nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

16.06.2015 Nitraatresidu maakt geen bokkensprongen in 2014

Tijdens de meetcampagne in het najaar van 2014 werden iets hogere nitraatresiduwaarden gemeten dan het jaar voordien maar het verschil is verwaarloosbaar. De Vlaamse Landmaatschappij deelt in zijn rapport zowel het gemiddelde (59 kilo stikstof per hectare) als de mediaan (46 kg N/ha) mee. Daar wordt bij gezegd dat je de jaar op jaar evolutie (+4 kg N) voorzichtig moet interpreteren omdat er niet ieder jaar exact evenveel percelen van elke teelt bemonsterd worden. De hoeveelheid stikstof die op het einde van het groeiseizoen achterblijft in de bouwvoor en dreigt uit te spoelen, is immers sterk teeltafhankelijk. Grasland is bijvoorbeeld een heel ‘veilige’ teelt, terwijl een landbouwer vooral met sierteeltgewassen, aardappelen, groenten en maïs een overschrijding van de norm riskeert.

Er is een duidelijk verband tussen het nitraatresidu in de bodem op het einde van het groeiseizoen en het risico op uitspoeling van nitraat naar oppervlakte- en grondwater tijdens de winter. Hoe hoger het nitraatresidu, hoe groter het risico op uitspoeling van nitraten. “Een oordeelkundige bemesting is van cruciaal belang om een laag nitraatresidu te halen”, aldus de Vlaamse Landmaatschappij in het nieuwe Nitraatresidurapport met de meetgegevens van 2014.

Elk najaar worden in de periode van 1 oktober tot en met 15 november heel wat landbouwpercelen bemonsterd voor een nitraatresidubepaling. Als het nitraatresidu bepaalde drempelwaarden (die starten vanaf 70 kilo reststikstof op zandgrond, nvdr.) overschrijdt, worden begeleidende maatregelen opgelegd die helpen om toekomstige overschrijdingen te vermijden. Sinds 2011 worden op basis van de nitraatmetingen in grond- en oppervlaktewater gebieden aangeduid waar de waterkwaliteit nog sterk moet verbeteren: de focusgebieden. De afbakening als focusgebied heeft tot gevolg dat de drempelwaarde voor het nitraatresidu lager is dan in niet-focusgebied. In 2014 was 280.000 hectare of 41 procent van het Vlaamse landbouwareaal afgebakend als focusgebied.

Op basis van de meetresultaten in 2014 werden maatregelen opgelegd op 2.942 percelen, wat overeenkomt met 15 procent van alle bemonsterde percelen. Het gaat om 2.942 landbouwers van wie een extra inspanning bij het bemesten wordt verwacht opdat het nitraatresidu op hun perceel of percelen volgende keer beter zou scoren. De grootste groep (2.348) landbouwers krijgt met het eerste maatregelenpakket te maken dat een stikstofanalyse op eigen kosten en bijbehorend bemestingsadvies verplicht stelt evenals het bijhouden van de bemesting op het maatregelperceel in een register. Bijna 600 landbouwers moeten de strengere voorwaarden (o.a. bemestingsplan en -register voor ganse bedrijfsareaal, verminderde bemesting en het telen van een nateelt of vanggewas) van maatregelenpakketten twee tot vier naleven.

Het gemiddelde nitraatresidu en de mediaan in 2014 bedroegen respectievelijk 59 en 46 kilo stikstof per hectare. Dat is iets hoger dan de resultaten van 2013, maar het verschil blijft beperkt tot vier kilo stikstof per hectare. Gelet op de invloed van de teelt op het nitraatresidu berekende de Vlaamse Landmaatschappij ook het gewogen gemiddelde naargelang de arealen van gewassen in Vlaanderen. Dat laat een betere vergelijking van het nitraatresidu tussen de verschillende jaren toe. In 2014 bedroeg dat gewogen gemiddelde 56 kilo, wat nog altijd iets hoger is dan in 2013. Het beperkte verschil daalt hier verder tot drie kilo stikstof per hectare. Over een langere termijn beschouwd is er sedert 2004 een verbetering van het nitraatresidu waar te nemen. Alleen 2009 en 2011 zijn daar uitzonderingen op, wat voornamelijk toe te schrijven was aan de weersomstandigheden.

Meer info: Nitraatresidurapport 2015

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via