nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

25.06.2019 Milieubeweging legt de lat hoger voor waterbeleid

De opmerkingen die de Vlaamse adviesraden (SALV, SERV en Minaraad) formuleerden op de derde waterbeleidsnota kwamen reeds aan bod op VILT.be. Van het openbaar onderzoek maakte ook de natuur- en milieubeweging gebruik om feedback te geven op de krijtlijnen voor het waterbeleid in de periode 2020-2025. Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu en de West-Vlaamse Milieufederatie vrezen dat het plan tekortschiet om tegen 2027 onze waterlopen zuiverder te maken. Behalve de ondermaatse waterkwaliteit blijft ook het gevaar voor overstromingen en droogte een groot probleem. “Maak meer werk van natuurlijke oplossingen zoals valleiherstel en brede natuurlijke oevers”, klinkt het.

De waterbeleidsnota wordt de Vlaamse leidraad om de doelen te behalen van de Europese kaderrichtlijn Water. Momenteel voldoet geen enkele waterloop in Vlaanderen aan de Europese norm voor waterkwaliteit. De natuur- en milieubeweging is daarover erg bezorgd: “Meer dan de helft van de waterlopen scoort slecht, een kwart is ontoereikend en amper 17,5 procent haalt de score ‘matig’. Geen enkele scoort ‘goed’, laat staan ‘zeer goed’. Bovendien blijkt de kwaliteit van de waterlopen de afgelopen jaren maar in één derde van de gevallen nog te verbeteren. In 60 procent van de gevallen is er geen vooruitgang, en in 6 procent van de waterlopen is er zelfs een achteruitgang, hoewel dit uitdrukkelijk verboden is volgens de Europese wetgeving.” Voor compromisbeleid is er naar verluidt geen tijd meer gezien de deadline (2027).

Om de problemen met waterkwantiteit – zowel overstromingen als droogte – op te lossen, geeft de waterbeleidsnota een goede aanzet. Dat erkennen Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu en de West-Vlaamse Milieufederatie, maar ze missen de doortastendheid om één en ander om te zetten in effectieve maatregelen. Het gaat dan over de noodzakelijke investeringen in blauwgroene infrastructuur want, zo motiveren ze, “investeren in natuur is voor veel uitdagingen in het waterbeleid de meest kostenefficiënte oplossing”. Dat zou eerder al gebleken zijn uit een kosten-batenanalyse in het kader van het Sigmaproject.

Natuurlijk rivierherstel zorgt bijvoorbeeld voor een grotere watercapaciteit en tragere afvoer, waardoor het risico op wateroverlast verkleint. Meer planten in en rondom het water zorgen ook voor een betere zuivering. In het licht van de klimaatverandering is de natuursector ook bezorgd om de watervoorziening van de eigen natuurgebieden. In veruit de meeste natuurgebieden is verdroging reeds een structureel probleem. Daaruit volgt de suggestie om minimumpeilen en -debieten in te stellen voor kwetsbare waterlopen. “Zo voorkomen we dat het waterleven de nekslag krijgt tijdens periodes van droogte.” In de toekomst wil de overheid bij droogte het schaarse water gaan verdelen over de sectoren. Uit de waterbeleidsnota valt op te maken dat er nog veel voorbereidend werk nodig is om te komen tot afwegingskaders voor prioritisering tussen watergebruikers.

Over het raakvlak tussen water en natuur staat in de nota te lezen: “We geven (ruimtelijk) prioriteit aan de valleigebieden en het realiseren van een fijnmazige groenblauwe dooradering van de open ruimte. Kleine landschapselementen (bomenrijen, groendaken, wegbermen, …) kunnen de effecten van klimaatverandering zoals hittestress en wateroverlast helpen milderen.” De ambitie om de natuurlijke valleiwerking te herstellen, geniet brede steun bij het middenveld. In verband met de ‘groenblauwe aders’ merken adviesraden SALV, SERV en Minaraad op dat er rekening gehouden moet worden met de zone-eigen activiteiten van een gebied. Ook vragen ze om sterker in te zetten op de ontwikkeling van (verdien)modellen voor het beheer van deze infrastructuur, “om zowel het draagvlak voor deze initiatieven als de socio‐economische duurzaamheid ervan verder te verbeteren”.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Natuurpunt

Volg VILT ook via