nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

03.01.2019 Na windmolens ook zonneparken in agrarisch gebied?

In de Nederlandse provincie Overijssel kreeg een gemeente recent een bouwaanvraag voor een zonnepark van 5 hectare. Met de eigenaar van de grond hebben de initiatiefnemers een intentieovereenkomst gesloten. Op het perceel zullen 27.000 zonnepanelen komen, goed voor een productie van 7,5 miljoen kilowattuur per jaar. Tenminste, als het lokale bestuur een vergunning verstrekt. De inname van landbouwgrond door zonnepanelen doet namelijk een aantal vragen rijzen, bijvoorbeeld omtrent de bodemkwaliteit over 30 jaar. Zou dat in Vlaanderen kunnen, zo’n hectaren groot ‘zonnepark’ in agrarisch gebied, en is dat überhaupt wel een goed idee? Die vraag leggen we vandaag voor aan de Organisatie Duurzame Energie (ODE) en morgen aan het Departement Landbouw en Visserij dat vergunningsaanvragen adviseert.

In Twente (provincie Overijssel) wil een Stichting Duurzame Energie een nieuw zonnepark bouwen vlakbij de autosnelweg. Het zou 5 hectare groot worden en 27.000 zonnepanelen gaan tellen. Als het plan doorgaat, ontvangt de grondeigenaar van de stichting een jaarlijkse pacht. Verder is de eigenaar niet betrokken bij de realisatie en exploitatie van het park. Je kan het vergelijken met de vergoeding die een grondeigenaar krijgt wanneer een grote windmolen gebouwd wordt op zijn perceel.

Over die vergoeding voor de grondeigenaar wordt in Vlaanderen gezegd dat het een “win for life” is. Dat geldt enkel voor de eigenaar van het perceel waarop de windmolen gebouwd wordt, en niet voor de eigenaars en gebruikers van de aangelande percelen en evenmin voor de omwonenden. De meeste windenergiebedrijven geven de buren wel de kans om financieel te participeren via een coöperatie. Iedereen kan aandelen kopen van coöperaties als Ecopower en Aspiravi. Op die manier kunnen omwonenden een stukje van de windmolen kopen die in hun buurt gebouwd wordt.

Onder impuls van voormalig Vlaams minister van Energie Bart Tommelein maakt de overheid momenteel werk van ‘zonnedelen’, waarbij de buren rond een grote fotovoltaïsche installatie maar evengoed rond een windmolen of biogasinstallatie kunnen meegenieten van de hernieuwbare energie die in hun achtertuin geproduceerd wordt. Die groene stroom zou hen via een directe leiding bezorgd kunnen worden, maar dat is vrij complex en in de praktijk enkel haalbaar als de afnemer één bedrijf is met een grote energiebehoefte. Wat de Vlaamse regering mogelijk wil maken, is particulieren via hun elektriciteitsfactuur virtueel laten delen in de groene energie.

In Nederland zie je niet alleen windmolens verschijnen op het platteland, maar ook zonneparken. Hun aantal neemt snel toe. Voor meer dan 200 grootschalige zonneparken worden plannen gesmeed. Nu is het grootste zonnepark in Delfzijl in de provincie Groningen ruim 30 hectare (goed voor een vermogen van 30,8 MWp), maar er zijn al concrete plannen voor parken van 100 hectare en groter. De website Zonopkaart.nl geeft aan de hand van kaarten en statistieken inzicht in de locaties en omvang van (grote) zonneparken in Nederland. Het merendeel van de parken met een geïnstalleerd vermogen van meer dan 5 MWp situeren zich in de noordelijke provincies. Je vindt ze ten noorden van de lijn Amsterdam-Enschede.

Om een idee te geven van de omvang van een zonnepark: op een perceel van 10 hectare passen 35.000 panelen. Daarmee produceer je 8,5 GWh aan elektriciteit per jaar en kunnen 2.400 huishoudens voorzien worden van groene stroom. Momenteel is er in Nederland een totaal opgesteld vermogen van 176 MWp aan zonneparken. Onder ‘zonneparken’ verstaan onze Noorderburen de grootschalige fotovoltaïsche installaties ingeplant op velden maar evengoed op daken van gebouwen, zoals het in Vlaanderen meer gangbaar is.

