nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

22.07.2019 Keverplaag zorgt voor ander sentiment rond insecticiden

Landbouwers met percelen dichtbij woningen hebben al wel een keer ervaren dat sommige buurtbewoners zich ongemakkelijk gaan gedragen wanneer ze spuitwerkzaamheden verrichten. In de Oost-Vlaamse gemeente Destelbergen doet zich het omgekeerde fenomeen voor. Daar vragen buurtbewoners zich af waar de boer met zijn spuittoestel blijft om coloradokevers te bestrijden. “Het krioelt hier van de kevers”, getuigt een inwoner die de overlast beu is. De beestjes strijken met honderden tegelijk neer in de buurt van woningen. De coloradokever is helemaal terug van weggeweest. Boer en burger zijn er samen de dupe van. VILT zoekt uit hoe dat komt.

“Je kan hier niet meer buiten zitten, en we houden ramen en deuren gesloten. De gevel van mijn woning zit vol met coloradokevers. Het is onbegonnen werk om ze zelf uit te roeien”, zucht David Uyttendaele. Waar hij woont in Destelbergen (Oost-Vlaanderen) neemt de plaag Bijbelse vormen aan. Buurtbewoners hebben de milieudienst van de gemeente op de hoogte gebracht in de hoop dat iemand hen kan helpen. “Via Facebook houden we elkaar op de hoogte. En worden er tips uitgewisseld want mensen gebruiken allerlei huis-, tuin- en keukenmiddeltjes om de kevers te bestrijden. Zelf behelp ik me met een stofzuiger om ze te verwijderen.”

Uiteraard zijn de buurtbewoners zelf al op ontdekkingstocht gegaan om de oorsprong van de plaag te achterhalen. Op de velden achter hun woningen groeien er geen aardappelen, maar maïs. Toch lijdt het geen twijfel dat de kevers daar vandaan komen. “De straten rond de maïsvelden liggen vol platgereden kevers”, getuigt Uyttendaele. Hij richtte zich tot VILT met de vraag waarom er op de landbouwpercelen niets gedaan wordt aan de keverplaag gelet op de bestrijdingsplicht voor de coloradokever die ingeschreven staat in een Koninklijk Besluit van 19 november 1987.

Met de hulp van twee experten in aardappelen en gewasbescherming ontdekken we hoe de vork in de steel zit. De Destelbergenaren hebben goed gezien dat hun ongewenste gasten uit maïsvelden komen. Onder het bladerdek van de maïs gaan namelijk aardappelplanten schuil. In vakjargon spreekt men van ‘aardappelopslag’. Specialist in akkerbouw Kürt Demeulemeester (Inagro) verduidelijkt: “Opslagplanten van aardappelen zijn een weerkerend probleem. Tijdens een strenge winter vriezen de kleine aardappeltjes die op het veld achterblijven kapot. De laatste jaren kennen we vooral zachte winters zodat de niet-geoogste knollen in het voorjaar scheuten maken. In de volgteelt beschouwt de landbouwer die aardappelplanten als onkruid, maar de bestrijding wil in de meeste teelten niet goed lukken. Herbiciden remmen de groei van de aardappelopslag, maar van een echte bestrijding is geen sprake.”

Wat met onkruidbestrijdingsmiddelen niet wil lukken, dat spelen de larven de coloradokever wel klaar. Zij vreten de aardappelopslag in enkele dagen tijd helemaal kaal. Boer blij, zou je denken want zo is hij ervan verlost. Zo simpel is het niet. Demeulemeester: “Een akkerbouwer wisselt aardappelen af met andere teelten, maar opslagplanten doen de voordelen van teeltrotatie voor een stuk teniet. Deze planten zijn een besmettingsbron van phytophtora (aardappelplaag, nvdr.) en zorgen ervoor dat schadelijke aaltjes zich kunnen vermeerderen in de bodem. Ook de coloradokevers die overwinterden op een aardappelperceel vinden hierdoor planten waar ze hun eitjes op kunnen leggen. De klimaatopwarming heeft niet alleen als nadeel dat meer coloradokevers hun winterslaap overleven. Het schadelijke insect kan zich ook makkelijker vermenigvuldigen. In plaats van één cyclus volmaakt een coloradokever nu gemakkelijk twee keer per seizoen de cyclus van ei naar pop en vervolgens larve tot volwassen kever.”

