nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

10.03.2020 Landbouwers dekken de tafel voor patrijs

Bloemenblokken, ingezaaid in het kader van het patrijzenproject PARTRIDGE, zijn een geschikte beheermaatregel om de patrijzenpopulatie in een gebied te herstellen. Ze bevatten voldoende insecten waar (jonge) patrijzen dol op zijn. Dat blijkt uit de eerste resultaten van het insectenonderzoek van de Game & Wildlife Conservation Trust (GWCT) in de zomer van 2019.
PARTRIDGE is een Europees project waarin vijf landen de handen in elkaar slaan om in tien demonstratiegebieden betere leefomstandigheden te creëren voor de patrijs. In de Vlaamse PARTRIDGE demogebieden in Boekhoute (Assenede) en Ramskapelle (Nieuwpoort) werken de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), Agrobeheercentrum Eco², Inagro, Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en de lokale landbouwers en jagers samen voor het aanleggen van patrijsvriendelijk habitat en het monitoren van de evolutie van de biodiversiteit in het demogebied.
 
“De lokale landbouwers sloten er extra beheerovereenkomsten met VLM, legden keverbanken aan en zaaiden bloemenblokken in”, vertelt Korneel Verslyppe, regiocoördinator bij Agrobeheercentrum Eco². “Die laatste zijn een experimentele beheermaatregel waarbij landbouwpercelen van 1 tot 1,5 hectare groot worden ingezaaid met een specifiek patrijsvriendelijk bloemenmengsel die jaarlijks alternerend wordt beheerd.”
 
De evolutie van de biodiversiteit in het demogebied wordt door INBO in kaart gebracht via het monitoren van de aantallen patrijzen, hazen, zangvogels en insecten. Die cijfers worden dan vergeleken met die van een gelijkaardig referentiegebied, waar geen bijkomende inspanningen werden geleverd. Op die manier kan men het effect van al de experimentele (bloemenblokken en keverbanken) maatregelen en VLM-beheerovereenkomsten op de biodiversiteit in kaart brengen en de beheermaatregelen verder verfijnen. Zo hopen de projectpartners tegen 2023 de biodiversiteit met 30 procent te laten toenemen.
 
Bijkomend werd in de zomer van 2019 een insectenonderzoek uitgevoerd in drie van de tien demogebieden: Rotherfield (UK), Oude Doorn (NL) en Assenede (BE). Dit onderzoek werd uitgevoerd door de Game & Wildlife Conservation Trust (GWCT), de Engelse lead partner in het PARTRIDGE-project.
 
De onderzoekers namen stalen van de insectenpopulatie in de bloemenblokken en in percelen met wintertarwe. De eerste resultaten tonen dat de bloemenblokken meer insecten bevatten dan de percelen met wintertarwe in de drie demogebieden. Bovendien hebben de bloemenblokken in de drie demogebieden ook een voldoende hoge CFI of Chick Food Index, een indicator voor het aantal aanwezige insecten die interessant zijn als voedsel voor (jonge) patrijzen, met andere woorden insectensoorten die patrijzenkuikens graag eten.
 
“De eerste resultaten tonen alvast de positieve effecten van de experimentele bloemenblokken en hun geschiktheid als beheermaatregel om de patrijzenpopulatie in een bepaald gebied te herstellen”, zegt Verslyppe. “Al dient hierbij ook vermeld dat de toegankelijkheid, de mate waarin patrijzen en andere akkervogels zich doorheen de bloemrijke vegetatie kunnen voortbewegen, ook een belangrijke rol speelt in de geschiktheid van deze bloemenblokken als patrijzenvriendelijke beheermaatregel.”
 
In de 500 hectare grote Vlaamse demogebieden werd sinds 2018, dankzij de inspanningen van de lokale landbouwers, ruimschoots de doelstelling gehaald om minimaal 7 procent patrijsvriendelijk habitat aan te leggen. Volgens diverse wetenschappelijke bronnen is dit de minimumoppervlakte om de patrijzenpopulatie te laten herstellen en de biodiversiteit in het landbouwgebied opnieuw te laten toenemen. “Bovenstaande resultaten stemmen ons alvast hoopvol om dit ook in de praktijk te kunnen realiseren”, klinkt het.
 
Meer informatie? Surf naar de website van het Interreg-project North Sea Region Partridge

Bron: Eigen verslaggeving

Beeld: Agrobeheercentrum Eco²

Volg VILT ook via