nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.10.2018 Mobiele slachteenheid voor korteketenkip is in de maak

Reeds in 2013 voerde BioForum een studie uit naar de haalbaarheid van een mobiele slachteenheid. Door het verdwijnen van kleine slachthuizen moeten bioboeren en andere veehouders met vleesverkoop in de korte keten steeds grotere afstanden overbruggen. Bijkomend probleem is dat het voor grote (pluimvee)slachthuizen onpraktisch is om kleine dieraantallen te slachten. Vlaams volksvertegenwoordiger Peter Wouters (N-VA), zelf nog beenhouwer geweest, informeerde zich bij de minister en vernam dat alvast voor de producenten van ‘korteketenkippen’ een oplossing in de maak is. Een mobiele slachteenheid voor kippen krijgt stilaan vorm.

Voor kleinschalige veehouders die het vlees van hun dieren afzetten in de korte keten is de zoektocht naar een slachthuis een moeilijke opdracht. Door het verdwijnen van een aantal kleine slachthuizen vormt de lange afstand tot het slachthuis een probleem. “Na de stopzetting van het slachthuis in Sint-Truiden kan je in de provincie Limburg nergens meer terecht voor het slachten van dieren”, getuigt Pieter Coopmans, actief als ‘Herkenrodeboer’ op de gelijknamige abdijsite. Vanuit Hasselt is een rit naar Heist-op-den-Berg nog doenbaar, maar ook dat slachthuis legde dit jaar de boeken neer. De laatste reis van de biokoeien van boer Pieter gaat voortaan richting Aubel in de provincie Luik. “Alleen daar vind ik nog een biologisch gecertificeerd runderslachthuis dat bereid is om de administratie voor een individueel dier voor lief te nemen”, vertelt hij.

Het transportvraagstuk voor hoeveproducenten van rund- of ander vlees blijft niet beperkt tot de heenrit met de levende dieren. “De karkassen moeten van het slachthuis terugkomen naar de boerderij, met een omweg langs een beenhouwer die de versnijding doet”, legt Pieter uit. Zowel voor de heen- als de terugrit is het dus puzzelen om te vermijden dat de vrachtwagen van een transporteur met een onrendabel klein aantal levende dieren of karkassen onderweg is. Lukt dat niet, dan loopt de transportkost zo hoog op dat hoevevlees zichzelf uit de markt prijst.

Het probleem stelt zich niet alleen voor rundvlees, maar evengoed voor varkensvlees. “Voor een biologisch gecertificeerd slachthuis dat de trichinella-test kan uitvoeren (verplicht voor varkens met buitenloop, nvdr.) kunnen we alleen in Wallonië terecht, in Aubel of Malmedy. Begin er maar aan, met drie of vier varkens die 70 kilo vlees per karkas opleveren. Dat is veel vlees om op te eten, maar twee keer niks als volume voor een transporteur”, schetst Pieter het logistieke probleem.

Met zijn biokippen overbrugt Pieter noodgedwongen nog langere afstanden. Alle korte-ketenproducenten ervaren volgens hem dezelfde problemen, ongeacht of ze gangbaar of biologisch produceren. Voor de volledigheid zegt hij er bij dat de wetgever toelaat dat kippen en konijnen (tot een bepaalde hoeveelheid) op de boerderij geslacht worden. “Dat lost in de praktijk niets op omdat je als landbouwer niet aan versnijding of vleesverwerking mag doen. Hier gaat 80 procent van het kippenvlees in versneden of verwerkte vorm buiten. Welke Vlaming koopt er nog een volledige, onversneden kip?”

De bioboer suggereert dat twee kleine slachthuizen, één in het oosten en één in het westen van Vlaanderen, uitkomst kunnen bieden voor producenten van hoevevlees. Specifiek voor kippen rijpt het idee om een mobiele slachteenheid te bouwen. Behalve afstand stelt zich voor producenten van hoevekippen nog een tweede probleem. De reguliere slachthuizen slachten grote loten kippen aan zo’n hoog tempo dat het voor deze bedrijven onpraktisch is om enkele tientallen of honderden dieren apart te verwerken.

“In Duitsland en Zweden lossen ze dat deels op door een beroep te doen op mobiele slachthuizen”, weet Vlaams volksvertegenwoordiger Peter Wouters (N-VA), die zelf nog beenhouwer was. Ook in Vlaanderen wordt bekeken of dat kan werken. Wouters informeerde zich over de stand van zaken bij minister van Landbouw Joke Schauvliege. In het najaar van 2017 is er bij veehouders met korte-ketenverkoop gepeild naar hun interesse in mobiel slachten. Vooral producenten van hoevekippen lieten concrete interesse blijken. Op basis van de eerste resultaten blijkt dat op korte termijn een mobiele slachteenheid voor pluimvee zowel economisch, technisch als juridisch vlak het meest interessant en haalbaar zou zijn.

“Momenteel worden de eerste gesprekken gevoerd met potentiële bouwers van een mobiele eenheid. De technische uitwerking voor de pluimvee-installatie loopt nog tot het einde van dit jaar. Met vijf à tien geïnteresseerde pluimveehouders en een slachter wordt tegen maart 2019 een businessplan opgesteld”, vernam het N-VA-parlementslid van de minister. “De doelstelling is dat er met de mobiele eenheid 5.000 tot 10.000 stuks pluimvee per jaar geslacht kunnen worden.”

Peter Wouters juicht de komst van een mobiele slachteenheid toe omdat het de korte-ketenverkoop van hoevevlees een stimulans kan geven. De voormalige beenhouwer ziet nog meer voordelen in slachten op de boerderij: “Het biedt een aantal welzijnsvoordelen voor de dieren, zoals minder omgevingsstress en minimaal transport. Minder stress tijdens de laatste levensuren van een dier zorgt op zijn beurt voor vlees van een betere kwaliteit.”

Of mobiel slachten doorbreekt, zal vooral van de economische haalbaarheid afhangen. Uit een eerder onderzoek in 2013 is gebleken dat de slachtkosten in een mobiele eenheid hoger zijn terwijl de factuur voor de veehouders betaalbaar moet blijven. Ook zijn er in de wetgeving een aantal obstakels. In het project, uitgevoerd door 'Bio zoekt Keten' (BioForum) en het Steunpunt Korte Keten, wordt daartoe bilateraal overleg georganiseerd met FAVV, OVAM en het Departement Omgeving. Met het Voedselagentschap vonden al verscheidene gesprekken plaats. Op vragen omtrent het slachtafval dat een mobiele slachteenheid produceert, geeft OVAM het antwoord.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Steunpunt Korte Keten

Volg VILT ook via