nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

27.01.2020 Landbouwminister VS onder indruk van Belgisch witblauw

De Amerikaanse landbouwminister Sonny Perdue is in ons land om kennis te maken met de nieuwe Europese Commissie. Voorafgaand aan die ontmoeting bezocht hij – op zijn uitdrukkelijke vraag - een Belgisch Witblauw-fokkerij in het Waalse Fooz. “Ik heb het vlees nog nooit geproefd, maar vanuit mijn opleiding als dierenarts ben ik wel vertrouwd met de buitengewone prestaties van het ras. Het is een eer dat ik hier vandaag mag zijn. Dit is echt een indrukwekkend bedrijf”, zei Perdue na het bezoek.

De Europa-trip van de ‘Secretary of Agriculture’ van de Verenigde Staten begon zondag met een bezoek aan een landbouwbedrijf. Later die dag had hij een ontmoeting met de leiders van Copa-Cogeca. Op maandag staan gesprekken met onder meer de Europese landbouwcommissaris Janusz Wojciechowski, met de EU-Commissaris voor Handel Phil Hogan en met Eurocommissaris voor Gezondheid en Voedselveiligheid Stella Kyriakides op de planning. Daarna reist de Amerikaanse landbouwminister door naar Nederland waar hij Wageningen Universiteit bezoekt en afsluiten doet de trip in Italië waar Perdue onder meer een bezoek brengt aan EFSA.

Het moet even wennen geweest zijn voor het anders rustige dorpje Fooz, deelgemeente van Awans nabij Luik. Het bezoek van Sonny Perdue ging gepaard met strenge veiligheidsmaatregelen. Enkel wie uitgenodigd was of in de buurt woonde van het landbouwbedrijf van Eric en Julien Coheur, mocht de straat in. Een leger politiemensen en veiligheidsagenten waren opgetrommeld om alles in goede banen te leiden tijdens de komst van de Amerikaanse minister. Ook federaal landbouwminister Denis Ducarme en Waals landbouwminister Willy Borsus waren van de partij.

Sinds 2017 is de republikein minister van Landbouw onder president Trump. Perdue groeide op een melkveebedrijf in Georgia en na zijn studies diergeneeskunde oefende hij een aantal jaren het beroep van dierenarts uit, vooraleer hij zich in het zakenleven stortte. Nadien begon hij aan zijn politieke carrière te timmeren en werd hij onder meer gouverneur van Georgia. Door zijn achtergrond zegt Perdue dat hij de problemen van de boeren kent en begrijpt.

Hij laat zich tijdens zijn ministerschap leiden door vier principes, zo zegt hij zelf. Eerst en vooral wil Perdue het potentieel van de landbouwsector om jobs te creëren en om voeding en vezels te produceren om op die manier de wereld te voeden en te kleden, maximaliseren. Een andere prioriteit is ervoor zorgen dat belastingbetalers een goede service krijgen en dat het geproduceerde voedsel veilig is. Tot slot vindt de landbouwminister het belangrijk dat natuurlijke hulpbronnen als een goede rentmeester beheerd worden. Tegelijk begrijpt hij dat handel van groot belang is aangezien we in een geglobaliseerde economie leven. Vandaar dat hij zich ook wil profileren als “een onbeschaamd pleitbezorger voor de Amerikaanse landbouw”.

Het bezoek aan het landbouwbedrijf van de familie Coheur kwam er op vraag van Perdue zelf. Vanuit zijn verleden als dierenarts waren de uitzonderlijke eigenschappen van het Belgisch witblauwrund hem bekend en hij wou dan ook graag kennismaken met een bedrijf dat zich gespecialiseerd heeft in dit ras. Eric Coheur was bijzonder trots dat hij de Amerikaanse landbouwminister een rondleiding mocht geven op zijn bedrijf dat zo’n 450 à 500 stuks witblauw telt. Zijn fokkerij leverde tal van dieren die hoge ogen gooiden op de nationale prijskamp Belgisch witblauw en veel van zijn dieren worden aangekocht door andere witblauwfokkers.