Een professor aan Wageningen universiteit, met landbouwbodems als specialisatie, plaatst een kritische kanttekening bij de realisatie van zonneparken op de grond. Hij vreest voor een nadelig effect op de bodemkwaliteit als zonnepanelen pakweg 30 jaar lang een perceel landbouwgrond deels afschermen van de weerselementen. “Alle regen komt zolang op een deel van de grond terecht”, zegt professor Coen Ritsema. “Je hebt dan banen waar het altijd droog is geweest en stroken waar extreem veel water is terechtgekomen. Ik verwacht daarvan een groot effect op de fysische, chemische en biologische toestand van de bodem.”

De vraag naar het effect van het langdurig plaatsen van zonnepanelen op een perceel is aan de orde nu energiebedrijven bij boeren aankloppen op zoek naar locaties om grootschalige zonneparken op landbouwgrond aan te leggen. Daarvoor worden, afhankelijk van de omstandigheden, huurvergoedingen geboden van 4.000 tot soms ver boven 6.000 euro per hectare per jaar. Behalve dat er veel fiscale vragen zijn, is er onder boeren ook zorg over de vraag in hoeverre de grond na afloop nog voor landbouw geschikt is.

Tot de sectororganisatie voor duurzame energie in Vlaanderen (ODE) richt VILT zich om te weten of er hier zulke zonneparken in landbouwgebied ontwikkeld zijn, en of dat wel een goed idee is. “Op daken is er nog voldoende ruimte om meer zonne-energie te produceren. Open ruimte is daarentegen een schaars goed in Vlaanderen. Laat ons daarom beginnen met alle daken vol zonnepanelen te leggen”, zegt ODE-directeur Bram Claeys. Wettelijk gezien behoort een zonnepark op de grond in plaats van op een dak nu al tot de mogelijkheden. Bovendien wil de Vlaamse regering het principe van ‘bestemmingsneutraliteit’ invoeren voor installaties waarmee hernieuwbare energie wordt opgewekt. De ruimtelijke bestemming van een perceel, bijvoorbeeld landbouw, is an sich dan nooit nog een beletsel voor bijvoorbeeld de bouw van een windturbine. “Wat niet wegneemt dat alle nodige vergunningen aangevraagd en verkregen moeten worden en de impact van een installatie op de omwonenden en de natuur in de buurt nog altijd geverifieerd zal worden”, weet Claeys.

Wanneer landbouwers zonne-energie willen opwekken, dan doen ze dat liever op de daken van hun stallen en schuren dan op vruchtbare landbouwgrond die ze voor voedsel- of voederproductie kunnen aanwenden. Anders dan in Nederland, en in tegenstelling tot hetgeen zich voordeed bij windturbines, zijn de energiebedrijven niet actief op zoek naar landbouwpercelen die in aanmerking kunnen komen voor de ontwikkeling van een zonnepark. Of dat überhaupt kans zou maken op een vergunning vernemen we morgen van het Departement Landbouw en Visserij. “In industriegebied en op vervuilde gronden zoals afgedekte stortplaatsen kan het en gebeurt het ook in de praktijk”, aldus de algemeen directeur van ODE. Hij geeft het voorbeeld van de ‘Zonneberg’ in de Gentse Kanaalzone (zie foto), waar zonnepanelen op een oud gipsstort geplaatst werden. Ze leveren voldoende groene stroom voor 4.000 gezinnen.

Momenteel is in Lommel, op industrieterrein Kristalpark dat ontwikkeld wordt door de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM), een zonnepark van 110 hectare in aanbouw. Het is een initiatief van LRM, de stad Lommel en de firma Nyrstar. Het geplande zonnepark heeft een vermogen van 99 MWp en troeft daarmee het grootste zonnepark van Nederland af dat momenteel in Delfzijl ligt. Kristal Solar Park wordt met 300.000 zonnepanelen, 2.200 km kabels en een oppervlakte van 200 voetbalvelden meteen het grootste van de Benelux. Via een directe lijn tussen het zonnepark en de technische installaties van Nyrstar in Balen zal de zinkverwerker bij de start alle stroom afnemen. Bedrijven die zich later vestigen op het bedrijventerrein Kristalpark III kunnen ook aansluiten op het zonnepark. Deze aanpak is uniek.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via