nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

17.07.2019 Jonge boeren breken lans voor redelijkheid bij Mestbank

De toeloop voor de infosessies over het nieuwe mestactieplan was groot de voorbije weken. Naar de sessie in Brugge afgelopen maandag trok een delegatie van jonge landbouwers aangesloten bij Groene Kring. Antwoorden die ze daar kregen, roepen nieuwe vragen op. Pertinente vragen in het licht van een teeltplan dat al lang gemaakt was voordat de Vlaamse politici het eens geraakten over MAP6. “In een aantal bedrijfssituaties weten onze jonge boeren zich geen raad met de inzaaiplicht voor vanggewassen. Bovendien worden landbouwers die in het verleden hun best deden om de waterkwaliteit te verbeteren door veel vanggewassen te zaaien, nu gestraft”, vat voorzitter van Groene Kring Bram Van Hecke de voornaamste grieven van de West-Vlaamse leden samen.

De politieke goedkeuring van het zesde mestactieplan verliep over een hobbelig parcours. Vlak voor de verkiezingen was er een extra plenaire zitting van het Vlaams Parlement voor nodig. Zo veel tijd als er nodig was om het mestbeleid van een nieuw instrumentarium te voorzien, zo weinig tijd rest er nu om landbouwers duidelijk te maken wat er allemaal verandert. De Vlaamse Landmaatschappij kwijt zich van die taak, eerst met een infosessie voor adviesbureaus en voorlichters en vervolgens met een informatieronde door Vlaanderen rechtstreeks gericht aan landbouwers.

Alle infosessies zijn inmiddels achter de rug. In West-Vlaanderen vond maandag de laatste plaats, in Brugge. Het was al de derde infosessie van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) in de kustprovincie omdat de twee voorgaande telkens volgeboekt waren. Oorspronkelijk was er maar één infosessie voorzien in Roeselare. Een delegatie jonge landbouwers van Groene Kring tekende present in Brugge, en kaartte daar de problemen aan die rijzen op hun bedrijven. Ze voelen zich koud gepakt door de onmiddellijke inwerkingtreding van MAP6 want hun teeltplan was lang voordien opgemaakt en alle teelten groeien ondertussen te velde.

“Specifiek naar de inzaaiplicht voor vanggewassen stelt er zich een probleem”, legt de nieuwe voorzitter van Groene Kring, Bram Van Hecke, uit. Waar de waterkwaliteit onvoldoende is, moeten landbouwers tussen nu en 2022 meer vanggewassen zaaien dan ze de voorbije jaren deden. Dat blijkt niet haalbaar voor alle bedrijven of in alle situaties. Van Hecke geeft het voorbeeld van een jonge landbouwer die de kaart van akkerbouw trekt en daarom meer korrelmaïs gaat oogsten. “Na kuilmaïs die vroeger gehakseld wordt als ruwvoeder voor de koeien kan je nog een vanggewas zoals gras zaaien. Na een late oogst van korrelmaïs lukt dat niet meer.”

Een landbouwer in zo’n situatie voelt zich volgens de Groene Kringers uit West-Vlaanderen ook gestraft voor zijn inspanningen uit het verleden. MAP6 werkt namelijk met een referentiepercentage dat gebaseerd is op het gemiddelde areaal dat een landbouwer met vanggewassen inzaaide in de periode 2016-2018. In de gebiedstypes 2 en 3, waar het mestbeleid landbouwers de grootste inspanningen oplegt, moet het areaal vanggewassen jaarlijks toenemen. Vooral voor landbouwers die de voorbije jaren al veel vanggewassen teelden, en zo hun steentje bijdroegen aan de waterkwaliteit, dreigt dat lastig te worden. De Vlaamse Landmaatschappij zegt dat het waarschijnlijk paste in hun bedrijfsvoering. “Een verkeerde aanname”, vindt Van Hecke, “want naar de toekomst toe kan dat anders liggen en een jonge landbouwer belemmeren in zijn bedrijfsvoering.”

De kritische opmerkingen van jonge landbouwers kregen bijval van de andere landbouwers in de zaal. Allemaal vinden ze het belangrijk dat het mestbeleid in de praktijk uitvoerbaar is. De jongeren van Groene Kring braken een lans voor een (aan)gepaste handhaving: “Wij kunnen ons teeltplan niet meer wijzigen. Wie onmogelijk kan voldoen aan de inzaaiplicht voor vanggewassen, mag daarvoor niet beboet worden in het eerste jaar van MAP6.” Voorzitter Bram Van Hecke vindt dat een niet meer dan redelijke vraag: “Het nieuwe mestactieplan voorziet in een vanggewasovereenkomst om de verplichting inzake vanggewassen uit te wisselen met een landbouwer die het beter kan inpassen in zijn teeltrotatie. Niemand weet vandaag hoe je die collega-landbouwer moet vinden. Op zo’n korte termijn is dat te lastig.”

Volgens Van Hecke brengt de late goedkeuring van MAP6 zowel de Vlaamse Landmaatschappij als de landbouwers in tijdsnood. “De extra infosessie in Brugge vond op 15 juli plaats, daags nadat de eerste administratieve deadline (o.a. aanvraag derogatie & vrijstelling gebiedsgerichte maatregelen) reeds verstreek. Van zulke sessies voor groepen van honderden landbouwers mag VLM niet verwachten dat landbouwers MAP6 daarmee op hun duimpje kennen. Meer gerichte informatiedeling met bedrijfseigen informatie is nodig, alsook het besef dat landbouwers zulke enorm complexe wetgeving die maar recent is goedgekeurd niet op zo’n korte tijd onder de knie kunnen hebben. We verwachten redelijkheid bij de handhaving want MAP6 wordt een leerproces voor onze landbouwers.”

Samen met zijn leden-landbouwers drukt de voorzitter de hoopt uit op “een constructief beleid” dat rekening houdt met bedrijfsleiders die voor voldongen feiten worden geplaatst. Meteen wordt er ook bij gezegd dat de kritiek geen afbreuk doet aan de bereidheid van jonge landbouwers om mee te werken aan een betere waterkwaliteit. Jonge landbouwer Ward Colman verwoordt het als volgt: “Een beleid dat boeren afstraft die de voorbije jaren hun best deden, raakt aan de rendabiliteit van de bedrijven. Als we een sterke landbouw willen die een toekomst heeft, dan moeten we werken aan een stimulerend beleid. Als jonge landbouwers willen we hier dan ook voor pleiten.”

Lees eerstdaags de reactie van de Vlaamse Landmaatschappij op VILT.be, waarbij het afdelingshoofd van de Mestbank dieper ingaat op onder andere de beleidskeuze voor een individueel referentiepercentage vanggewassen.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via