nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

17.12.2019 Landbouw heeft een behoorlijk jaar achter de rug

Statbel, het Belgische statistiekbureau, heeft de eerste ramingen van het inkomen van de landbouwers voor het jaar 2019 gepubliceerd. Wat blijkt? Na het jaar 2018, waarin een groot deel van de landbouwsector zwaar te lijden heeft gehad, blijken de eerste waarnemingen voor dit jaar en de oogst 2019 beter te zijn: de netto toegevoegde waarde van de sector zou met 27,3 procent stijgen, zonder evenwel de resultaten van 2017 te overschrijden. Zowel de plantaardige als de dierlijke productie zijn met ongeveer 6 procent in waarde gestegen.
In 2019 steeg de omzet van de landbouwtak met 6,2 procent en het intermediair verbruik (goederen die verbruikt worden in het productieproces) met 2,8 procent. De netto toegevoegde waarde van de sector is dus hoger dan een jaar eerder en hoger dan het gemiddelde van de laatste vijf jaar. Over het algemeen toont de analyse van de waarde van de productie van de landbouwtak op middellange termijn dat er een grote mate van variabiliteit is als gevolg van het wisselvallige karakter van de opbrengst van de landbouwteelten en de volatiliteit van de prijzen.
 
In dit onzekere klimaat worden twee trends bevestigd. De eerste is de stijging van het intermediair verbruik, met name door de aanhoudende stijging van de energieprijzen. De tweede is de dalende trend van het inkomen uit de productiefactoren.
 
Hoewel de waarde van de productie dit jaar over het geheel genomen is verbeterd, zijn er toch grote verschillen. De granen profiteerden van de gunstige weersomstandigheden in het begin van het jaar en de Europese tarweopbrengsten zouden over het algemeen goed moeten zijn. Rekening houdend met het feit dat de oppervlakte granen in 2019 bovendien is toegenomen, zou het productievolume met 23,3 procent moeten toenemen, terwijl de prijzen voor deze oogst met bijna 16,9 procent zouden dalen. Uiteindelijk zou de waarde van de productie voor granen dus slechts met 2,4 procent stijgen. 
 
Terwijl het klimaat gunstig was voor granen, was het nefast voor bepaalde nijverheidsgewassen, zowel voor het oogsten als voor het zaaien. De geschatte waarde van de sector zou 11,3 procent lager zijn dan in 2018. Alleen al voor bieten zou de daling ongeveer 12,5 procent bedragen. De bebouwde oppervlakte suikerbieten is met 7,5 procent gedaald ten opzichte van de Europese markten en wereldmarkten voor suiker die onder druk staan. De suikerprijzen blijven zeer laag, terwijl de voorraden op Europees niveau dalen.
 
In die context wint de aardappel terrein. De bebouwde oppervlaktes zijn met 5,5 procent gestegen. Dankzij een betere opbrengst dan het jaar voordien, zou het volume-effect +33,3 procent bedragen. De prijzen van deze oogst zouden 12,4 procent lager liggen dan die van het voorgaande jaar, zodat de geschatte waarde voor 2019 uiteindelijk 16,7 procent hoger zou uitvallen dan in 2018, wat in lijn is met het gemiddelde van de laatste vijf jaar.
Ten slotte zou de plantaardige productie ook profiteren van de stijging van de afzetprijzen voor fruit en groenten met respectievelijk 8,9  procent en 8,1 procent. Volgens deze eerste ramingen zou de fruitproductie met 6,7 procent dalen en de waarde van de productie zou in 2019 bijgevolg slechts met 1,6 procent stijgen.
 
Wat de dierlijke productie betreft, bevestigt de rundvleessector een zekere stabiliteit ten opzichte van een zeer volatiele varkenssector. In 2018 had de Afrikaanse varkenspest (AVP) de prijzen voor onze veehouders op een laag niveau gebracht, nadat ze het jaar voordien opmerkelijk waren gestegen. Dit jaar zijn de gevolgen van deze crisis vooral voelbaar op het Aziatische continent. Met de verspreiding van de Afrikaanse varkenspest is de wereldwijde vraag naar varkensvlees explosief gestegen en hoewel de embargo's op ons vlees (inclusief dat van China) worden gehandhaafd, kan de daaruit voortvloeiende prijsstijging ook gevolgen hebben gehad voor onze veehouders. De stijging van de waarde van de varkensproductie (+21,5 procent) is volledig toe te schrijven aan deze trendbreuk, aangezien het aantal slachtingen is gedaald.
 
Ten slotte is ook de waarde van de productie van dierlijke producten in 2019 gestegen. Zowel voor melk als eieren is deze stijging vooral te danken aan een volume-effect  (+3,6 procent voor melk en +5,1 procent voor eieren).

Bron: Eigen verslaggeving

Volg VILT ook via