nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.08.2019 Landbouwbeleid kampt met uiteenlopende verwachtingen

Door de onthouding van Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt bleef landbouwadviesraad SALV gespaard van grote interne meningsverschillen tussen de leden omtrent het pad dat Vlaanderen uitstippelt voor zijn landbouwsector. Over de Vlaamse ontwerpstrategie ter uitvoering van het nieuw Europees landbouwbeleid (2021-2027) boog ook de Minaraad zich, met focus op de klimaat-, milieu- en natuurmaatregelen gezien de eigen taakstelling. In dit advies komen de tegenstellingen onvermijdelijk boven drijven: Boerenbond en Landelijk Vlaanderen die een geleidelijke maar continue transformatie richting duurzaamheid beter vinden dan een snelle transitie, Natuurpunt die vreest dat een te enge interpretatie van het begrip ‘echte landbouwer’ innovatief ondernemerschap in de weg kan staan, beide kampen die totaal anders denken over inkomenssteun aan landbouwers, enz.

Over de Vlaamse ontwerpstrategie in uitvoering van het nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de EU verkozen de adviesraden SALV (landbouw) en Minaraad (milieu en natuur) zich afzonderlijk uit te spreken. Door de onthouding van Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt binnen de SALV moet je het advies van de Minaraad lezen als je de tegengestelde verwachtingen jegens het landbouwbeleid wil kennen. De verschillen in visie komen sterk tot uiting – en worden ook helder weergegeven in het advies – omdat de Minaraad niet de volledige Vlaamse ontwerpstrategie beoordeelt maar focust op de aspecten klimaat, milieu en natuur.

Het proces dat aan de ontwerpstrategie voorafgegaan is, krijgt meer krediet uit landbouw- dan uit milieuhoek. “De inspraakprocedure was wel degelijk een stap vooruit in vergelijking met het verleden. Doorheen het volledige proces worden stakeholders voortdurend betrokken en geïnformeerd”, zegt Boerenbond, die daarin bijgetreden wordt door eigenaarsvereniging Landelijk Vlaanderen. Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu hebben daarentegen het gevoel dat er wel naar hen geluisterd is, maar hun input vervolgens niet ernstig in overweging is genomen door het Departement Landbouw en Visserij bij het opstellen van de Vlaamse GLB-strategie. Dat geeft hen de indruk van “een consultatief in plaats van participatief proces”. Algemeen is de Minaraad positief gelet op de inspraakmomenten en de vraag om advies.

Omtrent de inhoud dan, te beginnen bij de klimaatuitdaging waar de Vlaamse landbouw voor staat. Daarvoor verwijst de ontwerpstrategie naar het Vlaams klimaatbeleidsplan 2021-2030 dat voor de landbouwsector een broeikasgasreductie met 26 procent vooropstelt ten opzichte van 2005. In het adaptatieplan staat dat de landbouwsector tegelijk gewapend moet worden om de gevolgen van de klimaatverandering te kunnen opvangen. Vervolgens wordt de klimaatuitdaging voorgesteld als een kans om het probleem bij de bron aan te pakken, de productiviteit te doen stijgen, de energie-efficiëntie te verbeteren, meer in kringlopen te denken, de mogelijkheden van koolstofopslag te benutten, enz. Het geheel lijkt de Minaraad een correcte benadering, maar een complete SWOT-analyse van de Vlaamse landbouw op vlak van klimaat is het naar verluidt niet.

Wat luchtkwaliteit aangaat, staat er volgens de Minaraad in de ontwerpstrategie niets betekenisvol. Dat is een gemis gelet op de subsidies die het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds verstrekt aan maatregelen voor een betere luchtkwaliteit, en gezien de programmatische aanpak stikstof waarmee Europese natuurdoelstellingen verzoend worden met ontwikkelingskansen voor veehouderij niet te dichtbij waardevolle natuurgebieden. Ook op vlak van waterkwaliteit en waterkwantiteit ontbreekt het aan een systematische inschatting van de sterktes en zwaktes. Waar de Vlaamse GLB-strategie beter in slaagt, is het belang van een gezonde bodem onderstrepen en als een opportuniteit presenteren. Wat bodemerosie betreft, herinnert de Minaraad aan zijn vraag om het in 2016 vernieuwde beleid te evalueren met het oog op verbetervoorstellen.

