nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Meeropbrengst van 15 procent vraagt om opschaling compostgebruik
11.09.2019  Compost

Onderzoek door het Vlaams landbouwonderzoeksinstituut ILVO toont aan dat compost 15 procent meer opbrengst realiseert dan andere bodemverbeteraars. Dat blijkt uit vier veldproeven op lange termijn. De gewassen op velden die met compost behandeld zijn, presteren beter dan velden waar bijvoorbeeld stalmest wordt gebruikt. Om verder onderzoek mogelijk te maken, investeerde ILVO in een overdekte opslagruimte voor uitgangsmateriaal en voor de afgewerkte compost. Gezien de beloftevolle resultaten met compost hoopt de administrateur-generaal van ILVO, Joris Relaes, dat de landbouwpraktijk compostgebruik op grote schaal oppikt. Mogelijk kunnen daar in het klimaat- en landbouwbeleid hefbomen voor uitgedacht worden, zoals een systeem van carbon credits naar Oostenrijks voorbeeld. Meer organische koolstof in de grond betekent immers minder CO2 in de lucht. 

Het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) doet in Vlaanderen langlopende experimenten met boerderijcompost. Van die onderzoeken – met behandelingen tot tien jaar op rij – zijn er vier afgerond of nog aan de gang, zowel in biologische als gangbare teeltsystemen. De resultaten wijzen op de grote voordelen van compost. "Het verhoogt het organische stofgehalte, gaat bodemverzuring tegen, brengt de nodige plantenvoedingsstoffen aan met een laag risico op uitspoeling en bevordert het bodemleven, wat de bodem op termijn weerbaarder maakt tegen ziektes", zegt compostexpert Koen Willekens. "Dat alles maakt dat wij finaal makkelijk 15 procent meer oogsten op akkers die een compostgift kregen."

Daarmee doet compost beter dan andere waardevolle bronnen van organisch materiaal ter verbetering van de bodemvruchtbaarheid, zoals stalmest. Om verder onderzoek mogelijk te maken, opende ILVO dinsdag in Oost-Vlaanderen een nieuw gebouw, aan zijn composteersite. De overdekte opslagruimte met compartimenten voor uitgangsmateriaal en voor afgewerkte compost is goed voor een investering van ruim 500.000 euro. De betonvloer is conform de milieuwetgeving vloeistofdicht en voorzien van een systeem om sapverliezen, merendeels uit nat uitgangmateriaal, op te vangen. De overkapping verhindert dat regenwater zich mengt met de sapverliezen. "Voortaan kunnen we in ons onderzoek naar recepturen en kwaliteitsverschillen van compost nog beter dan voorheen de uitgangsmaterialen gescheiden houden. Dat is belangrijk om op een juiste manier mengsels samen te stellen en metingen te doen", zegt Willekens nog.

composteersite_ILVO.geVILT.jpg

ILVO benut in zijn boerderijcompostering meerdere types uitgangsmateriaal: vers grasmaaisel, allerhande groenafval, stroachtig materiaal (bv graszaadhooi, graanstro), houtsnippers en houtschors. Daarnaast werd ook geëxperimenteerd met afgewerkte teeltsubstraten uit de tomaten- en aardbeienteelt, heidechopper, vlaslemen, mestproducten en schoningsafval van openluchtgroententeelt (prei, kool- en wortelresten). Vooral in de eerste weken vergt boerderijcompostering veel aandacht. Koen Willekens: “In de eerste fase gaan we minstens drie keer per week door de ril met de compostkeerder. Door de oplopende temperatuur verdampt er veel vocht. Bij elke keerbeurt in die eerste fase voegen we per ril van 50 meter tot 2.000 liter vocht toe, water dat eerder van de site afstroomde en werd opgevangen.” Een stabiele compost maken, duurt een drietal maanden. Daarna rijpt hij nog verder en kan hij op elk moment toegepast worden om de bodem te verlevendigen.

compost_ILVO.geVILT.jpg

Na de opening van de composteringssite organiseerde ILVO samen met partners een infonamiddag over het potentieel van compost en digestaat als meststof en bodemverbeteraar. Onderzoekers van ILVO, UGent en het Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt in Kruishoutem gaven toelichting bij drie meerjarige veldproeven. ILVO focust in zijn plantaardig onderzoek al een hele tijd op bodemkwaliteit en duurzame bodemverbetering. “Grond, grond, grond werd een adagium, waarin de bodemonderzoekers de eerste viool spelen”, zei administrateur-generaal Joris Relaes op de officiële opening. “Wij vragen met onze hoogproductieve landbouw veel van onze landbouwbodems. Maar we moeten er dan ook goed zorg voor dragen: een humusrijke bouwlaag met een goede water- en luchthuishouding, het juiste nutriëntenevenwicht en een gezond bodemleven, dat krijg je niet vanzelf.”

“Onze resultaten, ook die over een significante meeropbrengst van het gewas, zijn aan het doorsijpelen in de sector. Wij zien de mindset veranderen”, zegt Joris Relaes. “In MAP6 werd de definitie van boerderijcompostering verbreed om de lokale verwerking van reststromen, inclusief deze vanuit natuurgebieden, te faciliteren. Meer en meer mogen en kunnen we ondersteunend optreden voor lokale initiatieven her en der in Vlaanderen. Dat zijn alvast stappen vooruit in de richting van meer circulair handelen. De brede opschaling mag en moet nog volgen.” Bij de implementatie van klimaatmaatregelen in het landbouwbeleid zou naar Oostenrijks voorbeeld een systeem van ‘carbon credits’ overwogen kunnen worden voor landbouwers die het koolstofgehalte van hun bodem verhogen, bijvoorbeeld door compostgebruik.

De proeven bij ILVO brachten overigens één nadeel van compost aan het licht: herhaalde toepassing vergroot de bodemvoorraad fosfor en die is al te groot op sommige percelen. Toch voorziet het Vlaamse mestbeleid reeds in een positieve discriminatie van compost want naast de zegen die compost is voor de bodemvruchtbaarheid is ook gebleken dat het risico op uitspoeling van nutriënten kleiner is dan bij gebruik van sommige meststoffen.  

Meer weten? Herlees ook de VILT-bijdrage over compost naar aanleiding van een 20-jarige compostproef in Boutersem op initiatief van de provincie Vlaams-Brabant.

Bron: |

In samenwerking met: ILVO

Volg VILT ook via