nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.09.2019 "Mezenonderzoek toont belang goede landbouwpraktijken"

Verontrust door de verhoogde mezensterfte deden Velt en Vogelbescherming Vlaanderen een oproep aan burgers om kadavers uit vogelnestjes in de tuin te bewaren en voor onderzoek aan te bieden. Donderdag raakten de resultaten bekend, en daaruit bleek dat het labo kleine sporen vond van een groot scala aan bestrijdingsmiddelen. Het vooraf uitgebreid gecommuniceerde vermoeden dat insecticiden tegen de buxusmot de boosdoener kunnen zijn, werd niet bevestigd noch ontkracht. Die stoffen werden in 12 procent van de stalen gevonden. “Opletten dus met voorbarige conclusies”, komt sectorfederatie Phytofar er op terug. Waar de initiatiefnemers de raad geven om bestrijdingsmiddelen voortaan te mijden, hamert Phytofar op een correct gebruik door boer en burger.

Van de 500 onderzochte actieve stoffen, gewasbeschermingsmiddelen maar ook biociden zoals muizengif, zijn er door het aangestelde labo 36 teruggevonden in de dode mezen die voor onderzoek werden aangeboden. Phytofar, de sectorfederatie van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie, verdiepte zich in het onderzoeksrapport vanwege de link die op voorhand gelegd werd tussen de verhoogde vogelsterfte en veranderend spuitgedrag bij amateurtuinders. De doorsnee Vlaming gebruikte immers geen insecticiden in zijn siertuin, maar dat veranderde op de dag dat de buxusmot opdook in onze contreien. De troosteloze aanblik die de strak geschoren plantjes kregen, deed veel tuinliefhebbers wanhopen.

In 12 procent van de dode vogeltjes uit tuintjes werden stoffen gevonden die gebruikt worden ter bestrijding van de buxusmot. Het gaat om piperonylbutoxide (een additief bij pyrethrine-verbindingen om hun insectendodende werking te versterken), indoxacarb en het biologische middel spinosad dat hobbytuinders sterk aanbevolen werd om hun buxusplanten te beschermen. Veel vaker werden sporen van DDT gemeten: in 89 van de 95 tuinnesten. Verrassend, want dit insecticide is reeds verboden in ons land sedert 1974. Van DDT is weliswaar geweten dat het heel traag afbreekt in het leefmilieu, maar de mezen komen er schijnbaar allemaal mee in aanraking.

Een tweede vaststelling waar Velt en Vogelbescherming Vlaanderen bij stilstaan, is het hoge aantal verschillende pesticiden in de dode jongen: 36 in totaal, zowel insecticiden, fungiciden als herbiciden. Ook ecotoxicoloog Lieven Bervoets (Universiteit Antwerpen) is verwonderd: “Wij hebben een langlopend project voor de Vlaamse Milieumaatschappij waar we nu al in 44 gepoolde visstalen uit heel Vlaanderen een groot aantal polluenten meten waaronder ook pesticiden […] Er werden tot hiertoe nog maar heel weinig van die pesticiden teruggevonden in het spierweefsel van de palingen. Althans veel minder dan in deze mezenstudie, wat ik toch straf vind.”

De initiatiefnemers voor het onderzoek besluiten hun rapport met een aantal aanbevelingen. Hobbytuinders krijgen de raad geen pesticiden te gebruiken. “Zo zorg je dat mezen in jouw tuin er geen last van hebben én dat er voldoende voedsel (bv. rupsen) in je tuin voorhanden is.” Van landbouwers hopen Velt en Vogelbescherming Vlaanderen dat ze alternatieve bestrijdingsmethoden willen toepassen. Wetenschappers wordt gevraagd om verder onderzoek te doen naar de (sub)lethale effecten van een mix van pesticiden voor jonge mezen, en voor vogels en dieren in het algemeen. Aan de overheid vragen ze om de beoordelingscriteria voor de erkenning van pesticiden te handhaven en nog te verfijnen “zodat niet-doelorganismen zoals jonge mezen geen negatieve impact ondervinden”.

Phytofar trekt op zijn beurt een aantal conclusies uit het onderzoek, in de eerste plaats dat er bijkomend onderzoek nodig is om na te gaan waaraan de mezen echt gestorven zijn. “Was dat een gebrek aan voedsel, hitte, koude, een vogelvirus, of een combinatie van factoren”, vraagt Sigrid Maebe (Phytofar) zich af na het doorgronden van de onderzoeksresultaten. Namens de sectorfederatie herinnert ze landbouwers, tuinaannemers en particulieren aan het belang van een correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Tips die Sigrid Maebe in dat verband meegeeft, zijn ‘altijd het productetiket lezen en de aanwijzingen volgen’ alsook ‘de website Fytoweb.be raadplegen als je twijfelt aan de toelating van een middel in België’. Wie buxusplanten tegen de mot wil behandelen, volgt volgens haar best de aanbevelingen op de wetenschappelijk ondersteunde website SOS Buxusmot.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Velt & Vogelbescherming Vlaanderen

Volg VILT ook via