Verder vallen in het advies vooral de tegenstellingen op tussen Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu enerzijds en Boerenbond en Landelijk Vlaanderen anderzijds. De Minaraad presenteert ze als ‘vorken’, waarbij ieders standpunt weergegeven wordt. In totaal telt het advies 13 vorken. Vanuit milieu- en landbouwhoek wordt bijvoorbeeld erg verschillend aangekeken tegen de ‘groene architectuur’ binnen het landbouwbeleid. Nieuw in het GLB voor de komende beleidsperiode worden de ecoregelingen die landbouwers net zoals beheerovereenkomsten zullen vergoeden voor bovenwettelijke inspanningen voor het milieu. De milieubeweging wil er zich van verzekeren dat ze zullen resulteren in een reële extensivering van gras- en akkerlandbeheer.

Voor de belangenverdedigers van landbouwers en landeigenaars kan de groene architectuur bestaan uit een mix van instrumenten die zowel inzet op een hogere milieu-efficiëntie als op maatregelen die voor het milieu erg effectief zijn maar voor de boer weinig efficiënt. Maatregelen van deze laatste soort vinden ze maar aanvaardbaar mits de landbouwer hiervoor voldoende gecompenseerd wordt.

Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu koesteren andere verwachtingen tegenover plattelandsontwikkeling, de tweede pijler van het landbouwbeleid. Van de landbouworganisaties is geweten dat zij de tweede pijler belangrijk vinden ter versterking van landbouwbedrijven, vooral via de investeringssteun van het VLIF. De milieubeweging ziet zowel in dat landbouwinvesteringsfonds als in de beheerovereenkomsten instrumenten om de door hen gewenste transitie op gang te brengen. Dat staat zo beschreven in het advies: “Concipieer het VLIF als een transitiefonds dat congruent is met het opzet van de groene architectuur om te verduurzamen. Zet meer in op systeeminnovatie en bekijk welke types van investeringen niet meer passen in de verduurzaming van de landbouw.” En over beheerovereenkomsten wordt het volgende gezegd: “Bouw een volwaardig boerennatuurfonds uit in de tweede pijler. Om afstemming met het natuurbeleid te verzekeren, wordt de coördinatie van dergelijk GLB-biodiversiteitsfonds bij voorkeur bij de natuuradministratie gelegd, in nauwe samenwerking met de Vlaamse Landmaatschappij (die instaat voor de beheerovereenkomsten, nvdr.) en het Departement Landbouw.”

Gaat het over de centen en hoe ze uitgeven, dan kan de Minaraad niet anders dan zich ook over de eerste pijler te buigen. Rechtstreekse inkomenssteun aan landbouwers is immers de grote slokop van het GLB-budget. Boerenbond en Landelijk Vlaanderen zijn van mening dat inkomenssteun ook in de toekomst onmisbaar blijft, en wel om drie redenen. Inkomenssteun is namelijk een buffer tegen inkomensvolatiliteit, een compensatie voor de hogere Europese productiestandaarden en een vergoeding voor publieke dienstverlening door landbouw. “Dat blijft noodzakelijk zolang de markt voedselproductie en publieke diensten zoals ecosysteemdiensten en het vrijwaren van open ruimte niet correct kan vergoeden”, klinkt het.

Nu is die inkomenssteun gekoppeld aan grond. Zoeken naar een nieuwe ‘drager’ zodat ook de grondarme sectoren steun genieten, is voor Boerenbond en Landelijk Vlaanderen aanvaardbaar als het geleidelijk gebeurt. Voor Natuurpunt heeft de hectaresteun volledig afgedaan. Het geld kan naar verluidt beter gebruikt worden voor ecologische maatregelen binnen het landbouwbeleid, “met een aantoonbare impact op milieudoelen, bovenop wettelijk bepaald milieubeleid”. Disruptieve veranderingen in de steunverstrekking ziet Natuurpunt niet als bedreigingen voor de sector, maar als een kans voor beleidsmakers om een landbouwtransitie te bewerkstelligen. “Verliezers moeten daarbij gedetecteerd worden en, indien zij beantwoorden aan voorwaarden voor exnovatie, geholpen worden.”

Meer info: Minaraad

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via