nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

17.04.2018 Meer en bereikbare kennis in strijd tegen buxusmot

Om de aanpak van de buxusmotplaag met meer kennis te onderbouwen start het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) samen met het Proefcentrum voor Sierteelt (PCS), de sierteelt- en groenfederatie AVBS en Landelijke Gilden een monitorings-, beheersings- en sensibiliseringsproject. Daarnaast moet een nieuwe website, sosbuxusmot.be, voor een betere verspreiding van de praktische info over de buxusmot zorgen. 

De buxusmot is een invasieve exoot die zich snel over Vlaanderen verspreidt en heel wat vraatschade aanricht, tot grote bezorgdheid van buxusproducenten, -handelaars, -eigenaars en -verzorgers. Voorlopig blijven de regio’s West-Vlaanderen en Haspengouw nog enigszins gespaard, maar de plaag rukt snel op. Het zijn vooral de larven van de mot die voor problemen zorgen, met piekmomenten van april tot oktober. Ze vreten aan het bladgroen en laten een dorre, onsierlijke struik achter.

“Professionele verzorgers kunnen de plaag wel de baas, omdat ze over effectieve, weliswaar chemische bestrijdingsmiddelen beschikken”, aldus ILVO-onderzoeker Jochem Bonte. “Maar voor particulieren en openbare besturen ligt dat moeilijker. Zij beschikken niet over de juiste kennis en hebben geen toegang tot dezelfde middelen.” Het nieuwe onderzoeksproject zal zich daarom in de eerste plaats richten op het vinden van een haalbare, efficiënte en bij voorkeur milieuvriendelijke beheersing voor elk type gebruiker.

“Eerst moet daarvoor meer kennis opgedaan worden over de opkomst en verspreiding van de mot”, zo klinkt het nog. “ILVO en PCS zullen op twee geografisch verspreide locaties een seizoen lang twee populaties opvolgen. Van april tot en met oktober inspecteren ze wekelijks buxusplanten op de aanwezigheid van eitjes, larven, poppen, spinsels en schadesymptomen. Verder simuleren ze aan de hand van een daggradenmodel en temperatuurgegevens de levenscyclus van de buxusmot op minstens één locatie in elke provincie.”

Om de doeltreffendheid van verschillende fysische, biologische en chemische beheersingsmethodes te testen, worden tegelijkertijd kooiproeven uitgevoerd. Daarin worden jonge larven op buxus in kooien blootgesteld aan verschillende behandelingen, en wordt het effect vergeleken. Om de activiteit van de motten te observeren, worden tot slot feromoonvallen uitgezet. Zo hopen de onderzoekers te weten te komen of er een verband is tussen het aantal gevangen motten en de waargenomen schade of het aantal (jonge) larven. Dit moet uitwijzen of feromoonvallen nuttig kunnen zijn als beheersinstrument.

De kennis die ILVO en PCS tijdens de studie opdoen, zal uiteindelijk vertaald worden naar een haalbare en efficiënte beheersingsstrategie op maat van de verschillende gebruikers: particulieren, openbare groendiensten en professionelen. Daarbij zal rekening worden gehouden met de mate van aantasting, de hoeveelheid en grootte van de planten, de praktische haalbaarheid, de milieu-impact en de kostprijs. 

“Het tweede doel van dit onderzoek is particulieren en openbare besturen informeren over de beste bestrijding op maat”, aldus Marleen Van der Velden van Landelijke Gilden. “Daarom zal de website www.sosbuxusmot.be behalve informatie over de mot ook praktische tips bevatten. AVBS en Landelijke Gilden nemen dit deel van het project voor hun rekening. Uiteindelijk hopen zij op die manier van buxus opnieuw een aantrekkelijke tuinplant te maken, ook voor wie geen professionele verzorger kan inschakelen om de mot eruit te houden.” 

Meer info vind je hier

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Proefcentrum voor Sierteelt

Volg VILT ook via