nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

25.10.2019 Laag mycotoxinegehalte zorgt voor goede graankwaliteit

Het mycotoxinegehalte in de graanoogst van de jaar lag opnieuw lager dan in 2018. In totaal werd in 35 procent van de stalen één of meerdere mycotoxines gedetecteerd. “Deze jaarlijkse monitoring is nodig omdat de resultaten kunnen vergeleken worden met de geldende normen en aanbevelingen voor voeding en veevoeder. Op die manier kunnen we de bestemming van de granen gerichter gaan bepalen en kunnen ook de eindconcentraties van mycotoxines in bijvoorbeeld mengvoeder beter worden ingeschat”, zegt Katrien D’hooge, directeur van de Belgian Feed Association (BFA).

Mycotoxines zijn giftige stoffen die door schimmels worden geproduceerd en voorkomen bij haast alle graansoorten. Ondanks heel wat bestaande, preventieve maatregelen zijn deze toxines meestal al vóór de oogst aanwezig. Ze worden op het veld gevormd tijdens de groei van het gewas, na de oogst of tijdens de opslag. Op het veld zijn het vooral factoren zoals vochtige weersomstandigheden, rassenkeuze en de bodembewerking die de ontwikkeling van de schimmels en mycotoxines bepalen.

Daarom heeft de graan- en veevoedersector 11 jaar geleden het initiatief genomen om een doelgerichte monitoring uit te voeren naar de aanwezigheid van mycotoxines in granen onmiddellijk na de oogst. Dit Early Warning System (EWS) is een aanvulling die jaarlijks gebeurt op het uitgebreide sectorale voedselveiligheidsplan. “Het is onze bedoeling om zo snel mogelijk na de oogst gegevens te verzamelen en de analyseresultaten ter beschikking te stellen aan de graanhandel en graanverbruikers”, legt D’hooghe uit.

Samen met de Federatie van de Graanhandel (Fegra) en de Koninklijke Vereniging der Belgische maalders (KVBM) kon BFA dit jaar 389 stalen verzamelen en analyseren. Het ging om stalen van tarwe, gerst, rogge, haver, triticale en spelt uit eigen land en aangevoerd uit Frankrijk. In totaal bevatte 35 procent van de stalen minstens één mycotoxine. Vorig jaar ging het nog om 79 procent van de stalen, een duidelijk daling dus. “Hiermee worden de resultaten van de vooroogst bevestigd. Er was een laag besmettingsrisico”, zegt de BFA-directeur. “Wij roepen wel op tot de nodige waakzaamheid omdat de mycotoxinelast nog kan toenemen tijdens de bewaring.”

Dergelijke mycotoxinemonitoring draagt volgens de initiatiefnemers bij tot de voedselveiligheid. “Wanneer we monitoren, kunnen we gemakkelijker beslissen welke granen geschikt zijn voor menselijke voeding, voor diervoeder of voor biobrandstoffen. Daarnaast kan ook beter ingeschat worden wat de uiteindelijke eindconcentraties van mycotoxines gaan zijn in bijvoorbeeld veevoeder”, luidt het.

Meer informatie: Mycotoxinemonitoring granen – oogst 2019

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via