valorisatie. Zo worden te kleine frieten niet meer automatisch verkocht als veevoeder, maar worden ze eerst verwerkt in aardappelvlokken, in tweede fase gaan ze naar het voeder en in derde fase worden ze vergist om nog energie op te wekken. Aardappelschillen worden dan weer gebruikt voor veevoeding en zetmeel wordt gerecupereerd in de papierindustrie”, leggen Raes en Wallays uit.

Op vlak van transport werden eveneens maatregelen genomen. Voor het transport van afgewerkte producten zetten we volop in op de binnenvaart. Zowel vanuit de vestiging in Tilburg als de nieuwe vestiging in Wielsbeke verscheept het bedrijf steeds meer exportcontainers via binnenvaartterminals. In 2018 en 2019 ging het om gemiddeld 27,5 procent van de verschepingen van Agristo, of het equivalent van 20.000 vrachtbewegingen via de weg. In 2019 werd ook gestart met containertransport naar China via de trein. De bedrijfsleiders hopen dit in de toekomst nog verder te kunnen uitbouwen.

Het laatste thema van de koolstofvoetafdruk zijn de duurzame partnerships die Agristo tracht af te sluiten. “Zo zijn de landbouwers uiteraard een bevoorrechte partner voor ons. Zij zetten ook al sterk in op duurzaamheid. Maar ook onze projecten zijn meestal het resultaat van samenwerking: met de binnenvaartterminals, met onderzoeks- en kennisinstellingen, met waterzuiveraars en energiecentrales en met bedrijven in de nabijheid van onze sites waarmee we de krachten bundelen om samen meer te bereiken”, klinkt het.

Leerrijk instrument

Het duurzaamheidsrapport is volgens de bedrijfsleiders van Agristo een bijzonder leerrijk instrument. “Zo zien we dat onze CO2-uitstoot per ton product daalde van 623 kg in 2017 naar 601 kg in 2019. Inzetten op energiebesparing en grondstoffen en reststromen blijkt daarbij met respectievelijk 30 en 22 procent méér impact te hebben dan andere parameters. Transport bepaalt slechts vijf procent van de impact van onze producten en water slechts één procent. Toch willen we ook op die gebieden verder blijven verbeteren.”

Het rapport wil niet alleen een terugblik bieden op alle duurzaamheidsacties die in 2018 en 2019 werden genomen, maar het moet ook een vertrekpunt zijn voor het bedrijf om een duurzaamheidsstrategie voor de toekomst op te stellen. “Daarin willen we concrete duurzaamheidsambities formuleren voor 2030. Een interne duurzaamheidswerkgroep met bijna 30 medewerkers uit onze verschillende vestigingen zal die mee vorm geven”, besluiten Filip Wallays en Hannelore Raes.  

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via