nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

11.09.2019 "Internationale afspraken over Maaswater nodig"

De landen die water uit de Maas gebruiken om er drinkwater van te maken, moeten dringend betere afspraken met elkaar maken. Als dat niet gebeurt, zou de levering van drinkwater in België en Nederland in het geding kunnen komen in tijden van extreme droogte. Dat stelt RIWA-Maas, het samenwerkingsverband van Nederlandse en Belgische drinkwaterbedrijven die Maaswater gebruiken. Vorig jaar gebeurde het 46 keer dat rivierwater een tijdlang ongeschikt was als grondstof voor drinkwater door een verontreiniging die niet snel opgelost geraakte als gevolg van het lage waterpeil.

RIWA-Maas verenigt de bedrijven die voorzien in drinkwater voor vier miljoen Nederlanders en ruim drie miljoen Belgen. In Nederland leveren de bedrijven in Zeeland, Zuid-Holland en delen van Limburg. Behalve België en Nederland gebruiken ook Frankrijk en Duitsland Maaswater. Daar worden soms ingrepen in het watersysteem gedaan die direct invloed hebben op de hoeveelheid rivierwater die Nederland bereikt. Er is wel overleg, maar het gaat allemaal te langzaam volgens RIWA-Maas in het jaarverslag over het extreem droge jaar 2018.

De Maas ontspringt in Frankrijk en wordt gevoed door regenwater. De stroming in de rivier wordt geregeld met sluizen en stuwen, maar als het water door droogte erg laag staat, valt de stroming grotendeels weg. Verontreinigingen en (illegale) lozingen blijven dan lang op één plaats hangen en omdat er weinig water is, is de concentratie van een vervuilende stof ook hoog. Drinkwaterbedrijven moeten dan de inname van rivierwater staken. Dat gebeurde vorig jaar 46 keer. Toch gold 2018 als een relatief goed jaar wat de waterkwaliteit betreft. Wat geen reden is voor RIWA-Maas om de aandacht te laten verslappen. Risico's die continu beheerd moeten worden zijn incidenten met industriële verontreinigingen, medicijnresten in oppervlaktewater en de afspoeling van bestrijdingsmiddelen.

Eén van de drinkwaterbedrijven die aan bod komt in het jaarverslag is de Belgische firma Vivaqua. Zij maken kraantjeswater voor 2,5 miljoen Belgen, waarvan er 1,4 miljoen in Brussel wonen. En ze gebruiken daarvoor 30 procent oppervlaktewater uit de Maas en 70 procent grondwater. Hun innamepunt ligt zo’n 10 kilometer ten zuiden van de stad Namen. “Vorig jaar kon je de bodem van de Maas zien”, vertelt Eric Chauveheid van Vivaqua. “Het debiet schommelde rond de 20 à 30 m3 per seconde. Bij een lagere afvoer geldt er voor ons een innamebeperking. Dat wordt geregeld vanuit het Waals Gewest. De lage afvoer leverde voor ons geen problemen op, omdat we over verschillende voorraadbekkens beschikken. Die zijn gevuld met oppervlaktewater, grondwater en met een mengsel van beide. Daardoor kwamen we ondanks de droogte niet in de problemen.” Het uitblijven van neerslag had volgens Chauveheid ook een voordeel: “Daardoor hadden we niet te maken met afspoeling van nutriënten en bestrijdingsmiddelen van landbouwpercelen. Bovendien was het debiet van de rivier laag, waardoor er veel bezinking was.”

Naar de toekomst toe wil RIWA-Maas dat er langs het hele traject van de Maas intensiever wordt gecontroleerd op verontreinigingen. Er moeten ook internationale afspraken komen over het gebruik van het Maaswater. Als Frankrijk en Duitsland veel water nemen voor bijvoorbeeld industrie, is er in Nederland minder water om drinkwater van te maken. Alle drinkwaterbedrijven voeren sinds de droogte van 2018 campagne om zuiniger om te gaan met drinkwater. Voorlopig is er in Nederland geen drinkwatertekort, maar als iedereen in de zomers die steeds warmer en droger worden onbeperkt kraanwater blijft gebruiken, zou de bodem van de voorraad wel in zicht kunnen komen.

Bron: Belga / eigen verslaggeving

Beeld: WikimediaCommons

Volg VILT ook via