nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

02.07.2019 Mestbank houdt meer mesttransporten met GPS in de gaten

Vanaf 1 augustus moet transport van vloeibare dierlijke mest naar akkers door een erkend mestvoerder gebeuren wanneer het percelen betreft in een gebied (type 2 en 3) waar de waterkwaliteit ondermaats is. Deze nieuwe maatregel uit het zesde mestactieplan is bedoeld om mesttoediening op een voor het milieu risicovol tijdstip beter op te volgen door middel van AGR-GPS. Ook mestafzet via burenregeling zal een landbouwer vanaf 2020 niet altijd meer met een eigen drijfmestvat kunnen uitvoeren. Ze zullen beroep moeten doen op één van de 750 erkende mestvoerders die over AGR-GPS beschikken of moeten zelf een GPS-toestel aanschaffen.

De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) is landbouwers volop aan het informeren over het nieuwe mestactieplan. Infosessies kunnen steevast op veel belangstelling rekenen. Op 3 juli staat nog een toelichting in Oudsbergen (Limburg) gepland en op maandag 8 juli is een extra sessie voorzien in Roeselare. Onder meer de regels rond het transport en de toediening van meststoffen worden telkens uit de doeken gedaan.

Nieuw op vlak van mesttransport is de bijstelling van de soepele regels voor ‘eigen mest op eigen grond’ en (vanaf 2020) voor een burenregeling waarbij twee landbouwers uit aangrenzende gemeenten dierlijke mest uitwisselen. Wanneer de afnemer een landbouwer is met één of meerdere percelen in gebiedstypes 2 en 3 – waar de waterkwaliteit verre van goed is – moet de mestafzet via burenregeling altijd via AGR-GPS gevolgd kunnen worden. Voor alle vloeibare dierlijke mest, ook de bedrijfseigen mest op eigen grond, moet er voor alle transporten vanaf 1 augustus 2019 naar akkers gelegen in de gebiedstypes 2 en 3 een beroep gedaan worden op een erkend mestvoerder.

Naar de reden voor deze laatste verstrenging gevraagd, antwoordt de Vlaamse Landmaatschappij: “Op dat moment is het groeiseizoen al ver gevorderd en wordt het risico op uitspoeling van nutriënten naar oppervlakte- en grondwater aanzienlijk. Een betere opvolging van de hoeveelheid mest die naar de percelen in die gebieden gaat, is noodzakelijk.” Door meer mesttransporten te laten verlopen met tractoren en vrachtwagens uitgerust met AGR-GPS verscherpt het toeziend oog van de Mestbank. AGR-GPS-technologie laat immers toe om mesttransporten vanop afstand te volgen. Landbouwers die tot dusver gewend waren om drijfmest met eigen materiaal op eigen grond of op de grond van de buurman uit te rijden, zullen mogelijk voor het eerst beroep moeten doen op een loonwerker. Ook de administratie verzwaart want ‘eigen mest op eigen grond’ kon tot voor kort het ganse bemestingsseizoen zonder transportdocumenten.

In Vlaanderen zijn 750 erkende mestvoerders actief. Samen beschikken zij over 2.640 trekkende voertuigen (tractoren en vrachtwagens voor ver transport, nvdr.) en 2.875 drijfmestvaten (en andere aanhangwagens) uitgerust met AGR-GPS. De controleurs van de Mestbank kunnen niet overal tegelijk zijn zodat GPS-technologie een welgekomen hulpmiddel is. Al wordt er niet blind vertrouwd op de technologie. “Vorig jaar werd meer dan één op drie erkende transporteurs ook op het terrein gecontroleerd. Beide instrumenten zijn voor handhaving even belangrijk”, vertelt Bart De Schutter, afdelingshoofd van de Mestbank. Specifiek met terreincontroles van mesttransporten zijn bij de Mestbank 2,8 voltijdse arbeidsequivalenten belast. “In 2018 zijn 1.051 transportcontroles op het terrein uitgevoerd. Het merendeel van de controles op transport wordt uitgevoerd in de periode tussen februari en mei”, schetst De Schutter.

Tijdens die controles op het terrein werden vorig jaar 756 mestafzetdocumenten opgevraagd en nagekeken. De Schutter: “We voerden ook 113 controles uit op burenregelingen. Daarnaast controleerden we mesttransporten met andere vervoersdocumenten (182 controles), zoals met een verzenddocument, of transporten van het type ‘eigen mest eigen grond’. Als een transport wordt uitgevoerd door een erkend mestvoerder doen we ad random ook een controle van de erkenningsvoorwaarden. In totaal controleerden we in Vlaanderen, in de loop van 2018, 537 verschillende ‘transporteurs’ (dat zijn ook landbouwers die bedrijfseigen mest vervoeren, nvdr.) op het terrein, waaronder 264 verschillende erkende mestvoerders.”