“Het duurt 25 tot 30 jaar om een veestapel als de onze op te bouwen. Steeds worden de dieren met de beste genetica gekruist. Dat is een werk van jaren”, vertelde Eric Coheur aan Perdue. Hij gaf hem ook een aantal kerncijfers mee over zijn bedrijf. Elke koe kalft de eerste keer rond de leeftijd van 25 maanden. De tussenkalftijd bedraagt ongeveer 380 dagen en wanneer het dier drie kalveren op de wereld heeft gebracht, wordt ze vetgemest en gaat ze naar de slacht. De kwalitatief beste dieren op genetisch vlak worden nog even aangehouden en gebruikt voor embryotransplantatie. Dat betekent dat de eitjes uit de koe worden gespoeld om die vervolgens in te planten in een andere koe.

Het grootste deel van de mannelijke dieren verlaat het bedrijf op de leeftijd van 16 tot 19 maanden en wordt geslacht. Ook hier worden de beste dieren gehouden voor de fokkerij of worden verkocht aan andere veehouders. De verkoop van genetisch materiaal is dan ook een belangrijke inkomstenbron voor het bedrijf.

De Amerikaanse minister wou vervolgens weten waarom de stieren niet worden gecastreerd op het bedrijf. In de VS is dat immers een courante praktijk omdat dit fijner vlees oplevert met meer vet. “Door de snelle groei van Belgisch witblauw kunnen wij al slachten op een leeftijd van 16 tot 19 maanden. Dat maakt dat het vlees heel fijn van vezel en heel mager blijft. Tegelijk hebben we het vlees van de vrouwelijke runderen die pas op de leeftijd van vier à vijf jaar geslacht worden. Dat vlees is roder en heeft een sterkere smaak. Op die manier kunnen wij twee soorten consumenten bedienen”, legt Coheur uit.

De landbouwer wou van de aanwezigheid van de Belgische ministers en de pers ook profiteren om wat problemen aan te klagen. “Ik heb goed mijn boterham kunnen verdienen met mijn fokkerij. Maar ik ben echt bang voor wat mij zoon te wachten staat. Als de juiste beslissingen niet genomen worden, zal de Waalse fokkerij verdwijnen. Vandaag gaat van de consumentenprijs van vlees slechts 37 procent naar de boer. Waarom legt de industrie zoveel druk op aan boeren? Ze moeten toch beseffen dat ze op lange termijn daar zelf de dupe van worden?, aldus Coheur.

Ook het feit dat de veeteelt als klimaatboeman wordt naar voor geschoven, is de rundveehouder een doorn in het oog. “Belgisch witblauw is in staat om hoge vleesproductie te combineren met een minimale impact op klimaat. De voederefficiëntie is immers zeer hoog en bovendien zijn het dieren die gras dat onbruikbaar is voor de menselijke consumptie, kunnen omzetten in hoogwaardige eiwitten. Dat gras is heel belangrijk voor de koolstofopslag”, benadrukt hij. Volgens Coheur eten de dieren ook vooral afval. “In onze regio kunnen we een perfect circulaire landbouw krijgen”, klinkt het.

Perdue gaf aan dat Amerikaanse landbouwers met dezelfde problemen kampen. “Ik ben eveneens heel bezorgd over de beweging naar een ’antidierenlandbouw’ die zowel in de VS als in Europa in opmars is.” In dat kader merkte hij op dat er op het eerste zicht heel wat verschillen zijn tussen de Europese en Belgische landbouw en de Amerikaanse, maar dat er tegelijkertijd nog meer zaken zijn die gelijk zijn.

Federaal landbouwminister Ducarme was tevreden met de komst van Sonny Perdue naar een Waals landbouwbedrijf. “Het is mooi dat we onze troeven hebben kunnen tonen en dat we de banden met de VS hebben kunnen aanhalen”, stelt hij. “We hebben voor rundvlees een zelfvoorzieningsgraad van 160 procent en voor varkens zelfs meer dan 200 procent. Export is dan ook onontbeerlijk voor onze landbouwsector. Je kan niet verwachten dat je zelf exporteert, maar tegelijk elke import bant. Maar daarbij mag je niet alle principes overboord gooien. Het speelveld moet gelijk zijn en dat is er vandaag bijvoorbeeld in het kader van Mercosur niet”, aldus Ducarme.

Bekijk hier de fotoreportage van het bezoek van minister Perdue.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via