nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

28.06.2018 "Minimummarge voedingsprijs geen wonderoplossing"

De wetgevende initiatieven onder meer in Frankrijk die de commerciële relaties tussen de verschillende schakels in de voedingsketen gezonder moeten maken, wekken ook bij ons veel interesse. Vlaams Landbouwminister Joke Schauvliege toont zich pragmatisch en realistisch in het debat: “Ik sta weigerachtig tegenover overheidsingrepen die als wonderoplossing worden voorgesteld”, aldus de minister. 

Vlaams Parlementslid Grete Remen (N-VA) toont zich al langer vurig pleitbezorger voor meer initiatief van de wetgever om de voedingsketen eerlijker en evenwichtiger te maken. Nu Frankrijk een nieuwe wet heeft die daarvoor moet zorgen wil Remen opnieuw weten van Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege hoe de minister daartegenover staat. Die wijst er eerst en vooral op dat het vooral om een consumenten- en mededingingsaangelegenheid gaat, waarvoor je hier in ons land dus op het federale niveau moet zijn.

“De prijsvorming in de agrovoedingssector is een enorm complex gegeven”, zo reflecteert Schauvliege. “Tot eind vorige eeuw garandeerde Europa minimumprijzen voor onze boeren. Dat prijsgarantiesysteem kon enkel maar werken door de interne markt te beschermen. Dat is veranderd. Door bilaterale en multilaterale handelsovereenkomsten is de Europese markt verregaand geliberaliseerd en zijn minimumprijzen vervallen. Net zoals ondernemers in andere sectoren, verwacht de wetgever van ondernemers in de primaire sector dat men marktgericht produceert en een verdienmodel zoekt om het inkomen uit de markt te halen.”

“Er is de nuance dat de markt niet alle diensten die landbouwers leveren, kan vergoeden”, zo gaat Schauvliege verder. “Dat zorgt ervoor dat er binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) toch nog een compensatie is voor bijkomende verwachtingen en verplichtingen die worden opgelegd aan de sector.” Maar overheidsingrepen mogen niet te ver gaan, zo is Schauvliege duidelijk: “Ik sta weigerachtig tegenover overheidsingrepen die als wonderoplossing worden voorgesteld, bijvoorbeeld het wettelijk opleggen van een minimummarge van 10 procent voor retailers.”

“Een retailer die een product inkoopt voor 1 euro, zou dat dan voor minstens 1,10 euro moeten verkopen,” zo legt de minister haar voorbeeld uit, “maar hoe een dergelijke wet tot een hogere prijs voor de landbouwers zou moeten leiden en niet tot bijvoorbeeld een hoger dividend voor aandeelhouders van de retailer, is mij niet duidelijk. Het is niet omdat een product duurder wordt in de winkel dat de boer automatisch een hogere prijs krijgt. In een vrije markt hangt de prijs die de boer krijgt, af van de vraag en het aanbod op het ogenblik dat hij zijn oogst op de markt brengt, niet van de prijs die een schakel later verderop in de keten ontvangt voor het product.”

Toch beseft ook Schauvliege dat de race naar de bodem niet kan blijven duren. “Ik ben er wel van overtuigd dat voedsel en de voedselproducent weer in waarde moeten stijgen en dat we bereid moeten zijn om een betere prijs te betalen”, zo vindt de minister. “Sinds we in onze contreien geen voedselschaarste meer kennen, is voedsel een banaal product geworden. We beseffen niet meer welke luxe het is om elke dag uit heel veel producten te kunnen kiezen die dan nog betaalbaar zijn.” 

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Jan Prinsen

Volg VILT ook via