nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.09.2019 Limburg vat de wit-blauwe dikbilkoe bij de horens

De vleesveesector snakt naar een duurzaam toekomstplan. Het aantal bedrijven daalt, net zoals de zoogkoeienstapel. In Limburg, waar je nog wit-blauwe runderen ziet grazen in hoogstamboomgaarden, krimpt de sector net iets sneller dan in de rest van het land. Limburgs gedeputeerde van Landbouw Inge Moors wil vleesveehouderij niet opgeven maar integendeel nieuw leven inblazen. Ze verleende financiële steun aan een transitietraject dat door een redactieteam onder leiding van het Innovatiesteunpunt werd neergepend in een roadmap. Een roadmap is zoals een kompas dat aangeeft hoe je van punt A (de huidige weinig benijdenswaardige situatie) geraakt naar punt B (de gewenste situatie).

De producenten van rundvlees hebben het moeilijk. De prijzen voor dikbilrunderen dalen. Er wordt minder vlees geconsumeerd, minder rundvlees vooral. Jaar na jaar worstelen vleesveehouders met de rendabiliteit van hun bedrijven. Op de koop toe verschijnen er in de media allerlei negatieve berichten over koeien in het algemeen en rundvlees in het bijzonder. Toen de Limburgse vleesveehouders hun gedeputeerde van Landbouw vroegen hoe ze zich beter kunnen wapenen voor de toekomst, nam Inge Moors het initiatief. Ze wou de sector de kans geven om na te denken over hun toekomst en dit uit te stippelen in een roadmap.

Met het uitwerken van zo’n roadmap – die de titel ‘Veerkrachtige vleesveehouderij’ kreeg – zijn de problemen van vleesveehouders niet van de baan. Dat neemt volgens gedeputeerde van Landbouw Inge Moors niet weg dat zo’n denkoefening over een gemeenschappelijk en duurzaam toekomstplan voor de sector noodzakelijk is. De vleesveesector staat immers voor grote uitdagingen. Het resultaat van die denkoefening werd eerder deze maand voorgesteld in Sint-Truiden. Vanuit de provincie Limburg werden er de voorbije jaren soortgelijke initiatieven genomen voor de varkenshouderij en fruitsector die ook al moeilijke momenten beleefden.

In de vleesveehouderij lijkt de crisis structureel van aard. Dat merk je bijvoorbeeld aan de cijfers die Moors citeert: “België telde vorig jaar 412.000 zoogkoeien, waarvan zo’n 40 procent terug te vinden is in Vlaanderen. Zo’n 13.000 zoogkoeien worden in Limburg gehouden, voornamelijk in Haspengouw. De laatste 10 jaar zijn de aantallen echter sterk gedaald, waardoor er 23 procent minder zoogkoeien waren in ons land in 2018. In Limburg is hun aantal zelfs met 30 procent gedaald. Dezelfde negatieve evolutie stelt zich ook bij het aantal bedrijven. In België is het aantal bedrijven met zoogkoeien in deze periode met 29 procent gekrompen. In Limburg daalde hun aantal zelfs met 32 procent, van 1.003 naar 682 bedrijven.

In het kader van een LIONS-project (Limburgs Agrarisch Ondernemerschap Stimuleren) konden het Innovatiesteunpunt en Boerenbond aan het transitietraject voor de sector werken. De financiële steun daarvoor kwam van de provincie Limburg, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Agentschap Innoveren en Ondernemen. De gedeputeerde legt uit hoe dat in zijn werk ging: “We lanceerden een oproep aan veehouders, bedrijven, organisaties en stakeholders uit de keten om samen na te denken over de toekomst van de vleesveesector. Het initiatief en aanreiken van oplossingen werd zo in handen van de sector zelf gelegd.” Over één iets waren alle betrokkenen het snel eens, namelijk dat Belgisch wit-blauw als populairste runderras centraal hoorde te staan in de discussies. De meeste vleesveehouders zweren nog steeds bij dit ras vanwege zijn rustig karakter, de kwaliteit van het vlees en de goede voederconversie.

De komende dagen gaat VILT.be dieper in op de inhoud van de roadmap.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via