Wanneer een erkende mestvoerder tegen de lamp loopt voor ernstige (bv. lozing) of herhaaldelijke inbreuken, dan riskeert hij een schorsing van zijn activiteiten of een intrekking van zijn erkenning. Dit jaar heeft de Vlaamse Landmaatschappij reeds driemaal naar deze verregaande maatregel gegrepen. Eén mesttransporteur is tot het einde van het jaar geschorst. De twee anderen zijn weer aan de slag nadat ze hun administratie op orde hadden gebracht. Conform het Mestdecreet en de milieuwetgeving maakt de administratie elke schorsing van meer dan twee weken publiek via de landbouwbladen. “Gelet op de zware implicaties van zo’n maatregel, evalueren we dit dossier per dossier. Een éénmalige administratieve inbreuk leidt meestal niet tot een schorsing of intrekking”, verduidelijkt De Schutter. Een aantal dossiers lopen nog zodat het dit seizoen niet zal blijven bij drie schorsingen van erkende mestvoerders.

Bij een bedrijfsdoorlichting vermoedt de Mestbank dat er iets niet pluis is en geeft dat vermoeden aanleiding tot controle. “In de periode 2015-2018 werden 37 erkende mestvoerders doorgelicht. Bij ongeveer de helft van de mestvoerders werden effectief inbreuken vastgesteld”, aldus het afdelingshoofd. Tijdens zo’n bedrijfsdoorlichting wordt een firma van A tot Z gecontroleerd, en het bedrijf in kwestie is zoals gezegd op basis van risico geselecteerd. Dat verklaart waarom het resultaat van de ‘doordeweekse’ handhaving een positiever beeld schept van de nalevingsgraad door erkende mestvoerders. “Bij 801 controles van transporten met mestafzetdocumenten stelden we bij 53 daarvan (6,6%) een inbreuk vast”, citeert Bart De Schutter uit het jaarrapport 2018. Ter vergelijking: bij burenregelingen waarbij landbouwers het transport zelf verzorgen, ligt het inbreukpercentage op 23 procent.

Het aantal terreincontroles waarbij één of meerdere inbreuken werd vastgesteld, vertegenwoordigt volgens de leidend ambtenaar van de Mestbank 7,6 procent van het totale aantal uitgevoerde transportcontroles. Door 35 verschillende erkende mestvoerders werden in 2018 inbreuken gepleegd. De verscherpte controles in zogenaamd ‘VODKA-gebied’ – gebieden waar de Mestbank op voorhand een verhoogde waakzaamheid op het terrein aankondigde – lijken vruchten af te werpen. Daar stelden de controleurs van de Mestbank slechts bij 5,7 procent van de 611 transportcontroles één of meerdere inbreuken vast.

Controles op het terrein zijn volgens de Mestbank net zo belangrijk als de handhaving die gebaseerd is op AGR-GPS. “Welk kanaal het meeste problemen aan de oppervlakte brengt, is moeilijk in te schatten. Beide instrumenten vullen elkaar aan”, besluit Bart De Schutter namens de Mestbank. “Ernstige misbruiken zoals het rijden zonder documenten of foutieve documenten worden vastgesteld door eigen terreincontroles en vaststellingen door politie of andere diensten. Dat leidt in veel gevallen tot een grondige bedrijfsdoorlichting. Bij bedrijfsdoorlichting werken we vooral via controle op AGR-GPS-gegevens.”

In een reactie laat Landbouw-Service, de beroepsvereniging van de aannemers in landbouwwerken, weten dat wat hen betreft alle meststoffen die op het land gebracht worden onder AGR-GPS dienen te vallen. Algemeen secretaris Johan Van Bosch: “Nu is de controle die de Mestbank uitvoert te miniem ten opzichte van het volume verplaatste mest. De uitbreiding van de GPS-plicht in het najaar is onvoldoende. Uit de cijfers blijkt duidelijk dat het inbreukpercentage bij transport met burenregeling bijna viermaal hoger ligt dan bij transporten door erkende mestvoerders. Hier is nog werk aan de winkel.” Landbouw-Service is gewonnen voor een opdeling in ‘administratieve’ fouten (bv. foutieve datum op een transportdocument) enerzijds en milieugevaarlijke inbreuken anderzijds. Voorbeelden van die laatste zijn overbemesten of te dicht bij een waterloop bemesten. Dergelijke vaststellingen kunnen volgens de loonwerkersfederatie niet hard genoeg gestraft worden.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via