nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

31.01.2018 Meer fungiciden maar minder herbiciden verkocht in 2016

In 2016 werden er – omgerekend naar werkzame stof – 6.843 ton gewasbeschermingsmiddelen op de markt gebracht in België, zo meldt Statbel op basis van cijfers die de FOD Volksgezondheid verzamelt bij de vergunninghouders. Van het totaalvolume betrof 42 procent schimmelwerende en bacteriëndodende middelen (fungiciden). De tweede grootste productcategorie zijn de groep onkruidbestrijdingsmiddelen, aardappelloofdoders en moswerende middelen. In vergelijking met 2015 steeg de verkoop van fungiciden met 10 procent en die van groeiregulatoren met 16 procent. Dit werd grotendeels gecompenseerd door een daling (-5%) bij de herbiciden.

Jaarlijks verstrekken de vergunninghouders van gewasbeschermingsmiddelen informatie aan de overheid over de verkoopvolumes in of via België van al hun commerciële producten. De FOD Volksgezondheid verzamelt deze gegevens, en gebruikt ze in eerste instantie om de vergoeding te bepalen die verschuldigd is voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen. Abnormale of ontbrekende hoeveelheden worden gecontroleerd. Het gerapporteerde volume weerspiegelt niet perfect het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in ons land. “De ingevoerde volumes gewasbeschermingsmiddelen worden geregistreerd, maar dat gebeurt niet systematisch met (re-)export”, verklaart Peter Jaeken van sectorfederatie Phytofar het verschil.

De aan de overheid gerapporteerde hoeveelheden van een commercieel product worden op basis van de concentratie omgezet in kilogram werkzame stof. In 2016 werden er 6.843 ton gewasbeschermingsmiddelen op de markt gebracht. Die waren voornamelijk bestemd voor professionelen maar de cijfers bevatten ook de onkruid- en mosbestrijders voor particulieren. Middelen tegen plantenziekten en tegen onkruiden vormen de twee grootste productcategorieën. Van fungiciden inclusief bactericiden kwam er twee jaar geleden 2.857 ton werkzame stof op de markt. De verkoop van (aardappel)loofdoders en mosbestrijders wordt opgeteld bij de herbiciden en daarmee komt het totaal op 2.261 ton.

Het gebruik van andere gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw ligt een stuk lager. Van insecticiden inclusief acariciden (tegen mijt, spint en andere spinachtigen) kwam er 561 ton op de markt. “De verkoopvolumes acariciden dalen omdat schadelijke beestjes zoals spint hoofdzakelijk bestreden worden door het aantrekken en uitzetten van hun natuurlijke vijanden. Wanneer de bestrijding op een biologische manier niet lukt, worden er chemische middelen ingezet conform de trapsgewijze aanpak voor een geïntegreerde gewasbescherming”, zegt Jaeken.

In de groep ‘andere gewasbeschermingsmiddelen’ – die 808 ton groot is –, vallen de volgende producten: minerale en plantaardige oliën, aaltjesbestrijders, bodemontsmettingsmiddelen en rattenbestrijdingsmiddelen. De 336 ton aan groeiregulatoren die in 2016 op de markt kwam, is afzonderlijk geregistreerd. Akkerbouwers gebruiken producten zoals cycocel, op basis van de werkzame stof chloormequat, om de oogstzekerheid van hun granen te verhogen. De tarwe- of gerststengel wordt na een bespuiting korter en steviger en dus minder gevoelig aan legering door wind en regen.

Peter Jaeken verklaart de volumestijging bij de groeiregulatoren als volgt: “Hoe kleiner de productcategorie hoe groter de van jaar-tot-jaar-fluctuatie in percentage kan zijn. Aangezien middelen het dubbel effect van herbicide en groeiregulator kunnen hebben, is ook de klassering als het één of het ander van belang. Spelen ook een rol: om te beginnen de weersomstandigheden want heel groeizaam weer kan een extra behandeling met een groeiregulator vereisen en daarnaast ook verschuivingen in het middelenpakket als gevolg van wijzigingen in de producttoelatingen want het aantal kilogram werkzame stof per hectare is productafhankelijk.”

Land- en tuinbouwers zullen zich 2016 nog herinneren vanwege de kletsnatte seizoenstart gevolgd door een heel droge zomer en dito najaar. Door de vochtige weersomstandigheden was de ziektedruk hoger, wat je terugziet in het grotere volume fungiciden (+10% t.o.v. 2015). Aardappeltelers heeft het veel moeite gekost om de aardappelplaag onder controle te houden. De groei van het aardappelareaal maakt dat Belgische akkerbouwers meer behoefte hebben aan fungiciden. Ook voor fruittelers was 2016 een moeilijk jaar door de hoge ziektedruk. Wie bij de bestrijding van schurft op appel en peer een steek liet vallen, holde een seizoen lang achter de feiten aan. In plaats van preventief moet er dan curatief ingegrepen worden, wat het middelengebruik vergroot. Ook dat verklaart voor een stuk de volumestijging bij de fungiciden.

De verkoop van herbiciden viel in 2016 terug op zijn laagste peil in jaren, wat volgens sectorfederatie Phytofar te wijten is aan de vochtige weersomstandigheden. Die hebben de ziektedruk verhoogd, maar de slaagkansen van een onkruidbestrijding met bodemherbiciden in bijvoorbeeld maïs en aardappelen vergroot. Er kiemden na toepassing van een bodemherbicide nog maar weinig onkruiden zodat landbouwers minder contactherbiciden hebben moeten inzetten ter correctie van de eerste behandeling.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via