nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

23.10.2019 KMI erkent zonneschijn van eind juli als uitzonderlijk

De hitte van 24 en 25 juli was uitzonderlijk en er was voor de fruitsector een verhoogd risico op zonschade of zonnebrand. Dat blijkt volgens minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) uit een advies van het KMI. Er volgt nu een bevraging bij de lokale besturen om de mogelijke schade in te schatten. Dat heeft ze woensdag geantwoord op een vraag van Open Vld-parlementslid Steven Coenegrachts. Crevits wil ook een extra advies aan het KMI vragen voor de eventuele droogteschade.

De landbouwsector werd afgelopen zomer geconfronteerd met verschillende hittegolven en een lange periode van droogte. De sector drong daarom aan op een erkenning als landbouwramp. "Volgens eerste voorlopige en voorzichtige ramingen zou de schade in de landbouw eind juli al rond de 50 miljoen bedragen. Ze is gedurende de zomermaanden alleen maar toegenomen", aldus Open Vld'er Steven Coenegrachts.

Volgens minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) heeft haar voorganger Koen Van den Heuvel eind juli een advies gevraagd aan het KMI. "Op 26 september hebben we dat advies ontvangen. Daarin staat dat de hitte op 24 juli en 25 juli als uitzonderlijk kan worden beschouwd voor alle gemeenten in Vlaanderen en dit met een terugkeerperiode van 20 jaar. De hoge temperaturen in combinatie met de droogte, de intense zonnestralen en de lage luchtvochtigheid vormen een verhoogd risico en kunnen de oorzaak zijn van het fenomeen zonnebrand in de fruitsector”, zo citeerde Crevits de conclusie van het KMI.

Verder blijkt volgens Crevits uit de opbrengstcijfers dat de impact van de droogte op de landbouw globaal minder groot was dan de twee vorige zomers. Dat heeft dan onder meer te maken met het feit dat de droogte later in het seizoen optrad en de gewassen al een betere start hadden in het voorjaar. Bovendien viel er goed gespreid toch wat neerslag die door de gesloten gewassen maximaal werd benut.

Crevits: "De schade aan de meeste gewassen bleef dan ook eerder beperkt door goede groei tot in juli. Er was minder een eenduidig patroon in verschillende teelten en verschillende regio's vast te stellen zoals dit wel het geval was in 2018. Vele teelten konden zich hernemen door de neerslag na de warmste periode en de opbrengstverliezen bleven daardoor beperkt". Toch zal de minister een nieuwe vraag richten naar het KMI om na te gaan of niet alleen de hitte van 24 en 25 juli erkend wordt als landbouwramp, maar ook de droogte die zich deze zomer voordeed.

Tegelijk wijst Hilde Crevits de Commissie Landbouw erop dat de procedure tot erkenning als landbouwramp nog niet kan opgestart worden. “Het advies van het KMI is de eerste stap. Nu gaat er een brief naar alle gemeenten zodat zij hun schadevaststellingen kunnen doorsturen. Pas als daaruit blijkt dat er meer dan 30 procent schade is voor een welbepaalde teelt, kan de erkenning als landbouwramp worden aangevraagd.” De minister benadrukt dat bij zo’n erkenning de afhandeling van de schade nog volledig zal lopen via de oude regeling. Pas op 1 januari 2020 treedt de nieuwe regeling rond de private weersverzekering in voege.

Vraagsteller Steven Coenegrachts en zijn partijgenote Hilde Vautmans die het dossier van de zonnebrand in de fruitteeltsector mee had aangekaart, reageren tevreden op de beloftes van minister Crevits. “Dit is een eerste, erg belangrijke stap in de erkenning van de schade als landbouwramp. Maar we zijn er nog niet. We dringen er bij de gemeenten op aan om snel de rapporten van de gemeentelijke schadecommissies over te maken aan het Departement Landbouw en Visserij. Onze fruittelers verdienen snel rechtszekerheid”, klinkt het in een gezamenlijk persbericht.

Bron: Eigen verslaggeving / Belga

Volg VILT ook via