nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

27.11.2019 “Laat het hokjesdenken los en zie het grotere plaatje"

De landbouwsector met de vinger wijzen als het gaat over dalende dierenpopulaties helpt niet. Dat zegt Bart De Beck als reactie op een artikel in De Standaard over de achteruitgang van de kievit. “Als kleinschalig biologisch landbouwbedrijf doen wij er net alles aan om onder meer die vogel succesvol te laten broeden.” Minder kieviten betekent trouwens ook slecht nieuws voor de boeren.
‘De kievit is in vrije val’, lazen we deze week in De Standaard. De krant baseert zich op een Nederlands-Duits onderzoek dat beweert dat er tegen 2035 50 procent kans is dat de populatie met 95 procent zal gereduceerd zijn. In Vlaanderen is het aantal kieviten tussen 2007 en 2016 met 59 procent gedaald waardoor ze op de rode lijst van bedreigde vogels terecht gekomen zijn.
 
Als oorzaak worden de intensieve landbouwmethodes aangestipt. Landbouwmachines zijn fataal voor nesten met eieren of voor de jongen die net uitgekomen zijn. De intensief bewerkte gronden met monocultuur zorgen er bovendien voor dat het aantal insecten sterk teruggevallen is.
 
De Beck vindt het niet correct dat de schuld bij de landbouwers gelegd wordt. Zelf doet hij er alles aan om de vogels in alle rust te laten broeden. “Zo'n drie jaar geleden hebben we daartoe het roer drastisch omgegooid”, zegt hij. Hij maait zijn gras niet langer in het voorjaar, maar eind oktober, wanneer de kieviten al lang vertrokken zijn. Op die manier kunnen de geiten vroeger naar buiten, zonder de vogels te hinderen bij het broeden. Omdat ze als biobedrijf het zaaizaad voor maïs niet mogen ontsmetten, trekt dat veel kraaien aan. Dan is het goed om kieviten in de buurt te hebben die de kraaien wegjagen om hun nest te beschermen. Van een win-winsituatie gesproken.
 
Dat het niet goed gaat met de kievit ontkent De Beck niet. Maar hij ziet andere oorzaken dan de landbouw. Uit onderzoek blijkt dat kieviten het in de tweede helft van de twintigste eeuw nog goed deden, en dat hun aantal de jongste jaren opnieuw achteruitgaat. “Dat verbaast me”, stelt De Beck. “De landbouwmethoden zijn sinds de jaren 70 en 80 niet spectaculair veranderd. We gebruiken nu grotere landbouwmachines, maar dat kan niet de oorzaak zijn.”
 
“Wat wel drastisch veranderd is, is de mestwetgeving, die in de jaren 90 van kracht werd”, gaat hij verder. “Nu moet je drijfmest in de lente uitrijden, vroeger mocht je de mest al in de winter spreiden. Ook de manier waarop je drijfmest moet toedienen, is gewijzigd. In plaats van de mest bovengronds te spreiden, moeten we hem in het voorjaar injecteren. Die laatste methode vernielt letterlijk alles wat op de grond nestelt of leeft (dus niet alleen kieviten). Of dat een rol heeft gespeeld bij de achteruitgang van de kievit, weten we niet. Maar de overheid zou de piste kunnen onderzoeken.” Hij pleit ervoor om het hokjesdenken los te laten en om het grotere plaatje te zien.

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via