nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

30.07.2019 Krijgt Vlaanderen helder wie 'echte landbouwers' zijn?

In een advies dat niet de steun kreeg van de milieubeweging laat landbouwadviesraad SALV zich goedkeurend uit over de ontwerpstrategie waarmee Vlaanderen uitvoering wil geven aan het nieuw Europees landbouwbeleid (2021-2027). De rode draden van die strategie zijn innovatie, samenwerking en focus op de ‘echte’ landbouwer. “Het vooruitzicht op een dalend EU-budget voor landbouw maakt die focus tot een noodzaak”, aldus de SALV, die er de vraag aan koppelt om het begrip ‘echte landbouwer’ helder te omschrijven. Niet alleen daalt het EU-budget, ook worden middelen doorgeschoven van pijler I (inkomenssteun) naar pijler II (plattelandsontwikkeling). Over de mate waarin en manier waarop die budgetverschuiving dient te gebeuren, kon binnen de SALV geen eensgezindheid bereikt worden omdat de meeste leden inkomenssteun te belangrijk vinden als buffer.

Op vraag van het Departement Landbouw en Visserij boog landbouwadviesraad SALV zich over de ontwerpstrategie waarmee Vlaanderen uitvoering wil geven aan het Europees landbouwbeleid in de periode 2021-2027. Onder meer Boerenbond, Algemeen Boerensyndicaat, BioForum en Groene Kring onderschreven het advies. Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu gaven bij aanvang al aan dat ze dat niet zouden doen. Dat vergrootte ongetwijfeld de eensgezindheid onder de andere raadsleden want het is maar op een paar, weliswaar belangrijke punten dat ze geen vergelijk vonden.

Om te beginnen, zijn ze allemaal gecharmeerd door de waardering die de Vlaamse overheid impliciet uit voor de grote diversiteit binnen de landbouwsector. “Veerkrachtige landbouwverdienmodellen bestaan naast elkaar en werken toe naar een duurzaam systeem”, zo staat te lezen. Om te komen tot duurzame bedrijfsmodellen, ziet de SALV een eerlijk landbouwinkomen als één van de noodzakelijke voorwaarden. Waarom dat niet vanzelfsprekend is, motiveert de raad met verwijzingen naar natuurlijke factoren (o.a. weer) en naar schommelingen van de internationale grondstofprijzen die de volatiliteit van het inkomen versterken. Doorheen de agrovoedingsketen zijn risico’s, kosten en baten ongelijk verdeeld. Ook dat zet druk op het inkomen van landbouwers.

Voor een aantal deelsectoren maakt de Europese inkomenssteun een belangrijk deel uit van het landbouwinkomen. Die inkomenssteun wil de Commissie in de toekomst aan strengere voorwaarden koppelen. Bovendien daalt het EU-budget voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en compenseert de Commissie de scherpe daling van het pijler II-budget door lidstaten vrij te laten in het verschuiven van middelen van inkomenssteun (pijler I) naar plattelandsontwikkeling (pijler II). De SALV is van mening dat bij zulke herschikking van GLB-middelen een duurzamere samenstelling van het landbouwinkomen voor ogen moet gehouden worden. Eerder luidde het in een gezamenlijk advies met de Minaraad: “Een duurzaam landbouwinkomen is grotendeels gebaseerd op een adequate prijsvorming in de markt, voldoende hoog om ook aan standaard milieureglementering te kunnen voldoen. Dit inkomen kan vervolgens aangevuld worden met een correcte vergoeding voor bijkomende maatschappelijke diensten.”

Over de verschuiving van centen richting plattelandsontwikkeling zegt de SALV ook nog dat de middelen in de eerste plaats ten goede moeten komen van “echte en toekomstgerichte” landbouwers, ofwel ter versterking van hun landbouwactiviteit ofwel ter vergoeding van maatschappelijke diensten. Over de mate waarin en de snelheid en voorwaarden waarmee een budgetverschuiving dient plaats te grijpen, is geen eensgezindheid bereikt. De meeste landbouw- en andere ledenorganisatie (o.a. Boerenbond en ABS en de toeleveranciers en afnemers van landbouwers) verdedigen inkomenssteun als een inkomensbuffer voor een marktwerking die tekortschiet in het vergoeden van publieke diensten. BioForum en de ngo Rikolto zijn eerder van het principe ‘publieke middelen voor publieke diensten’ en achten pijler 2 daar geschikter voor.

De bezorgdheid omtrent het landbouwinkomen komt verscheidene malen terug in het SALV-advies, en verklaart mee waarom zoveel belang gehecht wordt aan de centraalstelling van de ‘echte landbouwers’. Dat klinkt als volgt: “De ‘boerende boer’, die vaak de zwakste schakel is binnen de agrovoedingsketen en te maken heeft met een hoog ondernemersrisico, met lage winstmarges, hoge investeringskoosten en lange terugverdientijden verdient centraal te staan binnen het Vlaamse GLB-plan. Het vooruitzicht op een dalend EU-budget maakt dat tot een noodzaak.”.

Een eerlijk inkomen geeft landbouwers naar verluidt zuurstof om de uitdagingen inzake duurzaamheid aan te gaan. Aan de Vlaamse overheid om scherp te stellen wie wel en wie niet een ‘echte landbouwer’ is. Van Europa komt de aanbeveling om het begrip zodanig te definiëren dat geen subsidies meer verstrekt worden aan personen voor wie de landbouwactiviteit maar bijzaak is – zonder creatieve duizendpoten (“pluri-actieve landbouwers”) van steun uit te sluiten. Dit laat toe om bijvoorbeeld een inkomenstoets te introduceren zoals het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds er reeds één hanteert.

Meer info: SALV

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via