nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.10.2019 Mestbank legt de vanggewas-lat op realistische hoogte

Het nieuwe mestactieplan zet sterk in op het zaaien van vanggewassen na de oogst van de hoofdteelt. Om uitspoeling van nitraat te vermijden, moeten landbouwers in gebieden met een slechte waterkwaliteit méér vanggewassen opnemen in hun teeltplan. Bij het bepalen van de referentie – hoeveel vanggewassen werden er de voorbije drie jaar reeds geteeld – kwam de overheid volgens de landbouworganisaties uit op “onrealistisch hoge” percentages. De Mestbank erkent dat nu, en schrijft het toe aan de zaaidatums waar geen rekening mee gehouden werd. Het referentiepercentage dat bepalend is voor de inspanning die landbouwers moeten leveren, wordt later dit jaar aangepast.

Deze zomer berekende de Mestbank voor het eerst hoeveel vanggewassen landbouwers moeten inzaaien. De Mestbank heeft conform het decreet gekeken hoeveel vanggewassen landbouwers de laatste drie jaren inzaaiden op percelen die daarvoor in aanmerking kwamen. Dat cijfer is het referentiepercentage. Het berekende referentiepercentage geldt voor de volledige looptijd van MAP 6 en vormt de basis om het jaarlijkse doelareaal te berekenen.

In de perceelaangiften van de referentiejaren (2016, 2017, 2018) werden geen zaaidatums vermeld zodat de Mestbank het individuele referentiepercentage berekende op basis van het volledige areaal vanggewassen. “Die methodiek heeft voor bepaalde teeltcombinaties geleid tot een overschatting van het areaal tijdig ingezaaide vanggewassen in de referentieperiode”, klinkt het nu. Na een teelt als korrelmaïs die laat het veld ruimt, is het immers onwaarschijnlijk dat het vanggewas tijdig werd ingezaaid. Een “tijdige inzaai” van het vanggewas wordt door MAP6 uitgelegd als uiterlijk op 15 september voor nitraatgevoelige hoofdteelten, of op 15 oktober voor niet-vroege aardappelen en maïs.

De oogst van korrelmaïs start normaliter pas in de tweede helft van oktober. Landbouwers die in het verleden de moeite deden om nadien nog een vanggewas te zaaien, zullen daar nu niet voor ‘gestraft’ worden via een hoger referentiepercentage. De Mestbank gaat het percentage opnieuw berekenen met correctiefactor nul voor korrelmaïs en 0,6 voor silomaïs. Correcties komen er ook voor de nateelten na niet-vroege aardappelen (0,45) en late uien (0,25). Het aangepaste referentiepercentage en doelareaal kennen landbouwers in de loop van december. Na de tijdelijke erkenning van tarwe als vanggewas is de meer correcte berekening van de referentie inzake vanggewassen al de tweede aanpassing aan MAP6.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via