nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

26.01.2017 Mest wordt vaker gescheiden in dunne en dikke fractie

Door de verstrenging van de bemestingsnormen voor fosfaat met het vijfde mestactieplan is in Vlaanderen de interesse in mestverwerking de jongste jaren nog toegenomen. Zowel varkens- als rundveehouders kunnen hun mestbalans beter doen kloppen door de mest te scheiden in een dunne en een dikke fractie. De fosfaat zit immers geconcentreerd in de dikke fractie terwijl de dunne fractie vooral stikstof en kalium bevat en op eigen grond uitgereden kan worden. De dikke fractie kan vergist of gecomposteerd worden, of gedroogd zodat je door hygiënisatie een product bekomt dat geschikt is voor export of voor gebruik in particuliere tuinen. Over de verschillende technieken voor het benutten van de dikke fractie informeerde het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM) tijdens een studiedag op Agriflanders.

De studiedag van VCM, getiteld ‘Mest scheiden, maar wat met de dikke fractie?’, bood tijdens een voormiddag op landbouwbeurs Agriflanders een afwisseling van theoretische en meer praktische uiteenzettingen. De afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij lichtte bijvoorbeeld de wetgeving toe waarmee landbouwers rekening moeten houden en bood inzicht in de volumes mest die in Vlaanderen op vandaag gescheiden worden.

Naast het scheiden van varkensmest is de techniek sinds 2014 aan een opmars in de rundveehouderij bezig. Sara de Bolle van de Mestbank illustreert dat met de cijfers: “In 2016 werd 14.000 ton dikke fractie na scheiding van rundermest geproduceerd en getransporteerd met mestafzet- of ‘grensboer’-documenten. Voor varkensmest ging het om 243.000 ton dikke fractie in 2016, en 267.000 ton een jaar eerder. De dikke fractie die afgezet wordt via burenregeling zit niet vervat in deze cijfers, maar dat gaat om een heel klein volume.”

De dunne mestfractie is minder rijk aan fosfaat dan mengmest en creëert voor veehouders met een mestoverschot dus meer plaatsingsruimte op eigen grond. Dat verklaart waarom slechts 21 procent verwerkt wordt, en 58 procent als homogene meststof meteen uitgereden wordt op het veld. Anders dan de dunne fractie wordt de dikke fractie meestal wel verder verwerkt. Het ingedroogd product wordt uitgevoerd naar Frankrijk (4.400 ton dikke fractie varkensmest) en in mindere mate ook naar Nederland en Duitsland. Het droogproces moet de temperatuur voldoende hoog doen oplopen (>70°C voor minstens een uur). Bij extensieve compostering op het landbouwbedrijf is de temperatuur in de composthoop te laag om van hygiënisatie te kunnen spreken.

Sinds kort kan niet-gehygiëniseerde dikke fractie van varkensmest afgezet worden in Frankrijk op voorwaarde dat het daar verwerkt wordt in een erkende installatie alvorens te gebruiken in de wijn- of akkerbouw. De algemene richtsnoer voor export blijft eerst hygiëniseren, wat gelijk ook een ander afzetkanaal (particuliere tuinen) opent. Dat brengt het totale aantal afzetmogelijkheden op vier: eigen landbouwgrond, grond van derden, export naar het buitenland en verkoop voor tuinaanleg. “Bij toepassing in de Vlaamse landbouw is een erkenning als gehygiëniseerd product niet nodig”, informeert Emilie Snauwaert (VCM). Toepassing in de landbouw dien je te begrijpen als uitrijden op het veld want enkel in Nederland kan de dikke fractie aangewend worden als strooisel voor de ligboxen van melkkoeien.

Dikke fractie die bestemd is voor export of voor de particuliere markt moet vervoerd worden door een erkend mestvoerder, tenzij een particulier met een kleine aanhangwagen het zelf komt afhalen . Wie niet alleen de eigen mest maar ook de mest van derden scheidt en/of verder verwerkt, dient de VLAREM-voorwaarden inzake mestverwerking te respecteren. Dit wil zeggen een uitgebreid register bijhouden van aan- en afvoer van de mestfracties en extra maatregelen nemen om geurhinder te voorkomen. Nog meer dan bij mestscheiding, komen bij verdere verwerking van de dikke fractie heel wat wettelijke verplichtingen en administratie kijken.

Op uitnodiging van VCM getuigde melkveehouder Jan Wallays uit Staden over de coöperatie die hij oprichtte met drie collega-veehouders uit de Westhoek om samen de aankoop van een mestscheider te financieren. Wallays kwam op het idee een vijftal jaar geleden, toen er twijfels rezen rond het behoud van de derogatie en de invulling van de mestnormen. Het onderling vertrouwen was groot genoeg om samen een bedrag van vijf cijfers te investeren. Wallays zet de voordelen op een rij: “Het eerste grote voordeel is kostendeling. Het tweede is kennisuitwisseling en het derde samen afzet zoeken voor de dikke fractie.”

Twee van de vier coöperanten gebruiken de mestscheider vaker dan de anderen, maar dat is volgens Wallays geen onoverkomelijk probleem. “De aankoopprijs deelden we door vier, maar het onderhoud wordt verrekend volgens het aantal uren dat de scheider op elk bedrijf draait. Sedert de opstart in maart 2014 was hij 1.800 uur aan het werk, voornamelijk op de twee bedrijven die mestverwerkingsplichtig zijn.” Melkveehouder Jan Wallays rijdt de dunne fractie uit op eigen grond en voert de dikke fractie af naar tuinaannemers, fruittelers en particulieren. “Het is een goed product, maar je moet het bekendheid geven om het kwijt te geraken”, zegt hij daarover. Voor hun vieren pakt mestscheiding goed uit, maar Wallays meent dat het niet op alle landbouwbedrijven past. “De ‘mestdruk’ moet groot genoeg zijn.”

Landbouwers die de stap om die reden zetten, dienen te kiezen uit verschillende technieken die mestscheiding mogelijk maken. Thomas Vannecke van VCM somt ze op: “Mestscheiders (vast of mobiel) heb je met hellende zeef en zeefbocht, met een vijzelpers of een centrifuge. Een zeefbocht is erg geschikt voor zeer dunne mest zoals zeugenmest. De vijzelpers die gebruikt wordt voor het scheiden van rundermest is in feite een schroef die een prop van dikke mest vormt tegen de pers. Een (duurdere) centrifuge wordt vanwege zijn hoge fosforscheidingsefficiëntie vooral in varkensmest ingezet. De trommel draait snel rond en drijft de dikke fractie naar buiten. Je kan het nog het best vergelijken met een slazwierder. De zeefschijven van Marc Bollaert, laureaat van de Innovatiecampagne van het Innovatiesteunpunt, zijn nog in ontwikkeling .”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VCM

Volg VILT ook via