nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

22.10.2019 Ngo’s trekken studies rond gewasbescherming in twijfel

Bij de beoordeling van hoe kankerverwekkend tien gewasbeschermingsmiddelen zijn, kunnen ernstige vraagtekens geplaatst worden. Dat menen de ngo's Pesticide Action Network Germany (PAN) en de Health and Environment Alliance (HEAL). De Duitse toxicoloog Peter Clausing hield voor hen de zogeheten assessments tegen het licht, die de lidstaten voor bestrijdingsmiddelen uitvoeren. De professor trekt dus andere conclusies uit de studies dan de Europese instanties. Belgische experts hebben twijfels bij die bevindingen, schrijft de krant De Standaard.

De Duitse toxicoloog Peter Clausing onderzocht verschillende assessments - waarin een Europese lidstaat een actieve stof beoordeelt - op vraag van verschillende milieu-ngo’s. Voor vier van de tien gewasbeschermingsmiddelen die hij onderzocht, trekt Clausing een andere conclusie dan het EFSA. Hij zou ze de categorie 1B geven, wat wil zeggen 'presumed' kankerverwekkend voor mensen, terwijl ze nu de categorie 2 kregen, 'suspected' kankerverwekkend. Krijgt een product het etiket 1B, dan bestaat de kans dat het niet op de markt mag komen.

Vanwaar het verschil, vroeg de krant De Standaard zich af. “Ik heb vastgesteld dat wanneer twee studies met ratten of muizen aantonen dat het product het aantal tumoren doet toenemen, dat je dan tot de categorie 1B moet besluiten”, meldt Clausing. “Maar in de beoordelingsstudies wordt verwezen naar eerdere studies - “historical control data” - waardoor de tumoren aan andere factoren toegeschreven kunnen worden. Met dat argument belandden drie producten in categorie 2. In het vierde geval stierven de proefdieren voordat ze tumoren konden ontwikkelen. Daar kun je volgens mij weinig uit afleiden.”

Petra De Sutter, Europees Parlementslid voor Groen, noemt Clausings bevindingen 'choquerend'. “Het wetenschappelijke bewijs blijkt geen stand te houden. De Europese Commissie moet hiermee aan de slag.” Het EFSA zelf reageerde nog niet op de boodschap van de milieu-ngo’s. Maarten Trybou, expert pesticiden bij de Belgische FOD Volksgezondheid, plaatst wel kanttekeningen bij Clausings werk. “Hij viseert de assessments die de lidstaten doen. Dat is maar de eerste stap in het proces. Later worden nog andere peer reviewed studies mee in overweging genomen in het advies van het EFSA, en de Europese Commissie baseert zich voor haar besluiten daarop.”

Ook toxicoloog Jan Tytgat (KU Leuven) vindt dat je vraagtekens kunt plaatsen bij de betrouwbaarheid van Clausings werk en bij diens onafhankelijkheid. “Wat het gebruik van oudere studies betreft, daar kun je geen eenduidig standpunt over innemen. Wat Clausing zelf betreft: hij publiceert niet veel en is bovendien bestuurslid bij één van de ngo’s die hem vroeg om de assessments door te lichten, PAN. Eerder onderzoek van hem verscheen in een open access kader dat werd gefinancierd door PAN en Friends of The Earth. Het zou aan betrouwbaarheid winnen als het in een peer reviewed internationaal tijdschrift gepubliceerd was.”

Phytofar, de Belgische Vereniging van de industrie van Gewasbeschermingsmiddelen, zegt akkoord te gaan met Maarten Trybou en Jan Tytgat. "We vinden het wel vreemd dat men nu meer vertrouwen zou leggen in wat een Duitse toxicoloog zegt, die blijkbaar bestuurslid is van PAN, dan in de Europese instellingen als EFSA of ECHA, die de wetenschappelijke studies later nog moeten evalueren", aldus Phytofar. "De transparantie die de industrie tegenwoordig heeft, waarbij de zeer complexe studies worden vrijgegeven, en die het vertrouwen in het hele toelatingsproces moet versterken, wordt nu gebruikt om de industrie in diskrediet te brengen door de ingewikkelde procedures heel simpel voor te stellen. Wij betreuren deze evolutie."

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via