nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.11.2019 Levert landbouw een positieve bijdrage aan de economie?

Een boer is een ondernemer die zijn boterham verdient door voedsel, sierplanten of nijverheidsgewassen te produceren. Behalve de strategisch belangrijke functie van voedselvoorziening, levert de land- en tuinbouw ook verschillende maatschappelijke diensten zoals het beheer van ruimte, natuur, water en bodem, en in bepaalde gevallen ook recreatie, educatie en gezondheidszorg. Blijft de Vlaamse land- en tuinbouw een pijler van onze economie en moeten we boeren en tuinders economisch meer kansen geven? Of is de economische waarde van de Vlaamse land- en tuinbouw zo klein dat we beter inzetten op landbouw die op de eerste plaats een hogere natuurwaarde realiseert? Veldverkenners nam deze, voorlopig laatste, stelling onder de loep.
In Vlaanderen hebben we een gunstig klimaat en vruchtbare gronden, waardoor we al sinds de middeleeuwen geroemd worden om onze productieve land- en tuinbouwers. Rondom die boeren en tuinders heeft zich ook een omvangrijk netwerk ontwikkeld van toeleveranciers, onderzoekers, handelaars, verwerkers en voedingsindustrie. Dat netwerk, het agrobusinesscomplex (ABC), is de voorbije jaren tot een van de groeisectoren binnen de Vlaamse economie uitgegroeid.
 
De agrovoedingsketen presteert economisch sterk. De toegevoegde waarde, het verschil tussen de marktwaarde van de producten en de daarvoor ingekochte grondstoffen, bedroeg in 2016 8,3 miljard euro. Dat is een derde meer dan in 2008 en ongeveer evenveel als de chemische sector in België. Heel wat grote spelers in de agrovoedingssector zijn van oorsprong familiebedrijven en zij werken nog altijd nauw met onze land- en tuinbouwers samen. Onder meer in de markt van diepvriesgroenten, frieten, vlees- en zuivelverwerking ontpopten zij zich tot echte wereldtoppers. Omwille van hun innoverende aanpak en sterke knowhow zet de sector zich internationaal als Flanders Agrofood Valley in de markt.
 
Binnen de agrovoedingsketen verschuift de klemtoon al een aantal jaar van basisproducten naar producten met een hogere toegevoegde waarde. Daardoor kalft de economische impact van de landbouw binnen de agrovoedingsketen af. Uit cijfers van de FOD Economie blijkt dat de landbouw in 1995 nog goed was voor 34 procent van de totale toegevoegde waarde binnen de agrovoedingsketen. Twintig jaar later is dat 10 procent minder. De bruto toegevoegde waarde van de land- en tuinbouw blijft wel al jaren stabiel.
 
Vlaanderen telt jaar na jaar minder maar grotere en meer gespecialiseerde landbouwbedrijven. In 2018 stond de teller op 23.361. De huidige bedrijven halen een hogere productiviteit dan vorige generaties, waardoor ze de totale productie en ook de toegevoegde waarde van de landbouw op peil houden. Binnen het ABC volgt de land- en tuinbouw niet de ontwikkeling van de schakels die dichter bij de consument staan.
 
De agrovoedingsketen creëert als geheel 133.558 arbeidsplaatsen, waarvan 48.080 in de landbouw. Dat cijfer omvat vooral zelfstandige boeren en boerinnen. De totale tewerkstelling in de land- en tuinbouw nam tussen 2007 en 2016 met 16 procent af. In dezelfde periode steeg de gemiddelde tewerkstelling per landbouwbedrijf van 1,46 naar 1,64. De landbouwsector blijft goed voor 36 procent van het aantal arbeidsplaatsen in de Vlaamse agrovoedingscluster. In totaal werkt ongeveer 3 procent van de op de arbeidsmarkt actieve bevolking in het Vlaamse Gewest in de agrovoedingsketen.
 
Om het belang van een sector uit te drukken, kijken economen meestal naar de bruto toegevoegde waarde ervan. Maar het speelveld van de land- en tuinbouw wordt sterk door regulering, beperkingen en subsidies van de overheid bepaald. Dat maakt ook de netto toegevoegde waarde een interessante maatstaf. Die slaat op de waarde die overblijft, als je de afschrijvingen en de subsidies voor de sector ervan aftrekt. Statistiek Vlaanderen berekende dat de netto toegevoegde waarde van de Vlaamse land- en tuinbouw – dus zonder de andere schakels van het agrovoedingscluster – in 2017 op 1,6 miljard euro kwam. Dat is de helft meer dan in 2016 en de hoogste waarde van de laatste 20 jaar.
 
Wie verder inzoomt op de economische cijfers, merkt twee zaken op. Ten eerste: de veeteelt zorgt voor twee derde van de eindproductiewaarde. Ten tweede: de land- en tuinbouw is een kapitaalintensieve sector waarin schaalvergroting zich verder doorzet. Daarom pleit de agro-ecologische beweging ervoor om boeren en tuinders te helpen desinvesteren. Daarmee bedoelt ze dat landbouwers met minder hoge afschrijvingen een even hoog inkomen moeten kunnen realiseren. De sector zou dan minder omzet draaien, maar een even hoge netto toegevoegde waarde creëren. Om dat te realiseren, wil de beweging naar meer marktregulering en minder vrijhandel evolueren.
 
We kunnen stellen dat de economische impact van de Vlaamse agrovoedingsketen op het vlak van omzet en tewerkstelling ongeveer even groot is als de chemische sector in België. In 2016 creëerde de land- en tuinbouwsector zelf een netto toegevoegde waarde van 1,6 miljard euro. Op de vraag of de landbouw een positieve bijdrage levert aan onze economie, kunnen we dus volmondig ja antwoorden.
 
Een factcheck gemist? Lees alle feiten en fabels over landbouw in de .  

Bron: Veldverkenners

Volg VILT ook via