nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

17.01.2017 Landbouwleven rakelt Belgische landbouwgeschiedenis op

Tijdens Agriflanders stelde voormalig hoofdredacteur van Landbouwleven André De Mol het boek ‘Landbouwhistories van vroeger en nu’ voor. Het onafhankelijk weekblad verschijnt reeds 65 jaar zodat De Mol uit een rijk gevuld archief kon putten. Dat levert een boeiend historisch overzicht op dat de lezer onder meer doet stilstaan bij het feit dat slechte prijzen de landbouwers al decennialang achtervolgen. In 1974, het jaar van de grote betogingen, werd de broodprijs viermaal verhoogd terwijl de tarweprijs daalde. Verder krijg je een beeld van de enorme technologische vooruitgang, het wijzigende landbouwbeleid en de uitbraken van dierziekten die de sectoren deden opschrikken.

In februari 1951 rolde het eerste nummer van Landbouwleven van de persen. Het was een periode waarin de maatschappij in het algemeen, en de landbouw in het bijzonder, zich volop aan het herstellen was van de dramatische gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. “Nooit meer oorlog en nooit meer honger” was het credo dat overal in Europa weerklonk. Daarin moest de landbouw als producent van voedsel een belangrijke rol spelen. In 1950 was landbouw een zaak van een groot deel van de bevolking. Op ongeveer 8,6 miljoen inwoners telde België ruim 990.000 boerderijen. Het overgrote deel van de landbouwers was indertijd vooral op eigen voedselvoorziening gericht. Van de 990.000 bedrijven waren er namelijk 722.000 met minder dan één hectare grond.

Samen beteelden zij 1.825.552 hectare landbouwgrond, wat bijna een half miljoen hectare meer is dan er in 2015 aan landbouwgrond beschikbaar was in ons land. “Industrie, natuur, wegenaanleg en woningbouw hebben in de voorbije 65 jaar flink aan het landbouwareaal geknaagd”, schrijft André De Mol, voormalig hoofdredacteur van Landbouwleven en auteur van het recent verschenen ‘Landbouwhistories van vroeger en nu’. Indertijd was maïs een nieuwe teelt in onze contreien zodat granen een belangrijker deel van het areaal innamen, zo’n half miljoen hectare. Het belangrijkste daarvan was haver, waarvan er bijna 163.000 hectare verbouwd werd voor de 265.000 paarden in de jaren ’50. Nu groeit er minder dan 3.000 hectare haver in ons land.

Opmerkelijke nieuwkomer in de landbouwtellingen begin jaren ’50 was korrelmaïs. Voordien werd maïs enkel als voedergewas geteeld, dat wil zeggen groen geoogst en als volledige plant aan het vee gevoederd. Op aandringen van de overheid werd geëxperimenteerd met hybride maïs met een kolf die ook onder Belgische weeromstandigheden rijp kan worden. In 1951 werden proefvelden aangelegd. Samen met maïs verwierf ook de tractor een plek op Belgische boerderijen. Waren er begin 1951 nog maar 10.750 tractoren, dan was hun aantal een jaar later reeds met 4.300 stuks gestegen. Op het landbouwsalon in Brussel in 1952 vergaapten de boeren zich aan 51 merken van tractoren en 16 merken pikdorsers.

In de jaren ’50 werden ook meststoffen en sproeistoffen gemeengoed. Vanuit de Verenigde Staten kwam de techniek overgewaaid om N-P-K meststoffen toe te dienen bij de zaai. Om de landbouwers in de mogelijkheid te stellen hun gewassen beter te beschermen, vaardigde de minister van Landbouw in 1952 het besluit uit dat voorzag in een subsidie aan (coöperatieve) landbouwers voor de aankoop van een spuittoestel. Die subsidie kon tot de helft van de waarde van het toestel oplopen. Tezelfdertijd werden steeds meer nieuwe gewasbeschermingsmiddelen erkend. Systemische insecticiden werden op de markt gebracht, zij het dan alleen voor niet-eetbare producten. De toenmalige reporter van Landbouwleven schreef dat “de toxiciteit van deze nieuwe insecticiden nog onderzocht moet worden”. Nu ligt dat anders wanneer men een nieuw gewasbeschermingsmiddel op de markt wil brengen…

Gelet op de watersnood in mei en juni 2016 die als ramp erkend is, staan we ook even stil bij de waterellende die André De Mol uit de archieven opviste van het jaar 1974. Oudere landbouwers zullen zich de oogst in dat jaar nog herinneren. Landbouwleven schreef indertijd: “Volgens elke wiskundige waarschijnlijkheid zullen we zulke abnormale herfst nooit meer meemaken. Nooit verliepen de werkzaamheden zo moeizaam en bleven ze zo lang aanslepen. Nooit stonden mensen en machines voor zwaardere opdrachten. Nooit werden zo weinig wintergranen uitgezaaid als dit jaar, waardoor het teeltplan van de meeste bedrijven ook voor 1975 volledig overhoop dreigt te raken.”

De herfst van 1974 staat met 411,6 mm neerslag (normaal 208,9 mm) nog steeds als natste herfst aller tijden genoteerd. Om de bieten, aardappelen en maïs van de velden te halen, kende de minister van Landsverdediging spoedverlof toe aan zonen van landbouwers en werden een 3.000-tal soldaten ingeschakeld bij de oogst. Middelbare landbouwscholen stuurden de leerlingen naar de velden. Vanaf december werden ook speciale legervoertuigen ingeschakeld.

Blader je graag zelf door de Belgische landbouwgeschiedenis (1951-2015)? Bestel dan het boek ‘Landbouwhistories van vroeger en nu’ via de website van Landbouwleven, onderaan deze webpagina.

Bron: Landbouwhistories van vroeger en nu

Beeld: Landelijke Uitgeverijen

Volg VILT ook via