Coloradokevers zijn niet de beste vliegers, en gaan ook te voet. “Je kan ze zelfs in kolonne een straat zien oversteken op zoek naar een aardappelveld”, weet Geert Verhiest, expert gewasbescherming bij Sanac (groep Arvesta). De inwoners van Destelbergen hebben met andere woorden pech dat er geen aardappelveld in de buurt van de maïsvelden is want dan zouden de kevers daar naartoe gemigreerd zijn. Op een aardappelveld zal een landbouwer coloradokevers altijd bestrijden. Niet zozeer omdat het per se moet van de wetgever, want controles op het terrein gebeuren niet door het Voedselagentschap wegens het algemeen voorkomen van coloradokevers. Een landbouwer doet dat uit eigen beweging omdat de larven het aardappelloof kaalvreten en opbrengstderving veroorzaken. Het zou met andere woorden financieel onverstandig zijn om een bestrijding na te laten.

“Tegen coloradokever zijn twee types insecticiden toegelaten, enerzijds middelen met maagwerking en anderzijds middelen met contactwerking”, zegt Verhiest. In het ene geval sterven de larven en volwassen kevers door van het aardappelloof te vreten, in het andere geval gaan ze dood als de spuitvloeistof hen raakt. “Deze middelen zijn enkel erkend in aardappelen voor de bestrijding van coloradokever. In principe mag een landbouwer daarmee geen coloradokevers bestrijden in aardappelopslag op een maïsveld bijvoorbeeld. Ook puur praktisch kan dat onuitvoerbaar zijn als de maïs al te hoog staat voor een passage met het spuittoestel.”

Wat wetgeving betreft, is er dus een patstelling: enerzijds is de bestrijding van coloradokever verplicht, anderzijds kan dat alleen in aardappelen en niet in andere teelten met toegelaten middelen. Ook een particulier flirt met wat wettelijk toegelaten en praktisch haalbaar is als hij insecticiden inzet tegen coloradokevers die niet in zijn groentetuin maar op zijn terras zijn neergestreken. “Spinosad is een biologisch en zeer milieuvriendelijk middel, maar werkt via de omweg van de plant die aangevreten wordt en helpt dus niet als je het spuit op kevers op je terras”. Contactmiddelen van het type pyrethroïden werken in dat geval wel, maar een particulier vindt die insecticiden alleen ter bestrijding van mieren en niet met een erkenning voor coloradokever.” De expert in gewasbescherming vindt dit type van niet-selectieve middelen die schadelijk zijn voor alle koudbloedigen, inclusief nuttige insecten, bovendien weinig geschikt voor niet-professioneel gebruik.

Er lijkt voor de inwoners van Destelbergen dus weinig anders op te zitten dan de kevers bijeen te vegen of ze met een stofzuiger te verwijderen. “Wat amper bij te houden is”, aldus buurtbewoner David Uyttendaele. Veel inwoners van Destelbergen weten niet wat gedaan zodat ze de hulp inroepen van gemeentebestuur, politie en brandweer. Zij zien ook niet meteen een oplossing. Vroeger verdienden kinderen zakgeld met het helpen vangen van coloradokevers. Misschien is dat een idee voor het geval de verveling toeslaat in de schoolvakantie en de kevers niet weg te slaan zijn van een zonnig terras?

Voorvallen zoals deze kunnen volgens Geert Verhiest het sentiment jegens gewasbescherming doen keren: “De reactie – ‘waarom spuit de boer niet’ – is hier het omgekeerde van wat we gewend zijn. Een spuittoestel, dat voor gewasbescherming ingezet wordt maar ook voor het toedienen van vloeibare meststoffen, kan meestal op weinig sympathie van de publieke opinie rekenen. Van klanten hoor ik regelmatig dat ze tijdens een bespuiting door een voorbijganger gefilmd worden. Soms blijft het niet bij een smartphone die beelden schiet, en gebaart men ook dat de boer fout bezig is. Burgers hebben geen weet van de schade die plaaginsecten, ziekten en onkruiden in de landbouw veroorzaken. Ze weten niet waarom een boer spuit en bijvoorbeeld ook niet waarom een boer dat soms doet wanneer het donker is. ’s Nachts is de luchtvochtigheid hoger en dat verbetert de werking van bepaalde sproeistoffen. De middelen waarmee een landbouwer spuit, mogen het daglicht heus wel zien.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: David Uyttendaele

Volg VILT ook via