nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.08.2019 Landbouwonderneming vervangt landbouwvennootschap

Met de ondertekening van het Koninklijk Besluit door de koning vorige maand is er een eind gekomen aan de vennootschapsvormen zoals we ze kenden. Dat heeft ook voor landbouwers een belangrijke impact, want de landbouwvennootschap (LV) houdt daarmee op te bestaan. Hoewel deze populaire vennootschapsvorm in landbouwmiddens wordt afgeschaft, blijven de voordelen ervan wel overeind. “Om van die voordelen te genieten, heb je wel een bijkomende erkenning als landbouwonderneming (LO) nodig”, weet Jacky Swennen, productmanager Landbouw bij adviesbureau SBB.

Door de hervorming komt er één wetboek voor vennootschappen en verenigingen. Daarin zijn slechts vier vennootschapsvormen opgenomen, waar er voordien 17 vennootschapsvormen mogelijk waren. De besloten vennootschap of BV (vroegere BVBA), de coöperatieve vennootschap of CV (vroegere CVBA), de naamloze vennootschap (NV) en de maatschap zijn de enige vier vormen die voortaan nog toegelaten zijn. Die laatste wordt onderverdeeld in de vennootschap onder firma of VOF en de commanditaire vennootschap (commV). Hierbij sluit de landbouwvennootschap (LV), die in het nieuwe wetboek ook verdwijnt, het dichtst aan. 

Op juridisch vlak is de landbouwvennootschap altijd een speciale vennootschapsvorm geweest omdat hij bijzondere aandacht heeft voor de uitzonderlijke situatie van de verschillende landbouwsectoren. Zo geeft de LV landbouwers de mogelijkheid om te kiezen voor toepassing van personenbelasting of toepassing van de vennootschapsbelasting als fiscaal stelsel in combinatie met de juridische voordelen van een vennootschap. Ook pachtoverdracht is mogelijk zonder dat de beherend vennoot een pachtoverdracht moet organiseren.

Gezien het belang van deze voordelen heeft de landbouwsector bij justitieminister Koen Geens (CD&V) sterk aangedrongen om die voordelen ook in de nieuwe vennootschapsregels te verankeren. De minister heeft gehoor gegeven aan de vraag door een bijkomende erkenning als landbouwonderneming (LO) in te voeren. Wil een landbouwbedrijf van de voordelen van een landbouwvennootschap blijven genieten, dan moet het een aanvraag indienen. “Enkel wie erkend wordt als landbouwonderneming zal nog van de voordelen kunnen genieten”, waarschuwt Swennen. Bij omvorming tot een landbouwonderneming (LO), is er sprake van een VOFLO, commVLO, BVLO of CVLO.

Uiteraard zijn er voorwaarden verbonden aan zo’n erkenning als landbouwonderneming. Het doel van de vennootschap mag enkel een landbouwactiviteit zijn en alle vennoten moeten natuurlijke personen zijn. Beherende vennoten moeten minstens 50 procent van hun tijd besteden aan landbouwuitbating. Bijkomend halen ze minstens de helft van hun beroepsinkomen uit het landbouwbedrijf. Daarnaast is er een wettelijk voorkooprecht op aandelen voor beherende vennoten of de zaakvoerder. Elke twee jaar zal de FOD Economie controleren of deze bepalingen nog van toepassing zijn.

SBB wijst erop dat het overschakelen naar een landbouwonderneming extra administratie met zich mee zal brengen, maar dat er ook duidelijke voordelen tegenover staan. “Bedrijven krijgen meer vrijheid om statuten op maat te schrijven en fuseren of splitsen van landbouwondernemingen zal in de toekomst mogelijk zijn”, legt Jacky Swennen uit.

Bestaande landbouwvennootschappen (LV’s) krijgen ruim de tijd om zich aan te passen aan de nieuwe vennootschapswetgeving. Tot uiterlijk 1 januari 2020 kunnen de statuten aangepast worden. “Denk daarbij aan een kapitaalverhoging of een wijziging van de beherende vennoot. Daarna krijgen LV’s vier jaar de tijd om hun landbouwvennootschap om te vormen tot een BVLO, CVLO, commVLO of een VOFLO. De uiterste deadline is dus 31 december 2023. LV’s die opgericht zijn voor 1 mei 2019 krijgen automatisch een erkenning als landbouwonderneming”, benadrukt SBB.

Landbouwvennootschappen die gekozen hebben voor personenbelasting, zullen hun keuze voor vennootschapsvorm beperkt zien tot twee: vereniging onder firma met landbouwerkenning (VOFLO) en commanditaire vennootschap met landbouwerkenning (commVLO). “Vaak is commVLO de beste optie omdat het toelaat om een stille vennoot aan te duiden. Die is slechts aansprakelijk tot zijn inbreng”, adviseert Swennen. Landbouwvennootschappen die onder de vennootschapsbelasting vallen, kunnen alle nieuwe vennootschapsvormen kiezen. “Een besloten vennootschap met landbouwerkenning (BVLO) zal meestal de aangewezen keuze zijn als je een vennootschap met beperking van aansprakelijkheid hebt”, aldus nog SBB.  

Bron: Nieuwsbrief SBB

Beeld: Anna Verhoeve ILVO

Volg VILT ook via