nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

16.07.2019 Niet overal blijven overheadkosten GLB binnen de perken

Afgelopen week maakte de Vlaamse landbouwadministratie bekend dat ze satellietbeelden gaat inzetten bij de verificatie van de percelen die landbouwers administratief aangeven. Achter de perceelaangifte voor het activeren van Europese inkomenssteun schuilt een omvangrijk controleapparaat. Dat kost onvermijdelijk geld. Voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is dat niet meer dan bij ander EU-beleid, zo benadrukt de Europese Commissie. Naargelang de aanpak van een lidstaat kan het kostenplaatje sterk variëren, van 2 tot 208 euro per hectare landbouwgrond. Gemiddeld is het 10 euro, wat voor de Europese Unie in zijn geheel neerkomt op een totaalbedrag tussen 1,7 en 1,9 miljard euro. Op het niveau van de lidstaten werden de overheadkosten groter als gevolg van de beleidshervorming in 2014 die om de implementatie van nieuwe regels zoals de vergroening vroeg.

Bij de publicatie van de studie die de administratieve kosten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) onderzoekt, doet de Europese Commissie erg zijn best om uit te leggen dat het met die kosten wel wil meevallen. Het vooraanstaande Duitse landbouwblad Agrar Heute kopt niettemin dat het GLB “miljarden verslindt”. Dat slaat op de 1,7 tot 1,9 miljard euro die op jaarbasis door de lidstaten uitgegeven wordt aan controles op de juistheid van de perceelaangiftes van landbouwers. Het zijn immers de nationale, of in ons geval regionale autoriteiten, die erop moeten toezien dat de Europese inkomenssteun correct besteed wordt.

Van het hierboven genoemde bedrag gaat net geen driekwart op aan personeelsinzet voor controles en management. Investeringen in ICT zijn na personeel de voornaamste kostenpost. Een administratief controlesysteem op poten zetten en draaiende houden, soupeert namelijk 24 procent van de uitgaven op. De Commissie benadrukt dat de kostprijs van de controle op de randvoorwaarden die landbouwers moeten naleven, uitgedrukt als een percentage van de uitgaven aan directe inkomenssteun, verminderd zijn tegenover de vorige beleidsperiode. In hun totaliteit zijn de administratieve kosten voor landbouwers niet toegenomen sinds de hervorming in 2014. Ze bedragen 2 procent van de subsidies die hen ten deel vallen.

Voor de lidstaten die met de controle belast zijn, oogt de rapportering van de kostprijs minder rooskleurig. Zij zagen hun kosten door de implementatie van een nieuw controlesysteem met een derde toenemen deze beleidsperiode (2014-2020). Daarmee komen ze nu uit op ongeveer 3 procent van het totale GLB-budget. Voor de studie werd gekeken naar de kosten die de landbouwministeries van de lidstaten maken voor perceelsregistratie, administratieve en terreincontroles en het verifiëren van de randvoorwaarden (o.a. vergroening) die landbouwers moeten naleven in ruil voor inkomenssteun.

Vergeleken met andere beleidsdomeinen zou het Europese landbouwbeleid zijn administratieve kosten onder controle hebben. Van de investeringen door het Europese structuurfonds gaat  bijvoorbeeld 4 procent op aan kosten. Bij de besteding van het EU-budget in zijn totaliteit is dat 6 procent. De Europese inkomenssteun wordt geactiveerd op een hectare landbouwgrond. Alleen het Vlaamse landbouwareaal beslaat al meer dan 600.000 hectare zodat de ICT-ondersteuning voor de perceelaangifte en de controle daarop veel minder kostelijk lijkt als je rekening houdt met de oppervlakte waarover het gaat. Gemiddeld spreken we dan nog over 10 euro per hectare, maar niet alle lidstaten hebben de overheadkosten even goed onder controle. De kosten lopen uiteen van 2 tot 208 euro per hectare.

Als verklaring voor de grote spreiding tussen lidstaten verwijst de studie naar verschillen in de omvang en de structuur van de landbouwsector in een land, de organisatie op het niveau van het landbouwministerie en de keuzes die gemaakt worden op vlak van ICT-ondersteuning. Kleine lidstaten mankeren blijkbaar schaalvoordelen want ze worden geconfronteerd met duidelijk hogere kosten bij de tenuitvoerlegging van de belangrijkste pijler van het landbouwbeleid: de inkomenssteun aan landbouwers. Digitalisering en nieuwe technologie kunnen de kosten helpen verlagen door het vereiste aantal veldinspecties en de arbeidstijd die daaraan opgaat te verkleinen.

Sommige lidstaten hinken achterop met digitalisering, wat de Commissie toeschrijft aan de gebrekkige internettoegang voor hun landbouwerspopulatie. Op het afgelegen platteland speelt dat veel landen parten. Zelfs Duitsland communiceerde recent nog dat 15 procent van zijn grondgebied niet afgedekt wordt door telecomoperatoren en een overheidsinvestering nodig lijkt.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Yennef Vereycken

Volg VILT ook via